Biologie oefenen op de onderbouw
In het kort. Biologie op de onderbouw gaat over onderzoek doen in de biologie, voeding en vertering, ademhaling en gaswisseling. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 166 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij biologie op de onderbouw?
Onderzoek doen in de biologie
Vaardigheden
- Een biologisch onderzoek opzetten — Ik kan een experiment opzetten met een controlegroep en de juiste variabelen.
- Werken met de microscoop — Ik kan de vergroting van een microscoop berekenen en een preparaat correct bekijken.
- Grafieken en tabellen lezen — Ik kan resultaten uit een grafiek of tabel aflezen en interpreteren.
Voeding en vertering
Zelfregulatie
- De weg van voedsel door het lichaam beschrijven — Ik kan de organen van het spijsverteringskanaal in de juiste volgorde noemen.
- De rol van spijsverteringssappen uitleggen — Ik kan uitleggen dat enzymen in het speeksel, de maag en de darm grote voedingsstoffen afbreken tot kleine stukjes.
- De belangrijkste voedingsstoffen benoemen — Ik kan koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines en mineralen benoemen en hun functie geven.
Ademhaling en gaswisseling
Zelfregulatie
- De weg van lucht door het ademhalingsstelsel beschrijven — Ik kan de organen van het ademhalingsstelsel in volgorde noemen: neus, luchtpijp, longen, longblaasjes.
- Het proces van gaswisseling uitleggen — Ik kan uitleggen dat zuurstof het bloed in gaat en CO2 het bloed uit, via diffusie in de longblaasjes.
- Het effect van inspanning op ademhaling beschrijven — Ik kan uitleggen waarom je bij inspanning sneller en dieper ademt.
Bloedsomloop en hart
Zelfregulatie
- De functie van het hart beschrijven — Ik kan uitleggen dat het hart een pomp is die bloed door het lichaam rondstuurt.
- De drie soorten bloedvaten onderscheiden — Ik kan slagaders, aders en haarvaten onderscheiden op functie en bouw.
- De route van het bloed door het lichaam volgen — Ik kan de route van het bloed van hart naar longen naar hart naar lichaam beschrijven.
Beweging: spieren en botten
Zelfregulatie
- De functies van het skelet benoemen — Ik kan uitleggen dat het skelet steun geeft, organen beschermt en samen met spieren beweging mogelijk maakt.
- De werking van gewrichten uitleggen — Ik kan uitleggen dat gewrichten botten verbinden en beweging op een bepaalde manier mogelijk maken.
- Samenwerking van spieren bij beweging beschrijven — Ik kan uitleggen dat spieren in paren werken: de ene trekt samen terwijl de andere ontspant.
De cel als bouwsteen
Zelforganisatie
- De celtheorie — Ik ken de celtheorie en weet dat cellen de bouwstenen van het leven zijn.
- Celonderdelen en hun functie — Ik ken de belangrijkste onderdelen van een cel en wat ze doen.
- Het celmembraan en diffusie — Ik kan uitleggen hoe stoffen via diffusie een cel in en uit gaan.
Bouw van een plant
Zelforganisatie
- De organen van een plant herkennen — Ik kan de functie van wortel, stengel, blad en bloem benoemen.
- De bouw van wortel en blad beschrijven — Ik kan uitleggen hoe wortelharen en huidmondjes de plant helpen.
- De bloem als voortplantingsorgaan herkennen — Ik kan de basisonderdelen van een bloem benoemen: meeldraad, stamper, kroonblad.
Schimmels en bacteriën
Zelforganisatie
- Bacteriën als eencellige organismen beschrijven — Ik kan uitleggen wat een bacterie is en het verschil met een dierlijke of plantaardige cel benoemen.
- Schimmels beschrijven en hun rol benoemen — Ik kan uitleggen wat een schimmel is en welke rol schimmels spelen als afbrekers.
- Nuttige en schadelijke micro-organismen onderscheiden — Ik kan voorbeelden geven van nuttige en schadelijke bacteriën en schimmels.
Ordening van organismen
Zelforganisatie
- Organismen indelen in grote groepen — Ik kan organismen indelen in groepen zoals dieren, planten, schimmels en bacteriën.
- Het begrip 'soort' toepassen — Ik kan uitleggen wanneer twee organismen tot dezelfde soort horen.
- De wetenschappelijke naamgeving herkennen — Ik kan uitleggen waarom organismen een wetenschappelijke naam van geslacht en soort hebben.
Ecosystemen en kringlopen
Interactie
- Wat is een ecosysteem? — Ik kan biotische en abiotische factoren onderscheiden en weet wat een populatie is.
- Voedselweb en energiepiramide — Ik kan uitleggen waarom er in elke stap van een voedselketen energie verloren gaat.
- Stofkringlopen in een ecosysteem — Ik kan uitleggen hoe reducenten stoffen weer beschikbaar maken in een ecosysteem.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met biologie
Biologie in andere leerjaren