Aardrijkskunde oefenen op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs
In het kort. Aardrijkskunde op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs gaat over onderzoeksvaardigheden: kaarten en data; platentektoniek en natuurrampen; systeem aarde: endogene processen. Schoolschrift dekt dat met 35 leerdoelen in 12 hoofdstukken en 123 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 25, 26, 27, 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij aardrijkskunde op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs?
Onderzoeksvaardigheden: kaarten en data
Kaartvaardigheid · kerndoel 2026: 25, 26- Een goede onderzoeksvraag — Ik kan een goede aardrijkskundige onderzoeksvraag herkennen.
- GIS: kaartlagen combineren — Ik weet wat GIS is en waarvoor het gebruikt wordt.
- Conclusies trekken uit een datakaart — Ik kan conclusies trekken uit een kaart met data.
Platentektoniek en natuurrampen
Aarde · kerndoel 2026: 25, 26- Soorten plaatgrenzen — Ik ken de drie soorten grenzen tussen aardplaten.
- Soorten vulkanisme — Ik ken een voorbeeld van vulkanisme dat niet op een plaatgrens ligt: een hotspot.
- Risicogebieden voor aardbevingen — Ik weet welke gebieden een verhoogd risico op aardbevingen hebben en hoe mensen zich daartegen beschermen.
Systeem aarde: endogene processen
Aarde · kerndoel 2026: 25, 26- Wat zijn endogene processen — Ik kan uitleggen wat endogene processen zijn.
- Hoe platen bewegen — Ik kan uitleggen hoe convectiestromen in de aardmantel platenbeweging aandrijven.
- De gesteentekringloop — Ik ken de gesteentekringloop.
Systeem aarde: exogene processen
Aarde · kerndoel 2026: 25, 26- Wat zijn exogene processen — Ik kan uitleggen wat exogene processen zijn.
- Fysische en chemische verwering — Ik ken het verschil tussen fysische en chemische verwering.
- Endogeen en exogeen samen — Ik kan endogene en exogene processen in een landschap herkennen.
Klimaatverandering en energie
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Het broeikaseffect en klimaatverandering — Ik kan uitleggen hoe het broeikaseffect werkt.
- Fossiele en hernieuwbare energie — Ik kan voor- en nadelen van verschillende energiebronnen beschrijven.
- Verschillende kijk op klimaatbeleid — Ik weet dat mensen en landen verschillend denken over hoe je met klimaatverandering moet omgaan.
Klimaatsystemen
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Factoren die het klimaat bepalen — Ik ken factoren die het klimaat van een plek bepalen.
- Wereldwijde luchtcirculatie — Ik weet dat warme lucht bij de evenaar opstijgt en dit wereldwijde luchtcirculatie op gang brengt.
- Oceaanstromen en klimaat — Ik weet dat oceaanstromen het klimaat van kustgebieden beïnvloeden.
Wereld: mondiale spreiding en ontwikkeling
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Mondiale spreiding — Ik kan uitleggen wat mondiale spreiding betekent.
- Indicatoren voor ontwikkeling — Ik ken indicatoren die gebruikt worden om ontwikkeling van landen te vergelijken.
- Kern en periferie — Ik ken het begrip kern-periferie.
Gebied: Zuid-Amerika
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Fysische kenmerken van Zuid-Amerika — Ik ken belangrijke fysische kenmerken van Zuid-Amerika.
- Het Amazonegebied — Ik weet waarom het Amazonegebied belangrijk is voor het wereldwijde klimaat en de biodiversiteit.
- Verstedelijking in Zuid-Amerika — Ik weet dat Zuid-Amerika een sterk verstedelijkt werelddeel is.
Gebied: Afrika
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Fysische kenmerken van Afrika — Ik ken belangrijke fysische kenmerken van Afrika.
- De Sahel — Ik weet wat de Sahel is en welk klimaat er heerst.
- Ontwikkeling in Afrika — Ik weet dat de ontwikkeling tussen Afrikaanse landen sterk kan verschillen.
Gebied: Azië
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Fysische kenmerken van Azië — Ik ken belangrijke fysische kenmerken van Azië.
- De moesson — Ik kan uitleggen wat een moesson is.
- Economische groei in Azië — Ik weet dat de economie van sommige Aziatische landen de afgelopen decennia sterk gegroeid is.
Leefomgeving: overstromingsrisico en ruimtelijke inrichting
Gebieden en leefomgeving · kerndoel 2026: 27, 28- Overstromingsrisico: kans en gevolg — Ik kan factoren noemen die het overstromingsrisico van een gebied bepalen.
- Ruimtelijke ordening — Ik weet wat ruimtelijke ordening is.
- Overstromingsrisico verkleinen — Ik ken manieren om overstromingsrisico te verkleinen.
Ontwikkeling meten en verklaren
Ontwikkelingsland- Waaraan je ontwikkeling afmeet — Ik ken de gangbare ontwikkelingsindicatoren en weet wat ze wel en niet meten.
- Waarom ontwikkeling ongelijk over een land verdeeld is — Ik kan uitleggen waarom ontwikkeling binnen een land ruimtelijk ongelijk verdeeld is.
Zes opgaven uit aardrijkskunde op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 117. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Wat maakt een aardrijkskundige onderzoeksvraag goed?
- Ze is helder en te onderzoeken met kaarten of data
- Ze is zo vaag mogelijk
- Ze heeft niets met plaats te maken
- Ze is niet te beantwoorden
Antwoord
Ze is helder en te onderzoeken met kaarten of data — Een goede onderzoeksvraag kun je daadwerkelijk beantwoorden met kaarten, data of ander onderzoek.
-
Wat gebeurt er bij een convergente plaatgrens?
- Platen botsen tegen elkaar
- Platen bewegen uit elkaar
- Platen schuiven langs elkaar
- Er gebeurt niets
Antwoord
Platen botsen tegen elkaar — Bij een convergente grens duwen platen tegen elkaar, wat gebergten kan vormen.
-
Wat zijn endogene processen?
- Processen die vanuit het binnenste van de aarde het landschap vormen
- Processen die alleen door wind ontstaan
- Processen die alleen in de oceaan gebeuren
- Processen die door mensen gemaakt worden
Antwoord
Processen die vanuit het binnenste van de aarde het landschap vormen — Endogene processen komen voort uit krachten binnen de aarde, zoals platentektoniek.
-
Wat zijn exogene processen?
- Processen die het landschap van buitenaf vormen, zoals verwering en erosie
- Processen die alleen in de aardkern gebeuren
- Processen die platen laten bewegen
- Processen die alleen 's nachts gebeuren
Antwoord
Processen die het landschap van buitenaf vormen, zoals verwering en erosie — Exogene processen werken van buitenaf op het landschap, in tegenstelling tot endogene processen.
-
Wat doen broeikasgassen in de dampkring?
- Ze houden warmte vast
- Ze koelen de aarde af
- Ze maken zuurstof
- Ze veroorzaken aardbevingen
Antwoord
Ze houden warmte vast — Broeikasgassen laten zonlicht binnen maar houden warmte vast, als een deken om de aarde.
-
Welke factor bepaalt mede het klimaat van een plek?
- De breedteligging (afstand tot de evenaar)
- Alleen de naam van het land
- Alleen de tijdzone
- Alleen de bevolkingsgrootte
Antwoord
De breedteligging (afstand tot de evenaar) — Hoe dichter bij de evenaar, hoe meer directe zonnestraling een gebied gemiddeld ontvangt.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.