Economie oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft economie in 4 leerjaarbanden, samen 125 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit economie op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 831. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Land A kan zowel graan als textiel efficiënter produceren dan land B. Land A heeft dan een...

    • absoluut voordeel in beide producten
    • absoluut nadeel in beide producten
    • geen enkel voordeel
    • alleen voordeel in textiel
    Antwoord

    absoluut voordeel in beide producten — Absoluut voordeel betekent dat een land met dezelfde middelen meer van een product kan maken dan een ander land; hier geldt dat voor land A bij beide producten.

  2. Wat betekent schaarste in de economie?

    • Er is bijna niets van
    • Middelen zijn beperkt terwijl behoeften onbeperkt zijn
    • Iets is duur
    • Iets is zeldzaam
    Antwoord

    Middelen zijn beperkt terwijl behoeften onbeperkt zijn — Schaarste gaat niet over weinig, maar over de spanning tussen wat je wilt en wat je hebt. Zelfs tijd is schaars.

  3. Zonder geld moet je ruilen met goederen. Wat is daarbij het grootste probleem?

    • Je moet iemand vinden die precies wil ruilen wat jij aanbiedt én aanbiedt wat jij wilt
    • Goederen zijn te zwaar
    • Er is dan geen markt
    • Ruilhandel is verboden
    Antwoord

    Je moet iemand vinden die precies wil ruilen wat jij aanbiedt én aanbiedt wat jij wilt — Dit heet de 'dubbele coïncidentie van behoeften'. Geld lost dit op.

  4. Wat is de ruilvoet bij handel tussen twee landen?

    • De verhouding waartegen producten van het ene land geruild worden tegen producten van het andere land
    • Het totale handelsvolume
    • De hoeveelheid geld die een land bezit
    • Een verplicht belastingtarief
    Antwoord

    De verhouding waartegen producten van het ene land geruild worden tegen producten van het andere land — De ruilvoet geeft aan hoeveel eenheden van het ene product je krijgt voor een eenheid van het andere product bij handel tussen landen.

  5. Absoluut voordeel gaat over wie in totaal het meest efficiënt kan produceren, zonder naar de andere producten te kijken. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Bij absoluut voordeel vergelijk je puur de productie-efficiëntie per product, los van wat een land aan andere producten opgeeft.

  6. Je gaat een middag gamen in plaats van werken voor € 12 per uur. Wat zijn je alternatieve kosten voor 4 uur?

    • € 0, gamen is gratis
    • € 48 aan misgelopen loon
    • € 12
    • Dat is niet te berekenen
    Antwoord

    € 48 aan misgelopen loon — Alternatieve kosten zijn wat je opgeeft: 4 × € 12 = € 48. Iets kan gratis lijken en toch duur zijn.