Nederlands als tweede taal oefenen op Alfa C

In het kort. Nederlands als tweede taal op Alfa C gaat over korte zinnen vlot lezen, een briefje van school lezen, de klok en de weg. Schoolschrift dekt dat met 12 leerdoelen in 4 hoofdstukken en 72 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij nederlands als tweede taal op Alfa C?

  • Korte zinnen vlot lezen

    Lezen · Alfa C
    • Woorden die je meteen herkent — Ik herken de kleine woorden die in bijna elke zin staan in één keer, zonder ze te hakken.
    • Lezen wat er staat — Ik kan een korte zin lezen en zeggen wat er staat, ook als de zin over twee dingen gaat.
    • De hoofdletter, de punt en het vraagteken — Ik zie waar een zin begint en waar hij eindigt, en ik herken een vraag aan het vraagteken.
  • Een briefje van school lezen

    Lezen · Alfa C
    • Wanneer, hoe laat en waar — Ik kan op een briefje van school opzoeken wanneer, hoe laat en waar iets is.
    • Wat moet je meenemen — Ik kan op een briefje van school opzoeken wat ik mee moet nemen.
    • Een afspraak of een oproep — Ik kan op een briefje van school lezen dat de school dicht is of dat iemand moet komen.
  • De klok en de weg

    Woordenschat · Alfa C
    • Hoe laat is het? — Ik kan de klok lezen op hele en halve uren en op kwartieren, en ik ken de woorden voor de tijd van de dag.
    • De weg vragen — Ik kan vragen waar iets is en ik begrijp het antwoord: links, rechts, rechtdoor, de eerste straat.
    • Plekken in de buurt — Ik ken de namen van de plekken in de buurt en ik weet waarvoor je er heen gaat.
  • Jezelf voorstellen

    Gesprekken voeren · Alfa C
    • Hallo en tot ziens — Ik kan iemand groeten als ik binnenkom en als ik wegga, en ik kan dank je wel, alsjeblieft en sorry zeggen.
    • Hoe heet je? — Ik kan zeggen hoe ik heet, hoe het met me gaat, waar ik vandaan kom en hoe oud ik ben.
    • Ik begrijp het niet — Ik kan zeggen dat ik het niet begrijp en ik kan vragen of iemand het nog een keer zegt of wat een woord betekent.

Zes opgaven uit nederlands als tweede taal op Alfa C

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 66. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Welk woord hoor je?

    • niet
    • net
    • niks
    Antwoord

    niet — In niet hoor je de ie, in net de e. In niks hoor je de korte i en aan het eind een k en een s.

  2. Wanneer gaan we naar het museum?

    • maandag 8 september
    • dinsdag 8 september
    • maandag 9 september
    Antwoord

    maandag 8 september — Op het briefje staat maandag 8 september. September is de maand en 8 is de dag; 9 is de tijd, niet de dag.

  3. Hoe laat is half acht? Schrijf de tijd met cijfers, zoals 9.15.

    Antwoord

    7.30 — Half acht is 7.30 uur — een half uur vóór acht. Het is dus nog geen acht uur.

  4. Je komt 's ochtends binnen. Wat zeg je?

    • Goedemorgen.
    • Goedemiddag.
    • Tot ziens.
    Antwoord

    Goedemorgen. — 's Ochtends zeg je goedemorgen. Goedemiddag zeg je later op de dag, en tot ziens pas als je weer weggaat.

  5. Welk woord past in de zin?

    Antwoord

    heeft — Bij de juf hoort heeft. Bij ik hoort heb: ik heb een boek.

  6. Vul in wat er op het briefje staat.

    Antwoord

    museum — Achter de woorden naar het staat waar de klas heen gaat: het museum.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met nederlands als tweede taal

Nederlands als tweede taal in andere leerjaren