In het kort. Burgerschap in groep 5 gaat over wat doet de gemeente voor jou?, ons koningshuis, een wet geldt voor iedereen. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 148 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 18, 19, 20, 21 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 4, 35, 36, 37 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat doet de gemeente voor jou?
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2026: 19, 20 · kerndoel 2006: 36, 37
- Wat de gemeente voor je regelt — Ik weet welke dingen in mijn buurt door de gemeente geregeld worden.
- De gemeenteraad beslist mee — Ik weet dat inwoners via de gemeenteraad invloed hebben op beslissingen in hun gemeente.
- Iets melden bij de gemeente — Ik weet dat je een kapotte stoeptegel of lantaarnpaal bij de gemeente kunt melden.
Ons koningshuis
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2026: 19, 20 · kerndoel 2006: 36, 37
- Nederland is een koninkrijk — Ik weet dat Nederland een koninkrijk is met een koning als staatshoofd.
- De rol van de koning — Ik weet dat de koning vooral een symbolische en ceremoniële rol heeft.
- Een jaarlijkse traditie: Prinsjesdag — Ik weet dat er elk jaar een dag is waarop de regering haar plannen voor het komende jaar bekendmaakt.
Een wet geldt voor iedereen
Democratie en rechtsstaat · kerndoel 2026: 19, 20 · kerndoel 2006: 36, 37
- Wat is een wet? — Ik weet dat een wet een regel is die voor het hele land geldt.
- Wie maakt de wetten? — Ik weet dat de Tweede Kamer en de regering samen wetten maken.
- Waarom je een wet niet zomaar mag negeren — Ik weet dat je je aan een wet moet houden, ook als je het er niet mee eens bent.
Samen regels maken in de klas
Samenleven · kerndoel 2026: 18, 19
- Waarom een klas afspraken nodig heeft — Ik weet waarom een klas afspraken nodig heeft om prettig samen te kunnen werken.
- Samen een klassenregel bedenken — Ik kan uitleggen hoe je met de klas samen een goede regel bedenkt.
- Als iemand zich niet aan een afspraak houdt — Ik weet wat er kan gebeuren als iemand een klassenafspraak niet nakomt.
Een conflict oplossen
Samenleven · kerndoel 2026: 18, 19
- Wat een conflict is — Ik weet wat een conflict is en dat het normaal is dat die soms ontstaan.
- Om de beurt praten en luisteren — Ik kan uitleggen waarom het helpt om bij een conflict om de beurt te praten en te luisteren.
- Een compromis sluiten — Ik weet wat een compromis is.
Pesten en hoe je het stopt
Samenleven · kerndoel 2026: 18, 19
- Het verschil tussen pesten en plagen — Ik weet het verschil tussen pesten en plagen.
- Wat je kunt doen bij pesten — Ik weet wat je kunt doen als jij of iemand anders gepest wordt.
- Waarom omstanders belangrijk zijn — Ik weet dat de kinderen die toekijken bij pesten ook invloed hebben.
Iedereen is anders
Samenleven · kerndoel 2026: 18, 19
- Verschillen in je klas — Ik kan voorbeelden geven van verschillen tussen kinderen in mijn klas.
- Verschillen zijn normaal — Ik weet dat verschillen tussen mensen normaal zijn en niet raar.
- Iets leren van een verschil — Ik kan een voorbeeld geven van iets leuks dat je kunt leren van iemand die anders is dan jij.
Meepraten op school
Meedoen · kerndoel 2026: 20, 21 · kerndoel 2006: 4, 35
- Een klassenvergadering — Ik weet wat een klassenvergadering is.
- Je mening geven en luisteren — Ik weet dat je bij een klassenvergadering je mening mag geven, en ook naar anderen moet luisteren.
- Samen een besluit nemen — Ik weet dat een klas een besluit kan nemen door te stemmen.
Zorgen voor elkaar en je omgeving
Meedoen · kerndoel 2026: 20, 21 · kerndoel 2006: 4, 35
- Wat vrijwilligerswerk is — Ik weet wat vrijwilligerswerk is, met voorbeelden die ook kinderen kunnen doen.
- Waarom meehelpen fijn is — Ik kan uitleggen waarom meehelpen fijn kan zijn voor een ander én voor jezelf.
- Geld inzamelen voor een goed doel — Ik weet wat het betekent om geld in te zamelen voor een goed doel.
Zuinig omgaan met geld
Meedoen · kerndoel 2026: 20, 21 · kerndoel 2006: 4, 35
- Sparen of uitgeven — Ik weet het verschil tussen geld sparen en geld uitgeven.
- Een keuze maken: kopen of sparen — Ik kan een voorbeeld geven van een keuze tussen iets kopen of ervoor sparen.
- Je kunt niet alles tegelijk kopen — Ik weet dat je met een beperkt bedrag geld niet alles tegelijk kunt kopen.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.