Spelling oefenen in groep 7
In het kort. Spelling in groep 7 gaat over verkleinwoorden: welk achtervoegsel?; werkwoorden: tegenwoordige tijd, verleden tijd en deelwoord; werkwoorden: ik, jij en hij in de tegenwoordige tijd. Schoolschrift dekt dat met 21 leerdoelen in 7 hoofdstukken en 127 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 6 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 11 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij spelling in groep 7?
Verkleinwoorden: welk achtervoegsel?
Regelwoorden · 1S · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- Verkleinwoorden: de laatste klank telt — Ik kies -je, -tje of -pje door te luisteren naar de laatste klank van het woord.
- Verkleinwoorden: kort of lang? — Ik hoor of de klank kort of lang is en kies zo tussen -etje en de andere uitgangen.
- Verkleinwoorden: alles door elkaar — Ik kies bij elk woord de goede uitgang: -je, -tje, -pje, -kje of -etje.
Werkwoorden: tegenwoordige tijd, verleden tijd en deelwoord
Werkwoordspelling · 2F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- Stam, stam+t of hele werkwoord — Ik weet wanneer er een t achter het werkwoord komt.
- Verleden tijd: -te of -de ('t kofschip) — Ik weet of een werkwoord in de verleden tijd -te of -de krijgt.
- Voltooid deelwoord — Ik weet of een voltooid deelwoord op d of t eindigt.
Werkwoorden: ik, jij en hij in de tegenwoordige tijd
Werkwoordspelling · 1S · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- De ik-vorm: de stam — Ik weet dat de ik-vorm van een werkwoord de stam is.
- Jij en u vóór het werkwoord — Ik weet dat er een t bij de stam komt als jij of u vóór het werkwoord staat.
- Hij, zij en het — Ik weet dat er een t bij de stam komt bij hij, zij, het en een naam.
De jij-omdraaiing
Werkwoordspelling · 1S · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11- Jij achter het werkwoord — Ik weet dat de t wegvalt als jij achter het werkwoord staat.
- Bij u blijft de t altijd — Ik weet dat de t bij u nooit wegvalt, ook niet in een vraag.
- Jij of u: controleren — Ik controleer steeds waar jij staat en of het om jij of u gaat.
Ch, g en leenwoorden
Weetwoorden · 1S · kerndoel 2026: 6- De ch en de g — Ik herken ch- en g-woorden aan hun woordbeeld.
- Leenwoorden — Ik weet dat leenwoorden vaak hun eigen spelling behouden.
- De klanken eu en ui — Ik hoor het verschil tussen eu en ui en schrijf ze allebei goed.
Komma bij ja, nee en een aanspreekvorm
Leestekens en hoofdletters · 1S · kerndoel 2026: 6- Komma na ja of nee — Ik zet een komma na ja of nee aan het begin van een zin.
- Komma bij een aanspreekvorm — Ik zet komma's rond iemand die direct wordt aangesproken.
- Komma bij ja/nee en aanspreekvorm: mix — Ik herken beide komma-regels in een zin.
Samenstellingen: woorden aan elkaar
Woordvorming · 1S · kerndoel 2026: 6- Twee woorden worden één — Ik schrijf een samenstelling van twee woorden aan elkaar.
- Ook lange samenstellingen blijven aan elkaar — Ik schrijf ook langere samenstellingen aan elkaar.
- Eén begrip? Dan aan elkaar — Ik controleer of twee woorden samen één begrip vormen.
Zes opgaven uit spelling in groep 7
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 121. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Verkleinwoord van 'trein':
Antwoord
treintje — Trein eindigt op n, dus -tje: treintje.
-
Hij ___ elke dag naar school. (lopen)
- loop
- loopt
- lopen
Antwoord
loopt — Stam = loop. Bij 'hij' komt er een t bij: loopt.
-
Ik ___ hard. (lopen)
Antwoord
loop — Stam van lopen is loop.
-
Jij achter het werkwoord — welke is goed?
- Loop jij mee?
- Loopt jij mee?
Antwoord
Loop jij mee? — Jij staat achter het werkwoord, dus geen t: loop jij.
-
De ch en de g — welke van deze is goed?
- chocolade
- gocolade
Antwoord
chocolade — chocolade schrijf je met ch, een weetwoord.
-
Ja___ ik kom morgen.
Antwoord
, — Na 'ja' aan het begin van de zin komt een komma.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.