Spelling oefenen op referentieniveau 4F
In het kort. Spelling op referentieniveau 4F gaat over voltooid deelwoord van scheidbare werkwoorden; zijn en hebben: onregelmatige vervoeging; woorden met de voorvoegsels auto-, bio- en tri-. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 232 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 6 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 11 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij spelling op referentieniveau 4F?
Voltooid deelwoord van scheidbare werkwoorden
Werkwoordspelling · 4F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- Ge- middenin — Ik zet ge- middenin bij scheidbare werkwoorden.
- Scheidbare werkwoorden in een zin — Ik gebruik het voltooid deelwoord van scheidbare werkwoorden in een zin.
- Ge- niet vooraan, maar middenin — Ik onthoud dat ge- bij scheidbare werkwoorden niet vooraan staat.
Zijn en hebben: onregelmatige vervoeging
Werkwoordspelling · 4F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- Het werkwoord zijn — Ik ken de vervoeging van 'zijn' uit mijn hoofd.
- Het werkwoord hebben — Ik ken de vervoeging van 'hebben' uit mijn hoofd.
- Zijn en hebben: rijtjes uit je hoofd — Ik combineer de vervoegingen van zijn en hebben.
Woorden met de voorvoegsels auto-, bio- en tri-
Weetwoorden · 4F · kerndoel 2026: 6- Het voorvoegsel auto- — Ik schrijf woorden met auto- goed.
- Het voorvoegsel bio- — Ik schrijf woorden met bio- goed, ook met een koppelteken bij klinkerbotsing.
- Vast, tenzij klinkerbotsing — Ik weet dat voorvoegsels vast worden geschreven, behalve bij klinkerbotsing.
Puntkomma, functie-hoofdletters en citeren
Leestekens en hoofdletters · 4F · kerndoel 2026: 6- De puntkomma — Ik weet wanneer een puntkomma twee zinnen verbindt.
- Hoofdletters bij functienamen — Ik weet dat functienamen geen hoofdletter krijgen, behalve als directe aanspreekvorm.
- Interpunctie bij citeren — Ik zet leestekens op de juiste plek rond een citaat.
De gedachtestreepjes
Leestekens en hoofdletters · 4F · kerndoel 2026: 6- Gedachtestreepjes om extra informatie — Ik gebruik gedachtestreepjes voor extra informatie in een zin.
- De zin klopt ook zonder het tussenstuk — Ik controleer of de zin ook klopt zonder het stuk tussen de streepjes.
- Streepjes voor extra nadruk — Ik kies gedachtestreepjes als ik extra informatie wil benadrukken.
Het beletselteken
Leestekens en hoofdletters · 4F · kerndoel 2026: 6- Drie punten: het beletselteken — Ik gebruik een beletselteken van precies drie punten.
- Punt of beletselteken? — Ik kies tussen een punt en een beletselteken.
- Beletselteken spaarzaam gebruiken — Ik gebruik het beletselteken alleen als ik bewust iets weglaat.
Spellingcontrole van een eigen tekst: stap voor stap
Woordvorming · 4F · kerndoel 2026: 6- Stap 1: werkwoorden controleren — Ik controleer elk werkwoord in mijn tekst stap voor stap.
- Stap 2: leestekens controleren — Ik controleer hoofdletters, punten, vraagtekens en komma's in mijn tekst.
- Alles samen nalezen — Ik lees mijn tekst twee keer na volgens een vaste volgorde.
's Ochtends en de bijwoorden op -s
Woordvorming · 4F · kerndoel 2026: 6- Vaste tijdsuitdrukkingen met apostrof — Ik schrijf vaste tijdsuitdrukkingen als 's ochtends met een apostrof.
- Gewone bijwoorden op -s — Ik schrijf gewone bijwoorden op -s zonder apostrof.
- Alleen bij vaste tijdsuitdrukkingen — Ik weet dat de apostrof alleen bij vaste tijdsuitdrukkingen hoort.
Grote spellingoverzicht: sorteren en combineren
Woordvorming · 4F · kerndoel 2026: 6- Voorbeeld bij regel — Ik herken bij een voorbeeld welke spellingregel erbij hoort.
- De werkwoordscontrole in stappen — Ik doorloop de vaste stappen om een werkwoordsvorm te controleren.
- Alles gecombineerd — Ik combineer werkwoordspelling, leestekens en weetwoorden in één zin.
Grote getallen goed spellen: honderd, duizend, miljoen
Woordvorming · 4F · kerndoel 2026: 6- Honderd en duizend eindigen op -d — Ik schrijf honderd en duizend met een d.
- Miljoen en miljard — Ik schrijf miljoen en miljard goed.
- Grote getallen: -d, -oen of -ard — Ik onthoud de uitgangen van grote getallen.
Zes opgaven uit spelling op referentieniveau 4F
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 226. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Voltooid deelwoord van 'opbellen':
Antwoord
opgebeld — Ge- staat middenin, tussen 'op' en 'beld': opgebeld.
-
Ik ___ moe. (zijn)
Antwoord
ben — Bij 'ik' hoort de vorm 'ben'.
-
Het voorvoegsel auto- — kies de goede vorm.
- autobiografie
- autoo biografie
Antwoord
autobiografie — Autobiografie schrijf je in één woord, zonder extra o's.
-
In welke zin is de puntkomma goed gebruikt?
- Het regende; we bleven toch buiten spelen.
- Het regende, we bleven; toch buiten spelen.
Antwoord
Het regende; we bleven toch buiten spelen. — De puntkomma verbindt hier twee nauw verwante zinnen zonder voegwoord.
-
Welke zin gebruikt gedachtestreepjes goed?
- Mijn zus – die in Canada woont – belt elke week.
- Mijn zus die in – Canada woont belt – elke week.
Antwoord
Mijn zus – die in Canada woont – belt elke week. — De gedachtestreepjes staan om het hele extra zinsdeel heen.
-
Welke zin gebruikt het beletselteken goed?
- Ik weet het niet, misschien...
- Ik weet het niet, misschien.....
Antwoord
Ik weet het niet, misschien... — Een beletselteken bestaat uit precies drie punten.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.