Nederlands als tweede taal oefenen op Alfa A
In het kort. Nederlands als tweede taal op Alfa A gaat over mijn naam en het alfabet; de eerste klanken: m, r, v, s, l, k; woorden van drie letters. Schoolschrift dekt dat met 12 leerdoelen in 4 hoofdstukken en 72 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij nederlands als tweede taal op Alfa A?
Mijn naam en het alfabet
Klank en letter · Alfa A- Mijn naam schrijven — Ik kan mijn eigen naam herkennen en overschrijven.
- Hoofdletter en kleine letter — Ik herken de letters van het alfabet en zie welke hoofdletter bij welke kleine letter hoort.
- De klinkers a, e, i, o, u — Ik hoor de klanken a, e, i, o en u en ik kies er de goede letter bij.
De eerste klanken: m, r, v, s, l, k
Klank en letter · Alfa A- De klank bij m, r, v, s, l en k — Ik weet welke klank bij de letters m, r, v, s, l en k hoort.
- De eerste en de laatste klank van een woord horen — Ik hoor met welke klank een woord begint en met welke klank het eindigt.
- Klanken die op elkaar lijken: m/n, v/f, s/z, l/r — Ik hoor het verschil tussen klanken die op elkaar lijken: m en n, v en f, s en z, l en r.
Woorden van drie letters
Klank en letter · Alfa A- Een woord in drie klanken hakken — Ik kan een woord van drie letters in drie losse klanken hakken.
- Drie klanken tot een woord plakken — Ik kan drie losse klanken samen tot een woord plakken.
- Een woord van drie letters schrijven — Ik kan een woord van drie letters overschrijven en schrijven wat ik hoor.
Luisteren naar woorden en getallen
Luisteren · Alfa A- Welk woord hoor je? — Ik kan een gesproken woord uit een rijtje woorden aanwijzen en opschrijven.
- De getallen 0 tot en met 20 — Ik kan de getallen 0 tot en met 20 horen en opschrijven.
- De dagen van de week — Ik kan de dagen van de week horen, herkennen en in de goede volgorde zetten.
Zes opgaven uit nederlands als tweede taal op Alfa A
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 66. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Welk woord is hetzelfde als dit woord?
- Sora
- Sara
- Sana
Antwoord
Sara — Sara is S-a-r-a. In Sora staat een o waar in Sara een a staat, en in Sana staat een n waar een r hoort.
-
Welke letter hoor je in het midden?
- a
- o
- u
Antwoord
o — Je hakt het woord: b - o - s. In het midden hoor je de o.
-
Schrijf dit getal met letters: 8
Antwoord
acht — 8 is acht. Je schrijft a-c-h-t.
-
Deze twee woorden zijn hetzelfde: Ali — Ali. Waar of niet waar?
Antwoord
Waar — Links staat A-l-i en rechts staat A-l-i. Dezelfde letters in dezelfde volgorde, dus hetzelfde woord.
-
Welke letter hoor je aan het begin?
- m
- n
- s
Antwoord
m — Je hakt het woord: m - e - s. Aan het begin hoor je de m. De s hoor je aan het eind.
-
Welke dag past hier?
Antwoord
woensdag — Na dinsdag komt woensdag. Pas daarna komt donderdag.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met nederlands als tweede taal