Aardrijkskunde oefenen in groep 5

In het kort. Aardrijkskunde in groep 5 gaat over kaart lezen: legenda en windrichting; plattegrond en route; hoogte op de kaart. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 157 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 25, 26, 27, 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 50 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij aardrijkskunde in groep 5?

  • Kaart lezen: legenda en windrichting

    Kaartvaardigheid · kerndoel 2026: 25, 26
    • De legenda van een kaart — Ik kan met de legenda uitzoeken wat een symbool op een kaart betekent.
    • Windstreken — Ik kan noord, oost, zuid en west op een kaart aanwijzen.
    • Soorten kaarten — Ik ken het verschil tussen een topografische kaart, een stratenkaart en een satellietfoto.
  • Plattegrond en route

    Kaartvaardigheid · kerndoel 2026: 25, 26
    • Een plattegrond lezen — Ik kan een plattegrond van een dorp of stad lezen.
    • Een route beschrijven — Ik kan een route van A naar B beschrijven met een plattegrond.
    • Windrichting op de kaart — Ik kan windrichtingen gebruiken om een route te beschrijven.
  • Hoogte op de kaart

    Kaartvaardigheid · kerndoel 2026: 25, 26
    • Hoogte aflezen met kleuren — Ik kan hoogte aflezen met hoogtekleuren op een kaart.
    • Laag en hoog Nederland — Ik weet welke delen van Nederland laag en welke hoger liggen.
    • NAP: hoogte meten — Ik weet wat het Normaal Amsterdams Peil (NAP) is en waarom dat handig is.
  • Provincies van Nederland

    Nederland · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 50
    • De twaalf provincies — Ik ken alle twaalf provincies van Nederland.
    • Water en waterwerken — Ik ken de belangrijkste wateren en waterwerken van Nederland.
    • Polders en gemalen — Ik weet wat een polder is en hoe het water eruit gehouden wordt.
  • Buurlanden en de Noordzee

    Nederland · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 50
    • Buurlanden van Nederland — Ik weet welke landen aan Nederland grenzen en waar de Noordzee ligt.
    • Grote steden van Nederland — Ik ken de belangrijkste grote steden van Nederland en waar ze liggen.
    • Nederland in Europa — Ik weet waar Nederland ligt in Europa.
  • Landbouw in Nederland

    Nederland · kerndoel 2026: 25, 26 · kerndoel 2006: 50
    • Akkerbouw en veeteelt — Ik ken het verschil tussen akkerbouw en veeteelt.
    • Kassen en tuinbouw — Ik weet waarom er in Nederland veel kassen staan.
    • Van boer tot bord — Ik kan de weg van voedsel van boer naar bord beschrijven.
  • Klimaat: het gemiddelde weer

    Aarde · kerndoel 2026: 25, 26
    • Weer en klimaat — Ik weet het verschil tussen weer en klimaat.
    • Het zeeklimaat van Nederland — Ik weet dat Nederland een gematigd zeeklimaat heeft en wat dat betekent.
    • Waardoor ontstaan seizoenen — Ik weet waardoor de seizoenen ontstaan.
  • Weer en seizoenen

    Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
    • De vier seizoenen — Ik ken de vier seizoenen en weet hoe ze ontstaan.
    • Weer en de waterkringloop — Ik weet hoe neerslag ontstaat.
    • Het weerbericht begrijpen — Ik kan eenvoudige weersymbolen en het weerbericht begrijpen.
  • Wonen in de buurt

    Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
    • Woningen en wijken — Ik ken verschillende soorten woningen en wat een wijk is.
    • Voorzieningen in de buurt — Ik weet welke voorzieningen in een buurt te vinden zijn.
    • Beroepen in de buurt — Ik ken beroepen die je in je eigen buurt tegenkomt.
  • Verkeer en vervoer

    Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28
    • Vervoer over land, water en lucht — Ik ken vervoermiddelen over land, water en door de lucht.
    • Verkeersborden — Ik ken de betekenis van veelvoorkomende verkeersborden.
    • Nederland fietsland — Ik weet waarom er in Nederland veel gefietst wordt.

Zes opgaven uit aardrijkskunde in groep 5

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 151. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Waar kijk je om te weten wat een symbool op een kaart betekent?

    • De legenda
    • De titel
    • De schaal
    • De windroos
    Antwoord

    De legenda — De legenda legt uit wat kleuren, lijnen en tekens op een kaart betekenen.

  2. Vanuit welk gezichtspunt teken je een plattegrond?

    • Van opzij
    • Van bovenaf
    • Van onderaf
    • Schuin van voren
    Antwoord

    Van bovenaf — Een plattegrond laat straten en gebouwen zien zoals je ze van bovenaf zou zien.

  3. Welke kleur staat op een hoogtekaart meestal voor laag, vlak land?

    • Groen
    • Donkerbruin
    • Wit
    • Rood
    Antwoord

    Groen — Groen staat op de meeste hoogtekaarten voor laagland.

  4. Welke provincie is het jongst en ligt helemaal in ingepolderd land?

    • Flevoland
    • Zeeland
    • Drenthe
    • Utrecht
    Antwoord

    Flevoland — Flevoland is in 1986 provincie geworden en ligt op de bodem van de vroegere Zuiderzee.

  5. Welk land ligt ten oosten van Nederland?

    • Duitsland
    • België
    • Frankrijk
    • Denemarken
    Antwoord

    Duitsland — Duitsland grenst in het oosten aan Nederland.

  6. Wat is akkerbouw?

    • Het verbouwen van gewassen op het land
    • Het houden van vee
    • Het bouwen van huizen
    • Het vangen van vis
    Antwoord

    Het verbouwen van gewassen op het land — Akkerbouw is het verbouwen van gewassen zoals aardappelen, graan en suikerbieten.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met aardrijkskunde

Aardrijkskunde in andere leerjaren