In het kort. Aardrijkskunde in groep 7 gaat over kaarten van Europa lezen; nederland in Europa: handel en logistiek; landen en hoofdsteden van Europa. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 105 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 25, 26, 27, 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 47, 49, 50 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Kaarten van Europa lezen
Kaartvaardigheid · kerndoel 2026: 25, 26
- Landen en hoofdsteden opzoeken — Ik kan op een kaart van Europa landen en hoofdsteden terugvinden.
- Afstand schatten met de schaal — Ik kan met de schaal van een kaart een afstand schatten.
- Symbolen op een Europakaart — Ik ken veelgebruikte symbolen op een kaart van Europa.
Nederland in Europa: handel en logistiek
Nederland · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 50
- Mainports van Nederland — Ik weet wat een mainport is en welke twee mainports Nederland heeft.
- Nederland als handelsland — Ik weet dat Nederland veel handelt met andere landen.
- Import en export — Ik ken het verschil tussen import en export.
Landen en hoofdsteden van Europa
Europa en de wereld · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 47, 49, 50
- Hoofdsteden van Europa — Ik ken de hoofdsteden van de belangrijkste Europese landen.
- Gebergten, rivieren en zeeën — Ik weet waar de grote gebergten, rivieren en zeeën van Europa liggen.
- Samenwerken in Europa — Ik weet dat Europese landen op sommige gebieden samenwerken.
Klimaatzones
Europa en de wereld · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 47, 49, 50
- Klimaatzones van de aarde — Ik ken de belangrijkste klimaatzones van de aarde.
- Klimaat en plantengroei — Ik weet dat het klimaat bepaalt welke planten en dieren ergens leven.
- Tijdzones — Ik weet waarom het niet overal op aarde tegelijk dezelfde tijd is.
Klimaat in Europa
Europa en de wereld · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 47, 49, 50
- Klimaat van noord naar zuid — Ik weet dat het klimaat in Europa van noord naar zuid verschilt.
- Het mediterrane klimaat — Ik ken de kenmerken van het mediterrane klimaat rond de Middellandse Zee.
- Klimaat en hoogte — Ik weet dat hoogte het klimaat in de bergen van Europa beïnvloedt.
Talen en grenzen van Europa
Europa en de wereld · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 47, 49, 50
- Talen in Europa — Ik weet dat er in Europa veel verschillende talen gesproken worden.
- Grenzen door de tijd — Ik weet dat landsgrenzen in de loop van de tijd kunnen veranderen.
- Symbolen van de Europese Unie — Ik ken symbolen die met de Europese Unie te maken hebben.
Natuurrampen in Europa
Aarde · kerndoel 2026: 25, 26
- Overstromingen — Ik weet dat overstromingen in Europa kunnen ontstaan door veel regen of smeltend sneeuwwater.
- Storm — Ik weet wat een storm is en hoe die schade kan veroorzaken.
- Hittegolf en droogte — Ik weet wat een hittegolf en droogte is.
Bevolking en steden van Europa
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
- Waar wonen mensen in Europa — Ik weet dat mensen in Europa niet overal even dicht bij elkaar wonen.
- Grote steden van Europa — Ik ken een aantal grote steden van Europa en in welk land ze liggen.
- Stad en platteland — Ik ken het verschil tussen wonen in de stad en op het platteland.
Landbouw en industrie in Europa
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
- Landbouw per streek — Ik weet dat landbouw in Europa per gebied verschilt.
- Industriegebieden — Ik weet dat er in Europa gebieden zijn waar veel industrie is.
- Van grondstof tot product — Ik kan uitleggen hoe een grondstof een product wordt.
Toerisme in Europa
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
- Populaire gebieden in Europa — Ik ken een aantal populaire toeristische gebieden in Europa.
- Soorten vakanties — Ik ken verschillende soorten vakanties die mensen in Europa maken.
- Gevolgen van toerisme — Ik ken een positief en een negatief gevolg van toerisme voor een gebied.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.