Biologie oefenen op het vwo
In het kort. Biologie op het vwo gaat over synaps en actiepotentiaal; immunologie: antigenen en antistoffen; celademhaling en ATP. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 219 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij biologie op het vwo?
Synaps en actiepotentiaal
Zelfregulatie
- Het ontstaan van een actiepotentiaal beschrijven — Ik kan uitleggen dat een zenuwsignaal een elektrisch signaal is dat langs de zenuwcel reist.
- Signaaloverdracht bij een synaps beschrijven — Ik kan uitleggen dat een zenuwsignaal bij een synaps via chemische signaalstoffen wordt overgedragen op de volgende cel.
- Effecten van stoffen op de synaps verklaren — Ik kan uitleggen dat sommige stoffen en medicijnen de werking van een synaps kunnen versterken of afremmen.
Immunologie: antigenen en antistoffen
Zelfregulatie
- Het begrip antigeen uitleggen — Ik kan uitleggen dat een antigeen een stof is die het afweersysteem herkent als lichaamsvreemd.
- De binding tussen antigeen en antistof beschrijven — Ik kan uitleggen dat een antistof als een sleutel-slotmodel specifiek bindt aan een bijpassend antigeen.
- Immunologisch geheugen verklaren — Ik kan uitleggen waarom een tweede infectie met dezelfde ziekteverwekker vaak mild of onopgemerkt verloopt.
Celademhaling en ATP
Zelforganisatie
- ATP als energiedrager beschrijven — Ik kan uitleggen dat cellen energie tijdelijk opslaan en vervoeren in het molecuul ATP.
- De hoofdstappen van celademhaling beschrijven — Ik kan uitleggen dat celademhaling glucose en zuurstof omzet in CO2, water en energie (ATP).
- Aerobe en anaerobe energievoorziening onderscheiden — Ik kan het verschil tussen energie leveren met en zonder zuurstof uitleggen.
Energiestroom en trofische efficiëntie
Interactie
- Trofische niveaus in een voedselketen benoemen — Ik kan producenten, consumenten en de trofische niveaus in een voedselketen benoemen.
- Energieverlies tussen trofische niveaus berekenen — Ik kan uitleggen dat ongeveer 90% van de energie verloren gaat bij elke stap in de voedselketen, en dit toepassen op een rekenvoorbeeld.
- De piramide van biomassa interpreteren — Ik kan uitleggen waarom de hoeveelheid biomassa meestal afneemt van producenten naar topconsumenten.
Kruisingsschema's
Reproductie
- Meiose: de vorming van geslachtscellen — Ik kan uitleggen hoe meiose het aantal chromosomen halveert en variatie oplevert.
- Een kruisingsschema maken — Ik kan een eenvoudig kruisingsschema opstellen en de verhouding tussen de nakomelingen voorspellen.
- Erfelijkheid aflezen uit een stamboom — Ik kan uit een stamboom aflezen of een kenmerk dominant of recessief overerft.
Mutaties en genetische variatie
Reproductie
- Het begrip mutatie uitleggen — Ik kan uitleggen wat een mutatie is: een verandering in het DNA.
- Gevolgen van mutaties op eiwitten en organismen beschrijven — Ik kan uitleggen dat een mutatie geen, een schadelijk of soms een gunstig effect kan hebben.
- Mutatie als bron van genetische variatie plaatsen — Ik kan uitleggen dat mutatie, samen met geslachtelijke voortplanting, zorgt voor genetische variatie binnen een soort.
Geslachtsgebonden overerving
Reproductie
- Geslachtschromosomen benoemen — Ik kan uitleggen dat de mens 23 paar chromosomen heeft, waarvan één paar de geslachtschromosomen X en Y zijn.
- X-gebonden overerving toepassen — Ik kan uitleggen waarom een geslachtsgebonden recessieve aandoening vaker bij mannen voorkomt.
- Een geslachtsgebonden kruisingsschema opstellen — Ik kan een kruisingsschema maken voor een X-gebonden recessieve eigenschap en de verhoudingen bij nakomelingen bepalen.
Soortvorming en bewijs
Evolutie
- Soortvorming — Ik kan uitleggen hoe reproductieve isolatie tot een nieuwe soort kan leiden.
- Bewijs voor evolutie — Ik ken de belangrijkste soorten bewijs voor evolutie.
- Gemeenschappelijke voorouders — Ik kan uitleggen wat het betekent als twee soorten een gemeenschappelijke voorouder delen.
Fylogenie en verwantschap
Evolutie
- Een fylogenetische boom lezen — Ik kan uit een fylogenetische boom aflezen welke soorten het nauwst verwant zijn.
- Homologe en analoge structuren onderscheiden — Ik kan het verschil tussen homologe organen (zelfde oorsprong) en analoge organen (zelfde functie, andere oorsprong) uitleggen.
- DNA-vergelijking als bewijs voor verwantschap gebruiken — Ik kan uitleggen dat hoe meer twee soorten in DNA-volgorde overeenkomen, hoe nauwer ze verwant zijn.
Gedrag en evolutie
Evolutie
- Aangeboren en aangeleerd gedrag onderscheiden — Ik kan het verschil tussen aangeboren (instinctief) en aangeleerd gedrag uitleggen.
- Gedrag als evolutionair voordeel beoordelen — Ik kan uitleggen dat gedrag dat de overlevingskans of voortplantingskans vergroot, via selectie behouden blijft.
- Schijnbaar onzelfzuchtig gedrag verklaren — Ik kan uitleggen hoe verwantenselectie kan verklaren waarom dieren soms een ander helpen ten koste van zichzelf.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met biologie
Biologie in andere leerjaren