Spelling oefenen op referentieniveau 2F

In het kort. Spelling op referentieniveau 2F gaat over dt-woorden en lastige werkwoorden; onbeklemtoonde lettergreep: de sjwa als e; leenwoorden die je precies zo schrijft. Schoolschrift dekt dat met 18 leerdoelen in 6 hoofdstukken en 123 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 6 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 11 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij spelling op referentieniveau 2F?

  • Dt-woorden en lastige werkwoorden

    Regelwoorden · 2F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11
    • De dt-regel — Ik weet wanneer een werkwoordsvorm op dt eindigt.
    • Gebiedende wijs: geen extra t — Ik weet dat de gebiedende wijs de kale stam is, zonder extra t.
    • Sterke (onregelmatige) werkwoorden — Ik ken de voltooid deelwoorden van veelgebruikte onregelmatige werkwoorden.
  • Onbeklemtoonde lettergreep: de sjwa als e

    Klank en teken · 2F · kerndoel 2026: 6
    • De sjwa schrijf je als e — Ik schrijf een doffe, onbeklemtoonde klank als e.
    • De sjwa in achtervoegsels — Ik schrijf de sjwa in achtervoegsels als e.
    • Twijfel? Schrijf een e — Ik gebruik de vuistregel: een doffe lettergreep schrijf je als e.
  • Leenwoorden die je precies zo schrijft

    Weetwoorden · 2F · kerndoel 2026: 6
    • Engelse leenwoorden 1 — Ik schrijf veelgebruikte Engelse leenwoorden goed.
    • Engelse leenwoorden 2 — Ik schrijf nog meer Engelse leenwoorden goed.
    • Engelse leenwoorden: weetwoorden — Ik herken de juiste spelling van Engelse leenwoorden.
  • Komma, dubbele punt en aanhalingstekens

    Leestekens en hoofdletters · 2F · kerndoel 2026: 6
    • De komma bij een opsomming — Ik zet komma's op de juiste plek in een opsomming.
    • De dubbele punt — Ik gebruik de dubbele punt om iets aan te kondigen.
    • Aanhalingstekens bij directe rede — Ik gebruik aanhalingstekens bij de precieze woorden die iemand zegt.
  • Samenstellingen en tussen-n

    Woordvorming · 2F · kerndoel 2026: 6
    • Samenstellingen aan elkaar schrijven — Ik schrijf een samenstelling van twee woorden aan elkaar.
    • De tussen-n — Ik weet wanneer ik een tussen-n schrijf in een samenstelling.
    • Lange samenstellingen blijven aan elkaar — Ik schrijf ook lange samenstellingen aan elkaar, niet los.
  • Getallen: lastige telwoorden goed schrijven

    Woordvorming · 2F · kerndoel 2026: 6
    • Telwoorden op -tig — Ik schrijf telwoorden op -tig goed, ook al hoor ik bijna geen g.
    • Tachtig: de uitzondering — Ik weet dat tachtig een uitzondering is.
    • Alle tientallen op een rij — Ik onthoud dat alle tientallen vanaf twintig op -tig eindigen, behalve tachtig.

Zes opgaven uit spelling op referentieniveau 2F

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 117. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Hij ___ zijn sleutels niet meer terug. (vinden)

    Antwoord

    vindt — Stam = vind, eindigt al op d. Bij 'hij' komt er een t bij: vindt.

  2. De sjwa schrijf je als e — welke is goed?

    • lepel
    • lepul
    Antwoord

    lepel — Lepel eindigt op een onbeklemtoonde lettergreep, dus e: lepel.

  3. Engelse leenwoorden 1 — welke schrijfwijze klopt?

    • computer
    • kompjoeter
    Antwoord

    computer — Computer behoudt de Engelse spelling.

  4. In de tas zaten appels___ peren en kiwi's.

    Antwoord

    , — Bij een opsomming van drie of meer zet je een komma tussen de delen, maar niet vóór 'en'.

  5. Samenstellingen aan elkaar schrijven — kies de goede vorm.

    • voetbalveld
    • voetbal veld
    Antwoord

    voetbalveld — Voetbalveld is één begrip, dus schrijf je het aan elkaar.

  6. Schrijf het getal in woorden: 20

    Antwoord

    twintig — Twintig schrijf je altijd met -tig.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met spelling

Spelling in andere leerjaren