In het kort. Geschiedenis in groep 5 gaat over de tien tijdvakken, jagers en boeren, Grieken en Romeinen, voor en na Christus. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 151 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 25, 27 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 51, 52, 53 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
De tien tijdvakken
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- De tien tijdvakken op volgorde — Ik ken de tien tijdvakken en weet in welke volgorde ze komen.
- Eeuwen en jaartallen — Ik weet bij welke eeuw een jaartal hoort.
- Een tijdlijn lezen — Ik kan aflezen wat eerder en wat later gebeurde op een tijdlijn.
Jagers en boeren, Grieken en Romeinen
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Van jagers naar boeren — Ik weet wat er veranderde toen mensen boer werden in plaats van jager-verzamelaar.
- De Griekse oudheid — Ik weet wat de Grieken bedachten dat we nu nog gebruiken.
- Het Romeinse Rijk — Ik weet wat de Romeinen achterlieten in Nederland.
Voor en na Christus
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Voor Christus en na Christus — Ik weet dat je bij 'voor Christus' terugtelt en bij 'na Christus' vooruit telt.
- Hoeveel jaar zit ertussen? — Ik kan uitrekenen hoeveel jaar er tussen twee jaartallen zit.
- Jaartallen door elkaar op volgorde — Ik kan jaartallen van voor en na Christus samen op volgorde zetten.
Van jagers naar boeren
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Jagers-verzamelaars — Ik weet hoe de eerste mensen in Nederland leefden.
- De eerste boeren — Ik weet wat er veranderde toen mensen boer werden.
- Hunebedden — Ik weet wat hunebedden zijn en wie ze bouwde.
Het Oude Egypte
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Egypte en de Nijl — Ik weet waarom het Oude Egypte langs de Nijl ontstond.
- Farao's en piramides — Ik weet wie de farao was en waarom piramides gebouwd zijn.
- Hiërogliefen — Ik weet wat hiërogliefen zijn.
De Oude Grieken
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Stadstaten: Athene en Sparta — Ik weet wat een stadstaat is en ken twee voorbeelden.
- Democratie in Athene — Ik weet wat democratie in Athene betekende.
- Olympische Spelen en Griekse goden — Ik weet wat de Olympische Spelen waren en ken Griekse goden.
Het Romeinse Rijk
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Een rijk rond de Middellandse Zee — Ik weet hoe groot het Romeinse Rijk op zijn hoogtepunt was.
- Wegen, water en steden — Ik weet wat de Romeinen bouwden in hun rijk.
- Latijn, de Romeinse taal — Ik weet dat het Latijn de basis is van veel talen.
Romeinen in Nederland
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- De Limes: de grens van het rijk — Ik weet wat de Limes was en waar die ongeveer liep.
- Romeinse steden in Nederland — Ik ken plaatsen in Nederland die door de Romeinen zijn gesticht of gebruikt.
- Wat de Romeinen achterlieten — Ik ken sporen die de Romeinen in Nederland achterlieten.
Van Romeinen naar Middeleeuwen
Tijd en tijdvakken · kerndoel 2026: 27 · kerndoel 2006: 51, 52, 53
- Germaanse stammen — Ik weet dat er buiten het Romeinse Rijk andere volken woonden.
- Het einde van het West-Romeinse Rijk — Ik weet dat het West-Romeinse Rijk uiteenviel.
- Op weg naar de Middeleeuwen — Ik weet welk tijdvak volgt op de Romeinse tijd.
Bronnen en overblijfselen
Bronnen en historisch redeneren · kerndoel 2026: 25, 27 · kerndoel 2006: 51
- Wat is een historische bron? — Ik weet wat een bron is en welke soorten bronnen er zijn.
- Archeologen graven op — Ik weet wat archeologen doen en waarom dat voorzichtig moet gebeuren.
- Van opgraving naar museum — Ik weet wat er met gevonden voorwerpen gebeurt.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.