Spelling oefenen op referentieniveau 3F

In het kort. Spelling op referentieniveau 3F gaat over de apostrof bij afkortingen en jaartallen; sterke werkwoorden: klinkerwisseling; voltooid deelwoord van sterke werkwoorden. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 181 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 6 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 11 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij spelling op referentieniveau 3F?

  • De apostrof bij afkortingen en jaartallen

    Regelwoorden · 3F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11
    • Meervoud van een afkorting — Ik zet een apostrof voor de meervouds-s van een afkorting.
    • Apostrof bij een afgekort jaartal — Ik zet een apostrof voor een afgekort jaartal.
    • Apostrof bij afkorting én jaartal — Ik gebruik de apostrof correct bij zowel afkortingen als jaartallen.
  • Sterke werkwoorden: klinkerwisseling

    Werkwoordspelling · 3F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11
    • Sterke werkwoorden met een korte klinker — Ik ken de verleden tijd van sterke werkwoorden met een korte klinker.
    • Sterke werkwoorden met een lange klinker — Ik ken de verleden tijd van sterke werkwoorden met een lange klinker.
    • Sterke werkwoorden: rijtjes kennen — Ik ken de rijtjes van veelgebruikte sterke werkwoorden.
  • Voltooid deelwoord van sterke werkwoorden

    Werkwoordspelling · 3F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11
    • Voltooid deelwoord op -en — Ik ken sterke werkwoorden met een voltooid deelwoord op -en.
    • Voltooid deelwoord op -t — Ik ken sterke werkwoorden met een voltooid deelwoord op -t.
    • Op -en of op -t: kennen, niet redeneren — Ik weet dat ik voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden uit mijn hoofd moet kennen.
  • Weetwoorden op -isch, -tie en -sie

    Weetwoorden · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Woorden op -sie — Ik schrijf woorden op -sie goed.
    • Nog meer woorden op -isch — Ik schrijf lastigere woorden op -isch goed.
    • -tie, -sie en -isch: weetwoorden — Ik herken de juiste uitgang zonder klankregel.
  • Apostrof, trema en koppelteken

    Leestekens en hoofdletters · 3F · kerndoel 2026: 6
    • De apostrof — Ik gebruik een apostrof bij meervoud en bezit van woorden op a, i, o, u, y.
    • Het trema — Ik gebruik een trema om twee klinkers apart uit te spreken.
    • Het koppelteken — Ik zet een koppelteken bij hoofdletters, cijfers en klinkerbotsingen in samenstellingen.
  • Haakjes: extra informatie in een zin

    Leestekens en hoofdletters · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Haakjes om extra informatie — Ik gebruik haakjes voor informatie die niet strikt nodig is voor de zin.
    • De zin klopt ook zonder de haakjes — Ik controleer of de zin ook klopt zonder de tekst tussen haakjes.
    • Haakjes op de juiste plek — Ik zet haakjes op de juiste plek in een zin.
  • Afkortingen en getallen in tekst

    Woordvorming · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Afkortingen en letterwoorden — Ik weet het verschil in schrijfwijze tussen een gewone afkorting en een letterwoord.
    • Getallen voluit of in cijfers — Ik weet wanneer ik een getal voluit schrijf en wanneer in cijfers.
    • Getal en eenheid — Ik weet hoe ik een getal en een eenheid samen schrijf.
  • Engelse werkwoorden volgens de gewone regels

    Woordvorming · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Mailen: 't kofschip toepassen — Ik pas de gewone regels toe op het ingeburgerde werkwoord 'mailen'.
    • Downloaden: dezelfde regel — Ik pas de gewone regels toe op 'downloaden'.
    • Internetten: wél 't kofschip — Ik herken dat de stam van 'internetten' wél op een kofschipletter eindigt.
  • Afkortingen bij namen en titels

    Woordvorming · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Titels vóór een naam — Ik schrijf titelafkortingen vóór een naam goed.
    • Academische titels — Ik schrijf academische titels als afkorting goed.
    • Titelafkortingen: altijd punt, altijd klein — Ik pas de titelregel consequent toe.
  • Je eigen tekst nalezen: veelgemaakte fouten

    Woordvorming · 3F · kerndoel 2026: 6
    • Naleeswerk: dt-fouten — Ik lees mijn tekst na op dt-fouten.
    • Naleeswerk: hoofdletters — Ik lees mijn tekst na op hoofdletters.
    • Twee keer nalezen — Ik lees mijn tekst systematisch twee keer na.

Zes opgaven uit spelling op referentieniveau 3F

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 175. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Meervoud van 'cd':

    Antwoord

    cd's — Cd spreek je uit als losse letters, dus meervoud met apostrof + s: cd's.

  2. Verleden tijd van 'vinden' (ik):

    Antwoord

    vond — Vinden is sterk: ik vond.

  3. Voltooid deelwoord van 'vinden':

    Antwoord

    gevonden — Voltooid deelwoord van vinden is gevonden.

  4. Woorden op -sie — welke is goed?

    • discussie
    • discutie
    Antwoord

    discussie — Discussie schrijf je met -ssie.

  5. Wat is het meervoud van 'auto'?

    • auto's
    • autos
    Antwoord

    auto's — Na een o krijg je een apostrof vóór de s, anders zou het lijken op een ander woord.

  6. Welke zin gebruikt haakjes goed?

    • Mijn oom (die in Spanje woont) komt op bezoek.
    • Mijn oom die in Spanje (woont) komt op bezoek.
    Antwoord

    Mijn oom (die in Spanje woont) komt op bezoek. — De extra informatie staat tussen haakjes, direct om het zinsdeel heen.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met spelling

Spelling in andere leerjaren