Voeding & gezondheid oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft voeding & gezondheid in 8 leerjaarbanden, samen 171 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Voeding & gezondheid oefenen op de bovenbouw
15 hoofdstukken · 45 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 3
4 hoofdstukken · 12 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 4
3 hoofdstukken · 9 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 5
4 hoofdstukken · 12 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 6
5 hoofdstukken · 15 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 7
5 hoofdstukken · 15 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen in groep 8
6 hoofdstukken · 18 leerdoelenVoeding & gezondheid oefenen op de onderbouw
15 hoofdstukken · 45 leerdoelen
Zes opgaven uit voeding & gezondheid op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 1.057. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Welke verklaring past het beste bij dit verschil?
- De verhouding tussen orgaanweefsel, spierweefsel en vetweefsel verschilt per persoon, en die weefsels verbruiken gram voor gram niet evenveel
- Het rustverbruik is bij volwassenen van dezelfde leeftijd altijd gelijk, dus een van beide metingen moet fout zijn
- Indirecte calorimetrie meet uitsluitend beweging, dus het verschil komt door wat ze die ochtend gedaan hebben
- Het verschil wordt volledig bepaald door wat ze de dag ervoor gegeten hebben
- Rustverbruik hangt alleen van lengte af, dus bij gelijke lengte kan er geen verschil bestaan
Antwoord
De verhouding tussen orgaanweefsel, spierweefsel en vetweefsel verschilt per persoon, en die weefsels verbruiken gram voor gram niet evenveel — Weefsels verschillen sterk in hun verbruik: lever, nieren, hart en hersenen zijn klein maar duur, rustend spierweefsel is een stuk goedkoper en vetweefsel nog goedkoper. Wat ze gegeten hebben is de aantrekkelijkste afleider, want het verwerken van een maaltijd kost inderdaad energie — maar die post is klein en de meting wordt juist nuchter gedaan om hem eruit te houden.
-
Waarvoor heeft je lichaam eten nodig?
- Alleen om te kunnen rennen.
- Om te bewegen, te groeien en warm te blijven.
- Om harder te kunnen praten.
Antwoord
Om te bewegen, te groeien en warm te blijven. — Eten geeft energie voor alles wat je lichaam doet. Rennen is er maar een klein stukje van: ook groeien en warm blijven kost energie. Daarom is 'alleen om te kunnen rennen' net niet goed.
-
Waarom kauwt hij eerst?
- Om de hap klein te maken zodat hij hem kan doorslikken
- Om de hap groter te maken
- Om de hap af te koelen
Antwoord
Om de hap klein te maken zodat hij hem kan doorslikken — Kauwen maakt de hap klein en glad. Een grote hap past niet goed door je slokdarm.
-
Als je stilzit en niets doet, gebruikt je lichaam even geen energie. Waar of niet waar?
Antwoord
Niet waar — Ook in rust gaat je hart door, adem je, werken je hersenen en houd je jezelf warm. Dat kost aldoor energie, dag en nacht.
-
In welk orgaan gaan de voedingsstoffen je bloed in?
- In de dunne darm
- In de maag
- In de slokdarm
- In de dikke darm
Antwoord
In de dunne darm — De opname gebeurt in de dunne darm. De maag is de aantrekkelijkste afleider, want daar gebeurt veel, maar daar wordt het eten alleen fijngemaakt en gemengd; het gaat er nog niet het bloed in.
-
Waar gaat bij de meeste mensen op een gewone dag het grootste deel van de energie heen?
- Naar wat het lichaam in rust al doet: hart, ademhaling, hersenen, warmte en herstel
- Naar bewegen en sporten
- Naar het verteren van het eten
- Naar het groeien van haren en nagels
Antwoord
Naar wat het lichaam in rust al doet: hart, ademhaling, hersenen, warmte en herstel — Je hart, je longen, je hersenen en het herstelwerk in je lichaam gaan dag en nacht door, ook als je stilzit of slaapt. Dat rustverbruik is voor de meeste mensen het grootste deel. Bewegen lijkt de grootste post omdat je er moe van wordt en het merkt, maar het komt bovenop een verbruik dat er al de hele dag is. Verteren kost ook energie, maar een kleiner deel.