Rekenen oefenen in groep 8
In het kort. Rekenen in groep 8 gaat over schaal en verhoudingen mengen, oppervlakte, omtrek en tijdsduur, hoeken, inhoud en cirkels. Schoolschrift dekt dat met 15 leerdoelen in 5 hoofdstukken en 130 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 23, 24, 26, 29, 32, 33 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij rekenen in groep 8?
Schaal en verhoudingen mengen
Verhoudingen en procenten · 1S · kerndoel 2006: 26, 29- Schaal op een kaart of tekening — Ik kan met een schaal de echte afstand of een afstand op tekening berekenen.
- Verhoudingen mengen — Ik kan uitrekenen hoeveel ik nodig heb bij een verhouding zoals 2 : 3.
- Verdelen in een verhouding — Ik kan een bedrag of hoeveelheid verdelen volgens een verhouding.
Oppervlakte, omtrek en tijdsduur
Meten en meetkunde · 1S · kerndoel 2006: 32, 33- Oppervlakte van een driehoek — Ik kan de oppervlakte van een driehoek berekenen.
- Omtrek van meer vormen — Ik kan de omtrek van verschillende vormen berekenen.
- Tijdsduur berekenen — Ik kan uitrekenen hoeveel tijd er tussen twee kloktijden zit.
Hoeken, inhoud en cirkels
Meten en meetkunde · 1S · kerndoel 2006: 32, 33- Hoeken meten en soorten hoeken — Ik kan een hoek meten met een geodriehoek en het soort hoek benoemen.
- Inhoud in liters omrekenen — Ik kan liters, deciliters en milliliters omrekenen.
- Straal en middellijn van een cirkel — Ik ken het verband tussen de straal en de middellijn van een cirkel.
Het gemiddelde
Verbanden · 1S · kerndoel 2006: 23, 24- Gemiddelde berekenen — Ik kan een gemiddelde uitrekenen en zeggen wat het betekent.
- Het ontbrekende getal bij een gemiddelde — Ik kan een ontbrekend getal vinden als ik het gemiddelde ken.
- Gemiddeldes vergelijken — Ik kan gemiddeldes van twee groepen met elkaar vergelijken.
Gemiddelde en modus
Verbanden · 1S · kerndoel 2006: 23, 24- De modus bepalen — Ik kan de modus (het meest voorkomende getal) in een rijtje vinden.
- Modus en gemiddelde vergelijken — Ik kan uitleggen wanneer je beter de modus of het gemiddelde gebruikt.
- Het gemiddelde gebruiken om te voorspellen — Ik kan het gemiddelde gebruiken om een ontbrekend of volgend getal in te schatten.
Zes opgaven uit rekenen in groep 8
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 124. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Op een kaart met schaal 1 : 100 meet je 5 cm. Hoeveel meter is dat in het echt?
Antwoord
5 — 5 cm × 100 = 500 cm = 5 meter.
-
Een driehoek heeft een basis van 8 cm en een hoogte van 5 cm. Wat is de oppervlakte in cm²?
Antwoord
20 — (8 × 5) : 2 = 40 : 2 = 20 cm².
-
Een hoek van 120° is een:
- scherpe hoek
- rechte hoek
- stompe hoek
- gestrekte hoek
Antwoord
stompe hoek — 120° is meer dan 90° en minder dan 180°, dus het is een stompe hoek.
-
Cijfers: 6, 8, 7, 7. Wat is het gemiddelde?
Antwoord
7 — 6 + 8 + 7 + 7 = 28. 28 : 4 = 7.
-
Wat is de modus van 3, 5, 5, 7, 5, 2?
Antwoord
5 — 5 komt drie keer voor, vaker dan de andere getallen. De modus is 5.
-
Schaal 1 : 50.000. Op de kaart is de afstand 4 cm. Hoeveel km is dat in het echt?
Antwoord
2 — 4 cm × 50.000 = 200.000 cm = 2000 m = 2 km.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.