Woordenschat oefenen op Literair

In het kort. Woordenschat op Literair gaat over nuance en toon, beeldspraak die werkt, woorden uit de roman. Schoolschrift dekt dat met 9 leerdoelen in 3 hoofdstukken en 110 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 3 uit de set die sinds augustus 2026 geldt. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij woordenschat op Literair?

  • Nuance en toon

    Nuance, beeld en toon · kerndoel 2026: 3
    • Woorden die een houding meedragen — Ik weet welke houding gelaten, schamper, laconiek, gedreven, wrang en onbekommerd meedragen.
    • Wat het woord over de spreker zegt — Ik hoor welk oordeel een schrijver in zijn woordkeuze verstopt.
    • Toon doseren — Ik kies een toonwoord dat de situatie precies dekt en niet zwaarder is dan nodig.
  • Beeldspraak die werkt

    Nuance, beeld en toon · kerndoel 2026: 3
    • Metafoor, vergelijking, personificatie — Ik herken de vorm van een beeld en kan zeggen wat het beeld doet.
    • Het beeld dat niets meer doet — Ik herken versleten beelden en weet wanneer een gewoon woord beter is.
    • Een beeld kiezen dat klopt — Ik kies een beeld dat bij het onderwerp past en dat de zin scherper maakt in plaats van voller.
  • Woorden uit de roman

    Nuance, beeld en toon · kerndoel 2026: 3
    • Wat deze woorden precies betekenen — Ik ken de betekenis van schoorvoetend, weemoedig, argeloos, tergend, verguisd, mijmeren en deemoedig.
    • Het woord in de juiste zin — Ik plaats deze woorden in de zin waar ze thuishoren en zie wanneer ze er niet passen.
    • Waar deze woorden wel en niet passen — Ik gebruik literaire woorden waar ze werken en vermijd ze waar ze aanstellerig worden.

Zes opgaven uit woordenschat op Literair

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 104. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Hij hoorde aan dat zijn afdeling werd opgeheven, knikte en ging terug naar zijn bureau. Geen protest, geen vraag. Hoe onderging hij het nieuws?

    • onbekommerd
    • gedreven
    • schamper
    • gelaten
    Antwoord

    gelaten — Gelaten is: ondergaan wat je toch niet kunt veranderen, zonder verzet. Schamper zou spot vragen, onbekommerd betekent dat je geen zorgen hebt, en gedreven is het tegendeel: vol eigen wil.

  2. 'Zijn stem was schuurpapier.' Welke vorm van beeldspraak is dit?

    • vergelijking
    • understatement
    • personificatie
    • metafoor
    Antwoord

    metafoor — Een metafoor noemt het ene ding bij de naam van het andere, zonder 'als'. Met 'als' ('zijn stem was als schuurpapier') was het een vergelijking geweest.

  3. 'Hij kwam schoorvoetend de kamer binnen.' Wat zegt dat over hem?

    • hij kwam aarzelend en met tegenzin binnen
    • hij liep snel
    • hij kwam onaangekondigd
    • hij sleepte met zijn voeten omdat hij gewond was
    Antwoord

    hij kwam aarzelend en met tegenzin binnen — Schoorvoetend betekent letterlijk 'met slepende voeten': aarzelend én met tegenzin. Die tegenzin is het verschil met gewoon 'aarzelend'.

  4. 'Mooi werk,' zei ze, met een blik op de plank die scheef aan de muur hing. Hoe klonk die opmerking?

    • hartelijk
    • schamper
    • weemoedig
    • deemoedig
    Antwoord

    schamper — Schamper is spottend met een randje minachting: je zegt het tegendeel van wat je bedoelt en laat dat horen. Hartelijk is oprecht, weemoedig is zacht verdrietig en deemoedig is nederig.

  5. 'De wind rukte aan de luiken en jammerde in de schoorsteen.' Welke vorm van beeldspraak is dit?

    • personificatie
    • hyperbool
    • understatement
    • vergelijking
    Antwoord

    personificatie — Rukken en jammeren zijn dingen die mensen doen; de wind krijgt hier menselijke eigenschappen. Dat is personificatie.

  6. Welk woord past bij een glimlach die tegelijk verdrietig is, omdat iets moois voorbij is?

    • weemoedig
    • deemoedig
    • argeloos
    • schamper
    Antwoord

    weemoedig — Weemoed is zacht verdriet om wat geweest is. Deemoedig is nederig, argeloos is zonder achterdocht en schamper is spottend.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met woordenschat

Woordenschat in andere leerjaren