Biologie oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft biologie in 4 leerjaarbanden, samen 120 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit biologie op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 838. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Waarom is een onderzoek met 200 proefpersonen meestal betrouwbaarder dan met 3?

    • Toeval en uitzonderingen hebben minder invloed op het gemiddelde
    • Meer mensen is altijd leuker
    • Het kost minder tijd
    • Er is geen verschil
    Antwoord

    Toeval en uitzonderingen hebben minder invloed op het gemiddelde — Met een grotere steekproef vallen toevallige uitschieters minder op in het gemiddelde, wat de uitkomst betrouwbaarder maakt.

  2. Je test of plantenvoeding de groei van tomatenplanten versnelt. Wat is de onafhankelijke variabele?

    • De hoeveelheid plantenvoeding
    • De lengte van de plant
    • Het soort pot
    • De kleur van de bladeren
    Antwoord

    De hoeveelheid plantenvoeding — De onafhankelijke variabele is wat jij expres verandert: hier de hoeveelheid plantenvoeding. De lengte van de plant meet je juist (dat is de afhankelijke variabele).

  3. Wat is homeostase?

    • Het constant houden van het inwendig milieu van het lichaam
    • Het groeien van een organisme
    • Het afbreken van voedsel
    • Het maken van nieuwe cellen
    Antwoord

    Het constant houden van het inwendig milieu van het lichaam — Cellen functioneren alleen goed binnen een smalle bandbreedte van temperatuur, pH en concentraties. Homeostase houdt die waarden stabiel.

  4. Wat is een actiepotentiaal?

    • Een kortstondige elektrische spanningsverandering die langs een zenuwcel reist
    • Een hormoon dat via het bloed reist
    • Een enzym in de zenuwcel
    • Een soort spiercel
    Antwoord

    Een kortstondige elektrische spanningsverandering die langs een zenuwcel reist — Een actiepotentiaal is het elektrische signaal waarmee een zenuwcel informatie doorgeeft, van de ene kant van de cel naar de andere.

  5. Als een experiment maar één keer is uitgevoerd, kun je zeker weten dat het resultaat klopt. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Niet waar — Eén meting kan toeval zijn. Herhaling laat zien of het resultaat steeds hetzelfde is, wat de betrouwbaarheid vergroot.

  6. Waarvoor dient een controlegroep?

    • Om te vergelijken met de groep die je behandelt
    • Om de proef leuker te maken
    • Om tijd te besparen
    • Ze is niet nodig
    Antwoord

    Om te vergelijken met de groep die je behandelt — De controlegroep krijgt geen behandeling en laat zien wat er normaal gebeurt, zodat je het effect van je behandeling kunt aantonen.