Spelling oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft spelling in 8 leerjaarbanden, samen 147 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Spelling oefenen op referentieniveau 2F
6 hoofdstukken · 18 leerdoelenSpelling oefenen op referentieniveau 3F
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenSpelling oefenen op referentieniveau 4F
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenSpelling oefenen in groep 4
3 hoofdstukken · 9 leerdoelenSpelling oefenen in groep 5
3 hoofdstukken · 9 leerdoelenSpelling oefenen in groep 6
3 hoofdstukken · 9 leerdoelenSpelling oefenen in groep 7
7 hoofdstukken · 21 leerdoelenSpelling oefenen in groep 8
7 hoofdstukken · 21 leerdoelen
Zes opgaven uit spelling op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 996. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Hij ___ zijn sleutels niet meer terug. (vinden)
Antwoord
vindt — Stam = vind, eindigt al op d. Bij 'hij' komt er een t bij: vindt.
-
Meervoud van 'cd':
Antwoord
cd's — Cd spreek je uit als losse letters, dus meervoud met apostrof + s: cd's.
-
Voltooid deelwoord van 'opbellen':
Antwoord
opgebeld — Ge- staat middenin, tussen 'op' en 'beld': opgebeld.
-
V of f aan het begin — kies de goede vorm.
- vader
- fader
Antwoord
vader — vader — met een zachte v.
-
Schrijf het woord voor het hemellichaam dat 's nachts schijnt (verleng: manen).
Antwoord
maan — manen: je hoort een lange aa, dus in het enkelvoud ook aa: maan.
-
In welk woord klinkt de eerste c als een /s/?
- cijfer
- cadeau
- concert
- cursus
Antwoord
cijfer — In 'cijfer' komt een i achter de c, dus /s/. In 'concert' hoor je beide: /k/ en /s/.