In het kort. Lezen in groep 3 gaat over de eerste letters: m, r, v, s; de klinkers a, i, o; van klanken naar een woord. Schoolschrift dekt dat met 54 leerdoelen in 18 hoofdstukken en 432 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 1 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 4, 9 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
De eerste letters: m, r, v, s
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken m, r, v en s horen — Ik hoor met welke klank een woord begint.
- De letters m, r, v en s herkennen — Ik weet welke letter bij welke klank hoort.
- De letters m, r, v en s schrijven — Ik typ de letter die ik hoor.
De klinkers a, i, o
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken a, i en o horen — Ik hoor welke klinker er in het midden van een woord zit.
- De letters a, i en o herkennen — Ik weet welke letter bij de klank a, i of o hoort.
- De klinkers a, i en o schrijven — Ik typ de klinker die ik in een woord hoor.
Van klanken naar een woord
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- Losse klanken aan elkaar plakken — Ik plak losse klanken aan elkaar tot een woord.
- Korte woorden van drie klanken schrijven — Ik schrijf een woord van drie klanken op.
- Begin, midden en eind van een woord — Ik hoor waar een klank in het woord staat.
De letters p, t, k, n
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken p, t, k en n horen — Ik hoor of een woord begint met p, t, k of n.
- De letters p, t, k en n herkennen — Ik weet welke letter bij de klank p, t, k of n hoort.
- De letters p, t, k en n schrijven — Ik typ de letter p, t, k of n als ik de klank hoor.
Korte woorden lezen
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- Woorden bouwen uit losse letters — Ik zet losse letters in de goede volgorde tot een woord.
- Korte woorden schrijven — Ik schrijf een kort woord op dat ik hoor.
- Het goede woord aanwijzen — Ik wijs het woord aan dat ik hoor.
Lange klanken: aa, ee, oo, uu
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- Lange klanken horen — Ik hoor het verschil tussen een korte en een lange klank.
- Woorden met aa, ee, oo en uu lezen — Ik lees woorden waarin twee dezelfde klinkers staan.
- Woorden met een lange klank schrijven — Ik schrijf woorden met aa, ee, oo of uu op.
De letters b, d, h, l
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken b, d, h en l horen — Ik hoor of een woord begint met b, d, h of l.
- De letters b, d, h en l herkennen — Ik weet welke letter bij de klank b, d, h of l hoort.
- Woorden met b, d, h en l schrijven — Ik schrijf letters en woorden met b, d, h en l op.
Twee medeklinkers achter elkaar
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- Twee medeklinkers aan het begin — Ik lees woorden die met twee medeklinkers beginnen.
- Twee medeklinkers aan het eind — Ik lees woorden die op twee medeklinkers eindigen.
- Woorden met twee medeklinkers lezen en schrijven — Ik lees en schrijf woorden met twee medeklinkers achter elkaar.
De letters f, g, j, w, z
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken f, g, j, w en z horen — Ik hoor of een woord begint met f, g, j, w of z.
- De letters f, g, j, w en z herkennen — Ik weet welke letter bij de klank f, g, j, w of z hoort.
- Woorden met f, g, j, w en z schrijven — Ik schrijf woorden met f, g, j, w en z op.
Tweetekenklanken: eu, ie, ui, oe
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- De klanken eu, ie, ui en oe horen — Ik hoor welke tweetekenklank in een woord zit.
- Woorden met eu, ie, ui en oe lezen — Ik lees woorden waarin twee letters samen één klank zijn.
- Woorden met eu, ie, ui en oe schrijven — Ik schrijf woorden met eu, ie, ui en oe op.
De klanken ou, au, ei, ij, ng, nk, ch en sch
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- ou en au, ei en ij — Ik lees woorden met ou, au, ei en ij.
- De klanken ng en nk — Ik lees en schrijf woorden met ng en nk.
- De klanken ch en sch — Ik lees en schrijf woorden met ch en sch.
Van woord naar zin
Letters en klanken · Letters · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 9
- Korte zinnen lezen — Ik lees een korte zin en snap wat er staat.
- Woorden in een zin — Ik zie uit welke woorden een zin bestaat.
- Snappen wat je leest — Ik geef antwoord op een vraag over een korte zin.
Woorden in één keer lezen
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-Start · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Korte woorden meteen herkennen — Ik lees een kort woord in één keer, zonder te hakken.
- Korte woorden schrijven — Ik hoor een kort woord en typ het meteen goed op.
- Woorden die op elkaar lijken — Ik kijk naar elke letter, zodat ik het juiste woord lees.
Woorden met twee medeklinkers
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-Start · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Twee medeklinkers aan het begin — Ik lees woorden die met twee medeklinkers beginnen, zoals stoel en brood.
- Twee medeklinkers aan het eind — Ik lees woorden die eindigen op twee medeklinkers, zoals plank en melk.
- Zinnen met lastige woorden — Ik lees zinnen met woorden van twee medeklinkers zonder te stoppen.
Korte zinnen vlot lezen
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-Start · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Een korte zin lezen en snappen — Ik lees een korte zin en weet daarna wat er staat.
- Van losse woorden een zin maken — Ik zet losse woorden in de goede volgorde en lees de zin voor.
- Het woord dat in de zin past — Ik lees de hele zin en kies het woord dat er past.
Langere woorden in stukjes
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-E3 · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Klankgroepen tellen — Ik hak een lang woord in stukjes en tel hoeveel stukjes het heeft.
- Twee woorden in één woord — Ik zie uit welke twee woorden een lang woord is gemaakt.
- Lange woorden in één keer lezen — Ik lees een lang woord in stukjes en zeg het daarna in één keer.
Woorden met -eeuw, -ieuw, -aai, -ooi en -oei
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-E3 · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Woorden met aai, ooi en oei — Ik lees woorden met aai, ooi en oei in één keer goed.
- Woorden met eeuw en ieuw — Ik lees woorden met eeuw en ieuw zonder te stoppen.
- Alles door elkaar — Ik lees zinnen met woorden als leeuw, mooi en haai vlot voor.
Een kort verhaaltje lezen en snappen
Vlot en nauwkeurig lezen · AVI-E3 · kerndoel 2026: 1 · kerndoel 2006: 4, 9
- Vragen bij een verhaaltje — Ik lees een kort verhaal en kan er een vraag over beantwoorden.
- De zinnen in de goede volgorde — Ik zet de zinnen van een verhaal in de goede volgorde.
- Het woord dat in het verhaal past — Ik lees een kort verhaal en vul het woord in dat er hoort.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.