Scheikunde oefenen op het vwo

In het kort. Scheikunde op het vwo gaat over analysetechnieken: spectroscopie en chromatografie; koolstofchemie; zuur-base evenwicht: pH, pOH en Kw. Schoolschrift dekt dat met 42 leerdoelen in 14 hoofdstukken en 277 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij scheikunde op het vwo?

  • Analysetechnieken: spectroscopie en chromatografie

    Vaardigheden
    • Wat meet spectroscopie? — Ik kan in grote lijnen uitleggen waarvoor spectroscopie wordt gebruikt.
    • Gaschromatografie: mengsels scheiden en analyseren — Ik kan uitleggen hoe gaschromatografie een mengsel scheidt.
    • Analysetechnieken combineren — Ik kan uitleggen waarom onderzoekers vaak meerdere analysetechnieken combineren.
  • Koolstofchemie

    Stoffen en materialen
    • Alkanen: koolwaterstoffen — Ik kan alkanen herkennen en hun algemene formule gebruiken.
    • Functionele groepen herkennen — Ik kan functionele groepen herkennen en aan een stofklasse koppelen.
    • Structuurisomerie — Ik kan uitleggen wat structuurisomerie is en waarom isomeren andere eigenschappen kunnen hebben.
  • Zuur-base evenwicht: pH, pOH en Kw

    Stoffen en materialen
    • pH berekenen uit de H+-concentratie — Ik kan de pH berekenen als de H+-concentratie een macht van 10 is.
    • pOH en het ionproduct van water (Kw) — Ik kan met Kw = 10⁻¹⁴ de pOH uit de pH berekenen en andersom.
    • Sterke en zwakke zuren vergelijken — Ik kan uitleggen waarom een zwak zuur een hogere pH heeft dan een even geconcentreerd sterk zuur.
  • Esters en polymeren

    Stoffen en materialen
    • Verestering: een ester maken — Ik kan de verestering van een alcohol en een carbonzuur beschrijven.
    • Polymerisatie: van monomeer naar polymeer — Ik kan uitleggen hoe kleine moleculen (monomeren) een lange keten (polymeer) vormen.
    • Soorten kunststoffen: thermoplast en thermoharder — Ik kan het verschil tussen een thermoplast en een thermoharder uitleggen.
  • Reactiesnelheid en evenwicht

    Chemische processen
    • Factoren die reactiesnelheid beïnvloeden — Ik kan uitleggen welke factoren de reactiesnelheid beïnvloeden.
    • Het botsende-deeltjesmodel — Ik kan het botsende-deeltjesmodel gebruiken om reactiesnelheid te verklaren.
    • Chemisch evenwicht — Ik kan uitleggen wat een chemisch evenwicht is en hoe het kan verschuiven.
  • Chemisch evenwicht en het principe van Le Chatelier

    Chemische processen
    • Dynamisch evenwicht — Ik kan uitleggen wat een dynamisch chemisch evenwicht is.
    • Het principe van Le Chatelier — Ik kan voorspellen hoe een evenwicht verschuift bij een verandering.
    • De evenwichtsconstante K — Ik kan uitleggen wat de evenwichtsconstante K betekent.
  • Redoxreacties en elektrolyse

    Chemische processen
    • Een redoxvergelijking kloppend maken — Ik kan met halfreacties een redoxvergelijking opstellen en kloppend maken.
    • De elektrolysecel — Ik kan bij elektrolyse aangeven waar oxidatie en waar reductie plaatsvindt.
    • De galvanische cel (batterij) — Ik kan uitleggen hoe een batterij chemische energie omzet in elektrische energie.
  • Reactie-energie: enthalpie

    Chemische processen
    • Reactie-enthalpie ΔH — Ik kan het teken van ΔH koppelen aan exotherm of endotherm.
    • Rekenen met de wet van Hess — Ik kan met gegeven ΔH-waarden van deelreacties de ΔH van een totale reactie berekenen.
    • Bindingsenergie en reactie-energie — Ik kan uitleggen hoe bindingsenergie de energie van een reactie bepaalt.
  • Buffers

    Chemische processen
    • Wat is een buffer? — Ik kan uitleggen wat een buffer is en waarom de pH ervan weinig verandert.
    • Buffercapaciteit — Ik kan uitleggen wanneer een buffer zijn werk niet meer kan doen.
    • Eenvoudig rekenen met een buffer — Ik kan met de verhouding zuur:base in een buffer redeneren over de pH.
  • Reactiekinetiek: orde van reactie

    Chemische processen
    • De snelheidswet — Ik kan uitleggen wat een snelheidswet en een orde van reactie is.
    • De orde van een reactie bepalen — Ik kan met verdubbelingsgegevens de orde van een reactie bepalen.
    • Halfwaardetijd — Ik kan uitleggen wat halfwaardetijd betekent en eenvoudige berekeningen maken.
  • Modellen en kennis in de chemie

    Ontwikkelen van chemische kennis
    • Atoommodellen vergelijken op wat ze verklaren — Ik kan uitleggen waarom een ouder atoommodel bruikbaar blijft, ook al is er een preciezer model.
    • Een hypothese toetsen met een experiment — Ik kan uitleggen waarom een hypothese pas bruikbaar is als een experiment haar kan weerleggen.
    • Beoordelen of een chemische meting betrouwbaar is — Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen een systematische en een toevallige fout in een chemische meting.
  • Van laboratorium naar toepassing

    Innovatie en chemisch onderzoek
    • Uitleggen waarom opschalen meer is dan vermenigvuldigen — Ik kan uitleggen waarom een reactie die in het lab werkt niet zomaar in een fabriek werkt.
    • Een proces beoordelen op groene chemie — Ik kan uitleggen waarom atoomeconomie iets anders meet dan opbrengst.
    • De rol van een katalysator in een proces uitleggen — Ik kan uitleggen waarom een katalysator een proces goedkoper maakt zonder de ligging van het evenwicht te veranderen.
  • Van grondstof tot product

    Industriële processen
    • Batchproces en continu proces vergelijken — Ik kan uitleggen wanneer een fabriek voor een batchproces kiest en wanneer voor een continu proces.
    • Uitleggen waarom een fabriek stoffen terugvoert in het proces — Ik kan uitleggen waarom een fabriek niet-gereageerde stoffen terugvoert en warmte hergebruikt.
    • Procescondities kiezen bij een evenwichtsreactie — Ik kan uitleggen waarom een fabriek bij een exotherme evenwichtsreactie een middentemperatuur kiest.
  • Chemie, risico en keuzes

    Maatschappij, chemie en technologie
    • Gevaar en risico van elkaar onderscheiden — Ik kan uitleggen waarom een gevaarlijke stof niet altijd een groot risico oplevert.
    • Een product beoordelen over zijn hele levenscyclus — Ik kan uitleggen waarom je een product over zijn hele levenscyclus beoordeelt en niet alleen tijdens het gebruik.
    • Een maatschappelijke keuze over chemie onderbouwen — Ik kan uitleggen waarom een besluit over een stof naast chemische kennis ook een afweging vraagt.

Zes opgaven uit scheikunde op het vwo

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 271. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Met spectroscopie onderzoek je meestal...

    • hoe een stof reageert met licht of straling
    • de massa van een stof met een balans
    • het kookpunt van een stof
    • de kleur van een vlam met het blote oog zonder apparaat
    Antwoord

    hoe een stof reageert met licht of straling — Spectroscopie bestudeert hoe stoffen licht of andere straling absorberen of uitzenden, om zo iets over hun structuur of samenstelling te weten te komen.

  2. Wat is een alkaan?

    • Een molecuul met alleen koolstof- en waterstofatomen en enkelvoudige bindingen
    • Een zout van koolstof
    • Een metaal
    • Een zuur
    Antwoord

    Een molecuul met alleen koolstof- en waterstofatomen en enkelvoudige bindingen — Alkanen zijn de eenvoudigste koolwaterstoffen: alleen C en H, met alleen enkelvoudige (C–C) bindingen.

  3. De H+-concentratie van een oplossing is 1×10⁻³ mol/L. Bereken de pH.

    Antwoord

    3 — pH = -log[H+] = -log(1×10⁻³) = 3.

  4. Een ester ontstaat uit de reactie tussen...

    • een alkaan en een alkeen
    • een alcohol en een carbonzuur
    • twee alcoholen
    • een zuur en een base
    Antwoord

    een alcohol en een carbonzuur — Verestering is de reactie tussen de OH-groep van een alcohol en de COOH-groep van een carbonzuur.

  5. Waarom verloopt een reactie sneller bij een hogere temperatuur?

    • Deeltjes bewegen sneller en botsen vaker en harder tegen elkaar
    • Warmte maakt stoffen zwaarder
    • De concentratie neemt toe door warmte
    • Temperatuur heeft geen invloed
    Antwoord

    Deeltjes bewegen sneller en botsen vaker en harder tegen elkaar — Bij hogere temperatuur bewegen deeltjes sneller: ze botsen vaker én met meer energie, waardoor meer botsingen tot reactie leiden.

  6. In een dynamisch evenwicht geldt dat...

    • de reactie helemaal is gestopt
    • de heenreactie en de terugreactie beide nog doorgaan, even snel
    • alleen de heenreactie doorgaat
    • alle stof is omgezet in product
    Antwoord

    de heenreactie en de terugreactie beide nog doorgaan, even snel — Bij een dynamisch evenwicht gaan beide reacties door, maar met gelijke snelheid, waardoor de concentraties niet meer veranderen.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met scheikunde

Scheikunde in andere leerjaren