Rekenen oefenen in groep 3
In het kort. Rekenen in groep 3 gaat over splitsen en sommen tot 20; getallen tot 100; tafels: ankers. Schoolschrift dekt dat met 14 leerdoelen in 6 hoofdstukken en 115 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij rekenen in groep 3?
Splitsen en sommen tot 20
Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30- Splitsingen tot 10 memoriseren — Ik weet uit mijn hoofd hoe ik elk getal tot 10 kan splitsen.
- Optellen en aftrekken tot 20 — Ik kan alle sommen tot 20 uitrekenen, ook over het tiental heen.
- Aftrekken tot 20 — Ik kan alle aftreksommen tot 20 uitrekenen, ook over het tiental heen.
Getallen tot 100
Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30- Tellen tot 100 — Ik kan tellen tot 100 en weet welk getal voor en na een ander getal komt.
- Tientallen en eenheden — Ik kan een getal tot 100 opdelen in tientallen en eenheden.
- Groter, kleiner of gelijk — Ik kan getallen tot 100 vergelijken: groter dan, kleiner dan of gelijk aan elkaar.
Tafels: ankers
Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30- Tafel van 2 — Ik ken de tafel van 2 uit mijn hoofd.
- Tafel van 5 — Ik ken de tafel van 5 uit mijn hoofd.
- Tafel van 10 — Ik ken de tafel van 10 uit mijn hoofd.
Breuken: heel, half en kwart
Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30- Heel, half en kwart — Ik weet wat een heel, een half en een kwart van iets is.
Meten: afpassen
Meten en meetkunde · 1F · kerndoel 2006: 32, 33- Langer, korter of even lang — Ik kan voorwerpen vergelijken en ordenen op lengte, zonder liniaal.
- Zwaarder, lichter, meer of minder — Ik kan voorwerpen vergelijken op gewicht (zwaarder/lichter) en op inhoud (meer/minder).
Klok: hele, halve en kwart uren
Meten en meetkunde · 1F · kerndoel 2006: 32, 33- Hele en halve uren — Ik kan hele en halve uren aflezen op een analoge klok.
- Kwartieren — Ik kan kwart over en kwart voor aflezen.
Zes opgaven uit rekenen in groep 3
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 109. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
7 = 3 + ?
- 2
- 3
- 4
- 5
Antwoord
4 — 3 + 4 = 7. Splitsen is een som omdraaien: van de 7 haal je 3 af, dan blijft 4 over.
-
Welk getal komt na 39?
- 30
- 38
- 40
- 49
Antwoord
40 — Na 39 komt 40: het volgende tiental.
-
2 × 6 =
Antwoord
12 — 2 × 6 is 6 verdubbeld: 6 + 6 = 12.
-
Een appel wordt in 2 gelijke stukken gesneden. Hoeveel is 1 stuk?
- Een heel
- Een half
- Een kwart
- Een derde
Antwoord
Een half — Als iets in 2 gelijke stukken wordt gesneden, is elk stuk een half.
-
Twee potloden liggen naast elkaar met hetzelfde beginpunt. Potlood A steekt verder uit dan potlood B. Welk potlood is langer?
- Potlood A
- Potlood B
- Ze zijn even lang
- Dat kun je niet zien
Antwoord
Potlood A — Als je begint bij hetzelfde punt, is het potlood dat verder uitsteekt het langst.
-
De korte wijzer staat op 4, de lange op 12. Hoe laat is het?
- 4 uur
- 12 uur
- 8 uur
- half 4
Antwoord
4 uur — De lange wijzer op 12 betekent een heel uur. De korte wijzer wijst het uur aan: 4 uur.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.