Rekenen oefenen in groep 5

In het kort. Rekenen in groep 5 gaat over tafels: lastige rijtjes; getallen tot 1000 en sprongen van 10; tafels in verhalen en delen met rest. Schoolschrift dekt dat met 20 leerdoelen in 8 hoofdstukken en 152 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij rekenen in groep 5?

  • Tafels: lastige rijtjes

    Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30
    • Tafel van 7 — Ik ken de tafel van 7 uit mijn hoofd.
    • Tafel van 8 — Ik ken de tafel van 8 uit mijn hoofd.
    • Tafel van 9 — Ik ken de tafel van 9 uit mijn hoofd.
  • Getallen tot 1000 en sprongen van 10

    Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30
    • Getallen tot 1000 begrijpen — Ik kan een getal tot 1000 lezen en uitleggen wat elk cijfer betekent.
    • Sprongen van 10 en 100 op de getallenlijn — Ik kan er in gedachten 10 of 100 bij optellen of aftrekken.
    • Plus- en minsommen met tientallen — Ik kan sommen met tientallen erbij of eraf uitrekenen tot 1000.
  • Tafels in verhalen en delen met rest

    Getallen en bewerkingen · 1F · kerndoel 2006: 26, 27, 28, 29, 30
    • Tafels toepassen in een verhaaltje — Ik kan een tafelsom herkennen in een verhaaltje en uitrekenen.
    • Delen met rest — Ik kan een deelsom uitrekenen met een rest die overblijft.
    • Geld teruggeven — Ik kan uitrekenen hoeveel wisselgeld iemand terugkrijgt.
  • Meten, kalender en symmetrie

    Meten en meetkunde · 1F · kerndoel 2006: 32, 33
    • Meten met een liniaal — Ik kan een lengte aflezen en tekenen met een liniaal in centimeters en millimeters.
    • Kalender en tijdsduur — Ik kan uitrekenen hoeveel tijd er tussen twee data of tijdstippen zit.
    • Symmetrie en vormen — Ik kan herkennen of een vorm een symmetrie-as heeft en hoeveel.
  • Een som die er niet staat

    Denken als een wiskundige · 1F
    • Van verhaal naar som — Ik kan uit een verhaal halen welke som ik moet maken.
    • Een grote som in stukken — Ik kan een lastige som in kleinere stappen opdelen.
  • Tekens en woorden

    Wiskundetaal en gereedschap · 1F
    • Wat de tekens betekenen — Ik ken de betekenis van de gewone rekentekens en kan ze goed lezen.
    • Rekenwoorden in een opgave — Ik ken de rekenwoorden som, verschil, product en quotiënt en weet welke bewerking erbij hoort.
  • Kan dit antwoord kloppen?

    Wiskundige houding · 1F
    • Eerst schatten, dan rekenen — Ik kan uitleggen waarom schatten vóór het rekenen fouten opspoort.
    • Je antwoord terugrekenen — Ik kan mijn eigen antwoord controleren door de som terug te rekenen.
  • Rekenen in een gewone dag

    Wiskunde in de wereld · 1F
    • Rekenen bij de kassa — Ik kan uitrekenen wat een boodschappenmandje kost en hoeveel geld ik terugkrijg.
    • Op tijd komen — Ik kan uitrekenen hoe laat ik moet vertrekken om ergens op tijd te zijn.

Zes opgaven uit rekenen in groep 5

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 146. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. 7 × 6 =

    Antwoord

    42 — 5 × 6 = 30, plus 2 × 6 = 12. Samen 30 + 12 = 42.

  2. Hoeveel honderdtallen zitten er in 427?

    • 2
    • 4
    • 7
    • 42
    Antwoord

    4 — 427 = 4 honderdtallen, 2 tientallen, 7 eenheden. Het eerste cijfer is het aantal honderdtallen: 4.

  3. Er staan 6 rijen stoelen met elk 8 stoelen. Hoeveel stoelen zijn er in totaal?

    Antwoord

    48 — 6 rijen van 8 stoelen: 6 × 8 = 48.

  4. Een potlood is 12 cm lang. Hoeveel millimeter is dat?

    • 120
    • 12
    • 1200
    • 102
    Antwoord

    120 — 1 cm = 10 mm, dus 12 cm = 12 × 10 = 120 mm.

  5. Acht dozen met twaalf appels per doos. Welke som hoort daarbij?

    • 8 + 12
    • 8 × 12
    • 12 − 8
    Antwoord

    8 × 12 — Evenveel in elk groepje, en je wilt het totaal: dat is keer. 8 × 12 = 96 appels.

  6. Wat betekent het teken ≈?

    • precies gelijk aan
    • ongeveer gelijk aan
    • kleiner dan
    Antwoord

    ongeveer gelijk aan — π ≈ 3,14: het is bijna dat getal, maar niet precies.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met rekenen

Rekenen in andere leerjaren