Burgerschap oefenen in groep 5
In het kort. Burgerschap in groep 5 gaat over wat doet de gemeente voor jou?, ons koningshuis, een wet geldt voor iedereen. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 149 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 4, 35, 36, 37 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij burgerschap in groep 5?
Wat doet de gemeente voor jou?
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37- Wat de gemeente voor je regelt — Ik weet welke dingen in mijn buurt door de gemeente geregeld worden.
- De gemeenteraad beslist mee — Ik weet dat inwoners via de gemeenteraad invloed hebben op beslissingen in hun gemeente.
- Iets melden bij de gemeente — Ik weet dat je een kapotte stoeptegel of lantaarnpaal bij de gemeente kunt melden.
Ons koningshuis
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37- Nederland is een koninkrijk — Ik weet dat Nederland een koninkrijk is met een koning als staatshoofd.
- De rol van de koning — Ik weet dat de koning vooral een symbolische en ceremoniële rol heeft.
- Een jaarlijkse traditie: Prinsjesdag — Ik weet dat er elk jaar een dag is waarop de regering haar plannen voor het komende jaar bekendmaakt.
Een wet geldt voor iedereen
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2006: 36, 37- Wat is een wet? — Ik weet dat een wet een regel is die voor het hele land geldt.
- Wie maakt de wetten? — Ik weet dat de Tweede Kamer en de regering samen wetten maken.
- Waarom je een wet niet zomaar mag negeren — Ik weet dat je je aan een wet moet houden, ook als je het er niet mee eens bent.
Samen regels maken in de klas
Samenleven- Waarom een klas afspraken nodig heeft — Ik weet waarom een klas afspraken nodig heeft om prettig samen te kunnen werken.
- Samen een klassenregel bedenken — Ik kan uitleggen hoe je met de klas samen een goede regel bedenkt.
- Als iemand zich niet aan een afspraak houdt — Ik weet wat er kan gebeuren als iemand een klassenafspraak niet nakomt.
Een conflict oplossen
Samenleven- Wat een conflict is — Ik weet wat een conflict is en dat het normaal is dat er soms een ontstaat.
- Om de beurt praten en luisteren — Ik kan uitleggen waarom het helpt om bij een conflict om de beurt te praten en te luisteren.
- Een compromis sluiten — Ik weet wat een compromis is.
Pesten en hoe je het stopt
Samenleven- Het verschil tussen pesten en plagen — Ik weet het verschil tussen pesten en plagen.
- Wat je kunt doen bij pesten — Ik weet wat je kunt doen als jij of iemand anders gepest wordt.
- Waarom omstanders belangrijk zijn — Ik weet dat de kinderen die toekijken bij pesten ook invloed hebben.
Iedereen is anders
Samenleven- Verschillen in je klas — Ik kan voorbeelden geven van verschillen tussen kinderen in mijn klas.
- Verschillen zijn normaal — Ik weet dat verschillen tussen mensen normaal zijn en niet raar.
- Iets leren van een verschil — Ik kan een voorbeeld geven van iets leuks dat je kunt leren van iemand die anders is dan jij.
Meepraten op school
Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35- Een klassenvergadering — Ik weet wat een klassenvergadering is.
- Je mening geven en luisteren — Ik weet dat je bij een klassenvergadering je mening mag geven, en ook naar anderen moet luisteren.
- Samen een besluit nemen — Ik weet dat een klas een besluit kan nemen door te stemmen.
Zorgen voor elkaar en je omgeving
Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35- Wat vrijwilligerswerk is — Ik weet wat vrijwilligerswerk is, met voorbeelden die ook kinderen kunnen doen.
- Waarom meehelpen fijn is — Ik kan uitleggen waarom meehelpen fijn kan zijn voor een ander én voor jezelf.
- Geld inzamelen voor een goed doel — Ik weet wat het betekent om geld in te zamelen voor een goed doel.
Zuinig omgaan met geld
Meedoen · kerndoel 2006: 4, 35- Sparen of uitgeven — Ik weet het verschil tussen geld sparen en geld uitgeven.
- Een keuze maken: kopen of sparen — Ik kan een voorbeeld geven van een keuze tussen iets kopen of ervoor sparen.
- Je kunt niet alles tegelijk kopen — Ik weet dat je met een beperkt bedrag niet alles tegelijk kunt kopen.
Zes opgaven uit burgerschap in groep 5
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 143. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Wie zorgt er meestal voor dat de straten in jouw buurt schoon blijven?
- de gemeente
- de koning
- de rechter
- een bank
Antwoord
de gemeente — De gemeente is verantwoordelijk voor zaken in je directe omgeving, zoals straten en vuilnis.
-
Wat is het staatshoofd van Nederland?
- een koning
- een president
- een burgemeester
- een rechter
Antwoord
een koning — Nederland is een koninkrijk met een koning als staatshoofd.
-
Wat is een wet?
- een regel die voor het hele land geldt
- een regel die alleen op school geldt
- een advies dat je mag negeren
- een afspraak tussen twee vrienden
Antwoord
een regel die voor het hele land geldt — Een wet geldt voor iedereen in het land, in tegenstelling tot een klassenregel die alleen op school geldt.
-
Waarom heeft een klas afspraken nodig?
- zodat iedereen weet wat wel en niet mag
- om het saai te maken
- om de leraar te plezieren
- om harder te kunnen praten
Antwoord
zodat iedereen weet wat wel en niet mag — Afspraken zorgen voor duidelijkheid, zodat iedereen weet wat er van hem verwacht wordt.
-
Wat is een conflict?
- een meningsverschil tussen twee of meer mensen
- een spelletje
- een schoolregel
- een gemeentebesluit
Antwoord
een meningsverschil tussen twee of meer mensen — Een conflict ontstaat als mensen het ergens niet over eens zijn.
-
Wat is het belangrijkste verschil tussen plagen en pesten?
- plagen stopt als iemand het niet leuk vindt, pesten gaat door
- plagen is altijd gemeen, pesten nooit
- pesten gebeurt maar één keer
- er is geen verschil
Antwoord
plagen stopt als iemand het niet leuk vindt, pesten gaat door — Bij plagen stop je als de ander het niet leuk vindt. Bij pesten gaat het juist door, ook al vindt iemand het vervelend.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.