Scheikunde oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft scheikunde in 4 leerjaarbanden, samen 135 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit scheikunde op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 942. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Wat is een ion?

    • Een neutraal atoom
    • Een atoom of molecuul met een lading, door verlies of opname van elektronen
    • Een soort molecuul zonder lading
    • Een proton
    Antwoord

    Een atoom of molecuul met een lading, door verlies of opname van elektronen — Een ion ontstaat als een atoom elektronen verliest (positief, kation) of opneemt (negatief, anion).

  2. Waarom kun je ijzervijlsel en zwavelpoeder scheiden met een magneet?

    • Zwavel is magnetisch
    • IJzer is magnetisch, zwavel niet
    • Beide zijn magnetisch
    • Geen van beide is magnetisch
    Antwoord

    IJzer is magnetisch, zwavel niet — Alleen ijzer wordt aangetrokken door een magneet — een fysische eigenschap die je direct kunt gebruiken om te scheiden.

  3. Waaruit bestaat de kern van een atoom?

    • Protonen en elektronen
    • Protonen en neutronen
    • Neutronen en elektronen
    • Alleen protonen
    Antwoord

    Protonen en neutronen — De kern bevat protonen (positief) en neutronen (neutraal). De elektronen (negatief) bewegen eromheen.

  4. Met spectroscopie onderzoek je meestal...

    • hoe een stof reageert met licht of straling
    • de massa van een stof met een balans
    • het kookpunt van een stof
    • de kleur van een vlam met het blote oog zonder apparaat
    Antwoord

    hoe een stof reageert met licht of straling — Spectroscopie bestudeert hoe stoffen licht of andere straling absorberen of uitzenden, om zo iets over hun structuur of samenstelling te weten te komen.

  5. Natrium (Na) geeft één elektron af. Welk ion ontstaat er?

    • Na⁻
    • Na⁺
    • Na²⁺
    • Na blijft neutraal
    Antwoord

    Na⁺ — Door een elektron te verliezen wordt natrium positief geladen: Na⁺.

  6. Chromatografie scheidt stoffen op basis van hoe goed ze oplossen en meebewegen met een oplosmiddel. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Bij chromatografie bewegen verschillende stoffen met verschillende snelheid mee met het oplosmiddel over het papier, waardoor ze uit elkaar lopen.