Taal oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft taal in 9 leerjaarbanden, samen 213 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit taal op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 1.159. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Welk zinsdeel is de bijwoordelijke bepaling in 'Gisteren fietste ik naar school'?

    • ik
    • fietste
    • Gisteren
    • school
    Antwoord

    Gisteren — 'Gisteren' geeft aan wanneer het gebeurde — een bijwoordelijke bepaling van tijd.

  2. Welk soort bijzin staat er in 'Toen de bel ging, liep iedereen naar buiten'?

    • Bijzin van reden
    • Bijzin van tijd
    • Bijzin van voorwaarde
    • Geen bijzin
    Antwoord

    Bijzin van tijd — 'Toen' geeft een tijdstip aan — dit is een bijzin van tijd.

  3. Welke zin bevat een METAFOOR?

    • Het Witte Huis reageerde vandaag.
    • Haar woorden waren messteken in zijn hart.
    • Hij was zo sterk als een beer.
    • De pen is machtiger dan het zwaard, zei men.
    Antwoord

    Haar woorden waren messteken in zijn hart. — 'Woorden waren messteken' is een directe vergelijking zonder 'als' — een metafoor.

  4. Hoeveel lettergrepen heeft het woord tafel?

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    Antwoord

    2 — Klap maar: ta-fel. Dat zijn twee klappen, dus twee lettergrepen.

  5. Welk woord is een zelfstandig naamwoord in 'De kat slaapt op de bank'?

    • slaapt
    • kat
    • de
    • op
    Antwoord

    kat — 'Kat' noemt een dier — je kunt er 'de' voor zetten. Dat maakt het een zelfstandig naamwoord.

  6. Wat is de persoonsvorm in: 'De hond blaft hard naar de postbode.'

    • hond
    • blaft
    • hard
    • postbode
    Antwoord

    blaft — Maak er een vraag van: 'Blaft de hond hard?' — 'blaft' springt vooraan. Dat is de persoonsvorm.