Economie oefenen op het vmbo
In het kort. Economie op het vmbo gaat over ruilen, geld en handel, specialisatie en ruilvoordeel, markt en prijs. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 210 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 36 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij economie op het vmbo?
Ruilen, geld en handel
Schaarste, ruil en handel · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Waarom we geld gebruiken — Ik ken de drie functies van geld en waarom ruilhandel lastig is.
- Waarom landen met elkaar handelen — Ik kan uitleggen waarom landen invoeren en uitvoeren in plaats van alles zelf te maken.
- Arbeidsverdeling en productiviteit — Ik kan uitleggen waarom werk verdelen in taken de productie vaak sneller maakt.
Specialisatie en ruilvoordeel
Schaarste, ruil en handel · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Wat is specialisatie? — Ik kan uitleggen wat specialisatie is en waarom mensen zich specialiseren.
- Voordeel van ruilen na specialisatie — Ik kan uitleggen waarom ruilen na specialisatie voordelig kan zijn voor beide partijen.
- Landen die met elkaar handelen — Ik kan uitleggen waarom landen internationaal met elkaar handelen.
Markt en prijs
Markt: vraag, aanbod en marktvormen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Vraag, aanbod en prijs — Ik kan uitleggen hoe de prijs op een markt tot stand komt.
- Kosten, opbrengsten en winst — Ik kan winst uitrekenen en het verschil tussen vaste en variabele kosten benoemen.
- Van vrije markt tot monopolie — Ik ken het verschil tussen veel aanbieders en één aanbieder op een markt.
Vraag, aanbod en prijsverandering
Markt: vraag, aanbod en marktvormen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Wat gebeurt er met de prijs als de vraag verandert? — Ik kan voorspellen hoe de prijs verandert als de vraag stijgt of daalt.
- Wat gebeurt er met de prijs als het aanbod verandert? — Ik kan voorspellen hoe de prijs verandert als het aanbod stijgt of daalt.
- De evenwichtsprijs — Ik kan uitleggen wat de evenwichtsprijs is.
Sparen en lenen
Ruilen over de tijd: sparen, lenen en rente · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Waarom sparen bij de bank rente oplevert — Ik kan uitleggen waarom een bank rente betaalt over spaargeld.
- Wat lenen kost — Ik kan berekenen wat een lening in totaal aan rente kost.
- Enkelvoudige rente berekenen — Ik kan de rente over meerdere jaren berekenen als het bedrag niet verandert.
Begroten: inkomsten en uitgaven plannen
Ruilen over de tijd: sparen, lenen en rente · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Een begroting opstellen — Ik kan een eenvoudige begroting van inkomsten en uitgaven opstellen.
- Overschot of tekort op je begroting — Ik kan bepalen of een begroting een overschot of een tekort heeft.
- Een begroting aanpassen — Ik kan voorstellen hoe je een tekort op een begroting kunt oplossen.
Samenwerken in een bedrijf
Samenwerken en onderhandelen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Taakverdeling in een bedrijf — Ik kan uitleggen waarom een bedrijf werk verdeelt over verschillende medewerkers.
- Voordelen van in een team werken — Ik kan voordelen van teamwerk benoemen.
- Taken en verantwoordelijkheid — Ik kan uitleggen wat het betekent om verantwoordelijk te zijn voor een taak.
Verzekeren: een eerste kennismaking
Risico en informatie · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Wat is een verzekering? — Ik kan uitleggen wat een verzekering is en waarom mensen zich verzekeren.
- Premie en uitkering — Ik kan het verschil tussen premie en uitkering uitleggen en er eenvoudig mee rekenen.
- Eigen risico — Ik kan uitleggen wat eigen risico betekent bij een verzekering.
Wat bepaalt onze welvaart?
Welvaart, groei en verdeling · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- De productiefactoren — Ik kan de productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur benoemen.
- Technologie en welvaart — Ik kan uitleggen hoe nieuwe technologie de welvaart kan beïnvloeden.
- Verschillen in welvaart tussen landen — Ik kan factoren noemen die verschillen in welvaart tussen landen kunnen verklaren.
De overheid verdient en geeft uit
Overheid, conjunctuur en beleid · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36
- Waar komt het geld van de overheid vandaan? — Ik kan bronnen van overheidsinkomsten benoemen.
- Waar geeft de overheid geld aan uit? — Ik kan voorbeelden van overheidsuitgaven benoemen.
- Overschot of tekort bij de overheid — Ik kan uitleggen wat een overheidstekort of -overschot betekent.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met economie
Economie in andere leerjaren