Nederlands als tweede taal oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft nederlands als tweede taal in 6 leerjaarbanden, samen 108 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit nederlands als tweede taal op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 647. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. In welke kamer maak je eten klaar?

    • de keuken
    • de badkamer
    • de gang
    Antwoord

    de keuken — Eten maak je klaar in de keuken. In de badkamer was je je, en de gang is de ruimte waar de kamers op uitkomen.

  2. In je boek staat deze opdracht. Wat moet je doen?

    • Eén ding opschrijven dat gezond is, bijvoorbeeld een appel.
    • Uitleggen waarom mensen gezond moeten eten.
    • Alles opschrijven wat gezond is.
    Antwoord

    Eén ding opschrijven dat gezond is, bijvoorbeeld een appel. — Geef een voorbeeld vraagt om één ding waaraan je het kunt zien. Uitleggen doe je bij leg uit, en alles opschrijven hoeft nooit.

  3. Welk woord is hetzelfde als dit woord?

    • Sora
    • Sara
    • Sana
    Antwoord

    Sara — Sara is S-a-r-a. In Sora staat een o waar in Sara een a staat, en in Sana staat een n waar een r hoort.

  4. Welke twee letters hoor je aan het begin?

    • st
    • sp
    • ts
    Antwoord

    st — Je hakt het begin: s - t - oel. Eerst de s, dan de t. Samen: st.

  5. Welk woord hoor je?

    • niet
    • net
    • niks
    Antwoord

    niet — In niet hoor je de ie, in net de e. In niks hoor je de korte i en aan het eind een k en een s.

  6. Welke zin uit deze alinea is de kernzin?

    • Nederland beschermt zich op drie manieren tegen het water.
    • Duinen langs de kust houden de zee tegen.
    • Gemalen pompen het regenwater uit de polders weg.
    Antwoord

    Nederland beschermt zich op drie manieren tegen het water. — De kernzin zegt waar de hele alinea over gaat. De andere zinnen noemen elk één van de drie manieren en zijn dus de uitwerking.