Biologie oefenen op de havo
In het kort. Biologie op de havo gaat over onderzoek en statistiek, zenuwstelsel en afweer, afweer en vaccinatie. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 226 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij biologie op de havo?
Onderzoek en statistiek
Vaardigheden- Betrouwbaarheid van een onderzoek beoordelen — Ik kan uitleggen waarom herhaling van metingen en een grote steekproef een onderzoek betrouwbaarder maken.
- Gemiddelde en spreiding van meetgegevens berekenen — Ik kan het gemiddelde van een reeks metingen berekenen en de spreiding beschrijven.
- Foutenbronnen in een biologisch experiment herkennen — Ik kan een storende factor (verstorende variabele) in een experiment benoemen en een verbetering voorstellen.
Zenuwstelsel en afweer
Zelfregulatie- Het zenuwstelsel — Ik kan het centrale en het perifere zenuwstelsel onderscheiden en uitleggen hoe een neuron een signaal doorgeeft.
- De reflexboog — Ik kan de weg van een reflex in de juiste volgorde zetten en uitleggen waarom een reflex zo snel is.
- Aspecifieke en specifieke afweer — Ik kan het verschil uitleggen tussen aspecifieke en specifieke afweer.
Afweer en vaccinatie
Zelfregulatie- De aspecifieke afweer beschrijven — Ik kan uitleggen dat de aspecifieke afweer (huid, slijmvlies, ontsteking) tegen alle indringers werkt.
- De specifieke afweer met antistoffen beschrijven — Ik kan uitleggen dat witte bloedcellen antistoffen maken die passen op één bepaalde ziekteverwekker.
- De werking van vaccinatie uitleggen — Ik kan uitleggen dat een vaccin het lichaam alvast antistoffen en geheugencellen laat maken zonder ziek te worden.
Hormonale regeling en feedback
Zelfregulatie- Hormoonklieren en hun hormonen benoemen — Ik kan voorbeelden van hormoonklieren en hun hormonen benoemen, zoals de alvleesklier en insuline.
- Negatieve terugkoppeling als regelmechanisme uitleggen — Ik kan uitleggen hoe negatieve terugkoppeling een waarde rond een streefwaarde houdt.
- Insuline en glucagon als tegenspelers beschrijven — Ik kan uitleggen hoe insuline en glucagon samen de bloedsuikerspiegel regelen via terugkoppeling.
Fotosynthese en verbranding
Zelforganisatie- Fotosynthese — Ik kan de fotosynthesereactie uitleggen en weet waar het plaatsvindt.
- Verbranding (cellulaire ademhaling) — Ik kan uitleggen hoe cellen energie uit glucose halen.
- Fotosynthese en verbranding vergeleken — Ik kan fotosynthese en verbranding met elkaar vergelijken.
Orgaanstelsels en samenwerking
Zelforganisatie- Het begrip orgaanstelsel toepassen — Ik kan uitleggen dat organen die samenwerken aan één hoofdtaak, een orgaanstelsel vormen.
- Samenwerking tussen orgaanstelsels beschrijven — Ik kan een voorbeeld geven waarbij twee orgaanstelsels samenwerken om het lichaam in balans te houden.
- Gevolgen van verstoorde homeostase herkennen — Ik kan uitleggen wat er kan gebeuren als een regelmechanisme in het lichaam faalt.
Kringlopen en populatiedynamica
Interactie- De koolstofkringloop beschrijven — Ik kan uitleggen hoe koolstof via fotosynthese, verbranding en ademhaling rondgaat tussen lucht, organismen en bodem.
- Factoren die populatiegroei beperken beschrijven — Ik kan uitleggen welke factoren (voedsel, ruimte, ziektes, vijanden) de groei van een populatie beperken.
- Groeicurves van een populatie interpreteren — Ik kan het verschil tussen exponentiële groei en groei die afvlakt bij de draagkracht herkennen in een grafiek.
DNA en genen
Reproductie- De structuur van DNA — Ik kan de bouw van DNA beschrijven en waar het zich in de cel bevindt.
- Genen en allelen — Ik kan het verschil uitleggen tussen een gen en een allel.
- Genotype en fenotype — Ik kan het verschil uitleggen tussen genotype en fenotype, en dominant en recessief.
Menselijke ontwikkeling
Reproductie- Bevruchting en innesteling beschrijven — Ik kan uitleggen hoe een bevruchte eicel zich innestelt in de baarmoeder en begint te delen.
- De functie van de placenta beschrijven — Ik kan uitleggen dat de placenta zuurstof en voedingsstoffen doorgeeft van moeder naar ongeboren kind en afvalstoffen terugvoert.
- Groei en puberteit als ontwikkelingsfase beschrijven — Ik kan uitleggen dat hormonen tijdens de puberteit lichamelijke veranderingen aansturen.
Natuurlijke selectie
Evolutie- Natuurlijke selectie — Ik kan uitleggen hoe natuurlijke selectie een populatie over generaties laat veranderen.
- Hoe aanpassingen ontstaan — Ik kan uitleggen dat aanpassingen ontstaan door selectie van bestaande variatie, niet doordat een dier het 'wil'.
- Antibioticaresistentie: evolutie in actie — Ik kan antibioticaresistentie uitleggen als een voorbeeld van natuurlijke selectie.
Zes opgaven uit biologie op de havo
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 220. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Waarom is een onderzoek met 200 proefpersonen meestal betrouwbaarder dan met 3?
- Toeval en uitzonderingen hebben minder invloed op het gemiddelde
- Meer mensen is altijd leuker
- Het kost minder tijd
- Er is geen verschil
Antwoord
Toeval en uitzonderingen hebben minder invloed op het gemiddelde — Met een grotere steekproef vallen toevallige uitschieters minder op in het gemiddelde, wat de uitkomst betrouwbaarder maakt.
-
Wat hoort bij het centrale zenuwstelsel?
- Hersenen en ruggenmerg
- Alle zenuwen in armen en benen
- Alleen de hersenen
- Alleen het ruggenmerg
Antwoord
Hersenen en ruggenmerg — Het centrale zenuwstelsel bestaat uit hersenen én ruggenmerg. De zenuwen die daarvandaan naar de rest van het lichaam lopen, vormen het perifere zenuwstelsel.
-
Wat kenmerkt de aspecifieke afweer?
- Ze werkt tegen alle indringers op dezelfde manier, snel maar niet gericht
- Ze herkent elke ziekteverwekker apart
- Ze bouwt geheugen op
- Ze werkt alleen na vaccinatie
Antwoord
Ze werkt tegen alle indringers op dezelfde manier, snel maar niet gericht — De aspecifieke afweer reageert snel en op dezelfde manier op allerlei indringers, zonder een specifieke ziekteverwekker te herkennen.
-
Welke klier maakt het hormoon insuline?
- De alvleesklier
- De schildklier
- De hersenen
- De nieren
Antwoord
De alvleesklier — De alvleesklier (pancreas) produceert insuline, dat de bloedsuikerspiegel verlaagt.
-
Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?
- CO2, water en licht
- Zuurstof en suiker
- Alleen aarde
- Stikstof en warmte
Antwoord
CO2, water en licht — Met CO2, water en energie uit licht maakt de plant glucose (suiker) en zuurstof als bijproduct.
-
Wat is een orgaanstelsel?
- Een groep organen die samen één hoofdfunctie vervullen
- Eén enkel orgaan
- Alle cellen van het lichaam samen
- Een los weefsel
Antwoord
Een groep organen die samen één hoofdfunctie vervullen — Organen zoals maag, dunne darm en dikke darm werken samen aan vertering; samen vormen ze het spijsverteringsstelsel.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.