In het kort. Taal & Lezen op referentieniveau 3F gaat over tekststructuur op alineaniveau, kritisch lezen, zinsontleding en stijlregisters. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 169 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 4, 6, 7, 11, 12 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Tekststructuur op alineaniveau
Begrijpend lezen · 3F · kerndoel 2026: 2 · kerndoel 2006: 4, 6, 7
- Signaalwoorden voor tekststructuur — Ik herken signaalwoorden die de opbouw van een hele tekst aangeven.
- Een niet-letterlijke hoofdgedachte afleiden — Ik kan de hoofdgedachte van een tekst afleiden, ook als die niet letterlijk genoemd wordt.
- Kernachtig samenvatten — Ik kan een tekst in één zin samenvatten in mijn eigen woorden.
Kritisch lezen
Begrijpend lezen · 3F · kerndoel 2026: 2 · kerndoel 2006: 4, 6, 7
- Een verborgen aanname herkennen — Ik kan een aanname herkennen die een schrijver niet bewijst, maar als vanzelfsprekend aanneemt.
- Suggestieve taal herkennen — Ik kan taal herkennen die de lezer stuurt zonder een direct argument te geven.
- Het perspectief van de schrijver meewegen — Ik weet dat de achtergrond van een schrijver invloed kan hebben op wat en hoe hij schrijft.
Zinsontleding en stijlregisters
Taalbeschouwing en grammatica · 3F · kerndoel 2026: 6 · kerndoel 2006: 11
- Soorten bijzinnen — Ik kan een bijzin van tijd, reden of voorwaarde herkennen.
- Actieve en passieve zin — Ik kan een actieve zin omzetten naar een passieve zin en andersom.
- Stijlregister aanpassen — Ik kan woordgebruik aanpassen aan een formeel of informeel register.
Vaktaal en abstracte begrippen
Woordenschat · 3F · kerndoel 2026: 2, 6 · kerndoel 2006: 12
- Vaktermen afleiden uit context — Ik kan de betekenis van een vakterm afleiden uit de context van een zakelijke tekst.
- Abstracte begrippen omschrijven — Ik kan een abstract begrip in eigen woorden omschrijven.
- Nuanceverschillen tussen bijna-synoniemen — Ik kan het betekenisverschil tussen woorden die bijna hetzelfde betekenen, uitleggen.
Argumenten wegen
Argumentatie en bronnen · 3F · kerndoel 2026: 2 · kerndoel 2006: 7
- Standpunt en argument onderscheiden — Ik kan een standpunt herkennen, de argumenten eronder benoemen en zeggen of ze deugen.
- Drogredenen herkennen — Ik herken veelvoorkomende drogredenen in een tekst.
- Betrouwbaarheid van bronnen — Ik kan inschatten of een bron betrouwbaar is.
Drogredenen herkennen
Argumentatie en bronnen · 3F · kerndoel 2026: 2 · kerndoel 2006: 7
- Soorten drogredenen — Ik kan de drogredenen stroman, autoriteit en overhaaste generalisatie herkennen.
- Geldig of ongeldig argument — Ik kan beoordelen of een argument logisch geldig is.
- Tegenargument en weerlegging — Ik kan een tegenargument herkennen en de weerlegging ervan beoordelen.
Betogend schrijven
Schrijven · 3F · kerndoel 2026: 3
- Opbouw van een betoog — Ik ken de opbouw van een betoog: standpunt, argumenten en een weerlegging van tegenargumenten.
- Samenhang met verbindingswoorden — Ik maak mijn tekst samenhangend met verbindingswoorden tussen zinnen en alinea's.
- Schrijfstijl aanpassen aan doel — Ik pas mijn schrijfstijl aan op het doel: overtuigend, zakelijk of persoonlijk.
Een betoog opbouwen
Schrijven · 3F · kerndoel 2026: 3
- De structuur van een betoog — Ik kan een betoog opbouwen met stelling, argumenten, tegenargument, weerlegging en conclusie.
- Verbindingswoorden in een betoog — Ik gebruik verbindingswoorden om de argumentatie in een betoog logisch te laten lopen.
- Een sterke slotzin schrijven — Ik kan een betoog afsluiten met een krachtige, samenvattende slotzin.
Discussiëren en argumenteren
Mondelinge taalvaardigheid · 3F · kerndoel 2026: 4, 5
- Regels voor een goede discussie — Ik ken de regels voor een respectvolle discussie.
- Kritisch maar respectvol reageren — Ik kan kritisch reageren op een mening zonder onbeleefd te worden.
- Mondeling samenvatten wat de ander zei — Ik kan mondeling kort samenvatten wat een ander gezegd heeft.
Thema en boodschap
Literatuur · 3F · kerndoel 2026: 8, 9
- Een motief in een verhaal herkennen — Ik kan een terugkerend motief in een verhaal aanwijzen.
- Een symbool in een tekst herkennen — Ik kan een symbool in een verhaal herkennen en de betekenis ervan uitleggen.
- De boodschap van een verhaal verwoorden — Ik kan de boodschap of het thema van een verhaal in eigen woorden verwoorden.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.