Aardrijkskunde oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft aardrijkskunde in 6 leerjaarbanden, samen 185 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Aardrijkskunde oefenen op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs
12 hoofdstukken · 35 leerdoelenAardrijkskunde oefenen in groep 5
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenAardrijkskunde oefenen in groep 6
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenAardrijkskunde oefenen in groep 7
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenAardrijkskunde oefenen in groep 8
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenAardrijkskunde oefenen op de onderbouw van het voortgezet onderwijs
10 hoofdstukken · 30 leerdoelen
Zes opgaven uit aardrijkskunde op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 709. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Wat maakt een aardrijkskundige onderzoeksvraag goed?
- Ze is helder en te onderzoeken met kaarten of data
- Ze is zo vaag mogelijk
- Ze heeft niets met plaats te maken
- Ze is niet te beantwoorden
Antwoord
Ze is helder en te onderzoeken met kaarten of data — Een goede onderzoeksvraag kun je daadwerkelijk beantwoorden met kaarten, data of ander onderzoek.
-
Waar kijk je om te weten wat een symbool op een kaart betekent?
- De legenda
- De titel
- De schaal
- De windroos
Antwoord
De legenda — De legenda legt uit wat kleuren, lijnen en tekens op een kaart betekenen.
-
Bij een schaal van 1:100.000 stelt 1 cm op de kaart voor:
- 1 km in werkelijkheid
- 1 m in werkelijkheid
- 100 km in werkelijkheid
- 1 mm in werkelijkheid
Antwoord
1 km in werkelijkheid — 1 cm × 100.000 = 100.000 cm = 1 km.
-
Hoe herken je een landsgrens op een kaart?
- Als een lijn tussen twee gebieden
- Als een groene vlek
- Als een stip
- Als een pijl
Antwoord
Als een lijn tussen twee gebieden — Landsgrenzen worden op een kaart getekend als lijnen.
-
Wat gebeurt er met de tijd als je naar het oosten reist naar een andere tijdzone?
- De tijd loopt vooruit (het wordt later)
- De tijd loopt terug (het wordt vroeger)
- De tijd blijft precies gelijk
- De tijd stopt
Antwoord
De tijd loopt vooruit (het wordt later) — Naar het oosten reizen betekent dat je de zon eerder ziet opkomen: het is er dus al later.
-
Een afstand van 5 km moet op een kaart met schaal 1:50.000 gezet worden. Hoeveel cm is dat op de kaart?
- 10 cm
- 5 cm
- 50 cm
- 1 cm
Antwoord
10 cm — 5 km = 500.000 cm. 500.000 : 50.000 = 10 cm.