Burgerschap oefenen op de onderbouw van het voortgezet onderwijs

In het kort. Burgerschap op de onderbouw van het voortgezet onderwijs gaat over de democratische rechtsstaat, de Eerste Kamer en wetgeving, politieke partijen en een regeerakkoord. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 83 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 4, 35, 36, 37 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij burgerschap op de onderbouw van het voortgezet onderwijs?

  • De democratische rechtsstaat

    Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37
    • Machtenscheiding uitgebreid — Ik kan de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht van elkaar onderscheiden en weet waarom ze gescheiden zijn.
    • Evenredige vertegenwoordiging — Ik weet hoe het Nederlandse kiesstelsel ervoor zorgt dat de Tweede Kamer de stemmen weerspiegelt.
    • Mensenrechten — Ik weet wat mensenrechten zijn.
  • De Eerste Kamer en wetgeving

    Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37
    • Wat de Eerste Kamer doet — Ik weet wat de Eerste Kamer doet en hoe die verschilt van de Tweede Kamer.
    • Hoe een wet tot stand komt — Ik ken de belangrijkste stappen waarmee een wetsvoorstel wet wordt.
    • Waarom er twee kamers zijn — Ik kan uitleggen waarom Nederland twee kamers heeft in plaats van één.
  • Politieke partijen en een regeerakkoord

    Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37
    • Wat een politieke partij is — Ik weet wat een politieke partij is.
    • Waarom partijen vaak samenwerken — Ik weet waarom partijen na verkiezingen vaak moeten samenwerken om een regering te vormen.
    • Wat een regeerakkoord is — Ik weet wat een regeerakkoord is.
  • Samenleven met verschillende overtuigingen

    Samenleven
    • Samenleven met verschillende overtuigingen — Ik weet dat Nederland bestaat uit mensen met veel verschillende overtuigingen die onder dezelfde wetten samenleven.
    • Grenzen van vrijheid, met voorbeelden — Ik kan met voorbeelden uitleggen waar de grens van vrije meningsuiting ligt.
    • Omgaan met meningsverschil — Ik ken democratische manieren om een meningsverschil op te lossen.
  • Sociale cohesie: samen één samenleving

    Samenleven
    • Wat sociale cohesie betekent — Ik weet wat sociale cohesie betekent.
    • Wat cohesie kan versterken — Ik ken voorbeelden die sociale cohesie kunnen versterken.
    • Wat cohesie kan verzwakken — Ik ken voorbeelden die sociale cohesie kunnen verzwakken.
  • Omgaan met morele dilemma's

    Samenleven
    • Wat een moreel dilemma is — Ik weet wat een moreel dilemma is.
    • Een dilemma van verschillende kanten bekijken — Ik kan een dilemma vanuit verschillende perspectieven bekijken.
    • Mensen kunnen er verschillend over denken — Ik weet dat mensen over een moreel dilemma redelijkerwijs verschillend kunnen denken.
  • Actie voeren en invloed uitoefenen

    Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35
    • Actie voeren — Ik ken vreedzame manieren om ergens invloed op uit te oefenen.
    • Media en belangenorganisaties — Ik weet welke rol media en belangenorganisaties spelen in de democratie.
    • Rechten als consument — Ik ken enkele basisrechten die ik heb als consument.
  • De Europese Unie

    Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35
    • Wat de EU is — Ik weet wat de Europese Unie is.
    • Waarom landen samenwerken in de EU — Ik ken een paar redenen waarom landen in de EU samenwerken.
    • Landen blijven eigen keuzes maken — Ik weet dat landen in de EU op veel gebieden ook hun eigen keuzes blijven maken.
  • Werken en je rechten als werknemer

    Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35
    • Wat een arbeidscontract is — Ik weet wat een arbeidscontract in het kort inhoudt.
    • Enkele basisrechten van een werknemer — Ik ken een paar basisrechten die een werknemer in Nederland heeft.
    • Waarom vakbonden bestaan — Ik weet waarom vakbonden bestaan.
  • Vrijwillige inzet en maatschappelijke organisaties

    Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35
    • Wat een maatschappelijke organisatie is — Ik weet wat een maatschappelijke organisatie is, met een paar voorbeelden.
    • Hoe je je kunt aansluiten of steunen — Ik weet hoe je een maatschappelijke organisatie kunt steunen of je erbij kunt aansluiten.
    • Vrijwilligersorganisatie versus bedrijf — Ik weet het verschil tussen een vrijwilligersorganisatie en een bedrijf.

Zes opgaven uit burgerschap op de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 77. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. De scheiding van machten bestaat om machtsmisbruik te voorkomen. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Door macht te verdelen kan geen van de drie machten alleen alles bepalen.

  2. Wat doet de Eerste Kamer vooral?

    • wetten controleren die de Tweede Kamer heeft goedgekeurd
    • zelf nieuwe wetten voorstellen
    • rechtszaken behandelen
    • gemeenten besturen
    Antwoord

    wetten controleren die de Tweede Kamer heeft goedgekeurd — De Eerste Kamer heeft geen recht van initiatief, maar controleert en kan wetten afkeuren.

  3. Wat is een politieke partij?

    • een groep mensen met vergelijkbare ideeën over hoe het land bestuurd moet worden
    • een sportvereniging
    • een groep rechters
    • een bedrijf
    Antwoord

    een groep mensen met vergelijkbare ideeën over hoe het land bestuurd moet worden — Een politieke partij bundelt mensen met vergelijkbare politieke ideeën.

  4. Wat betekent een 'pluriforme samenleving'?

    • Een samenleving met mensen van veel verschillende achtergronden en overtuigingen
    • Een samenleving waar iedereen hetzelfde denkt
    • Een samenleving zonder wetten
    • Een samenleving met maar één religie
    Antwoord

    Een samenleving met mensen van veel verschillende achtergronden en overtuigingen — Pluriform betekent 'veelvormig': veel verschillende achtergronden naast elkaar.

  5. Wat betekent sociale cohesie?

    • mensen voelen zich verbonden met elkaar, ondanks verschillen
    • iedereen is precies hetzelfde
    • mensen leven volledig gescheiden van elkaar
    • er bestaan geen verschillen meer
    Antwoord

    mensen voelen zich verbonden met elkaar, ondanks verschillen — Sociale cohesie gaat over verbondenheid tussen mensen, ook al verschillen ze van elkaar.

  6. Wat is een moreel dilemma?

    • een lastige keuze tussen twee belangrijke dingen die botsen
    • een makkelijke keuze zonder nadelen
    • een keuze die niets uitmaakt
    • een wet die iedereen begrijpt
    Antwoord

    een lastige keuze tussen twee belangrijke dingen die botsen — Bij een moreel dilemma botsen twee waarden die allebei belangrijk zijn, wat de keuze lastig maakt.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met burgerschap

Burgerschap in andere leerjaren