Woordenschat oefenen op Academisch
In het kort. Woordenschat op Academisch gaat over abstracte begrippen, de taal van het betoog, precies formuleren. Schoolschrift dekt dat met 9 leerdoelen in 3 hoofdstukken en 106 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 3 uit de set die sinds augustus 2026 geldt. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij woordenschat op Academisch?
Abstracte begrippen
Abstracte en betogende taal · kerndoel 2026: 3- Wat de begrippen precies betekenen — Ik kan impliciet, intrinsiek, normatief, empirisch, causaal, arbitrair, contingent en paradigma in gewone woorden uitleggen.
- Elk begrip heeft een tegenpool — Ik gebruik deze begrippen paarsgewijs: impliciet tegenover expliciet, normatief tegenover beschrijvend, causaal tegenover correlationeel.
- Waar mensen de mist in gaan — Ik gebruik deze begrippen alleen als ik ze kan waarmaken, en ken de fouten die er standaard mee worden gemaakt.
De taal van het betoog
Abstracte en betogende taal · kerndoel 2026: 3- Welke verbinding legt het woord? — Ik weet of een verbindingswoord een tegenstelling, een gevolg, een toelichting of een samenvatting aankondigt.
- Het juiste verbindingswoord invullen — Ik vul het verbindingswoord in dat de relatie tussen twee zinnen precies weergeeft.
- De valstrikken van betoogtaal — Ik gebruik betoogwoorden alleen waar ze kloppen, en niet om een tekst deftiger te laten lijken.
Precies formuleren
Abstracte en betogende taal · kerndoel 2026: 3- Hoe sterk is de claim? — Ik zie hoe sterk een werkwoord een bewering maakt en kies er geen die sterker is dan mijn materiaal.
- Het juiste werkwoord kiezen — Ik kies bewust tussen aantonen, aannemelijk maken, suggereren, impliceren, veronderstellen en concluderen.
- Waarom 'bewijzen' bijna nooit het goede werkwoord is — Ik beweer niet meer dan mijn materiaal draagt, en herken zinnen die dat wel doen.
Zes opgaven uit woordenschat op Academisch
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 100. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
'In zijn vraag zat een impliciet verwijt.' Impliciet betekent:
- niet uitgesproken, maar wel besloten in wat er staat
- onduidelijk geformuleerd
- hard en direct
- in het geheim gedaan
Antwoord
niet uitgesproken, maar wel besloten in wat er staat — Impliciet is het tegendeel van expliciet: het staat er niet, maar het zit erin. Onduidelijk is iets anders; iets impliciets kan glashelder zijn.
-
Welk verbindingswoord drukt dit uit: gevolg (daarom, dus)?
- derhalve
- immers
- niettemin
- daarentegen
- kortom
- evenwel
Antwoord
derhalve — Een verbindingswoord is een instructie aan de lezer over wat er komt. Klopt die instructie niet, dan struikelt hij over de zin, ook als hij niet weet waarom.
-
Een onderzoek vindt een verband in één groep van veertig mensen. Welk werkwoord past bij die uitkomst?
- bewijst
- toont aan
- suggereert
- stelt vast
Antwoord
suggereert — Eén kleine groep levert een aanwijzing, geen zekerheid. 'Suggereert' zegt precies dat: hier zit misschien iets, maar het moet nog bevestigd worden.
-
Intrinsieke motivatie is motivatie die:
- van buitenaf komt, bijvoorbeeld door een bonus
- voortkomt uit de activiteit zelf, omdat je die de moeite waard vindt
- bijzonder sterk is
- alleen bij kinderen voorkomt
Antwoord
voortkomt uit de activiteit zelf, omdat je die de moeite waard vindt — Intrinsiek betekent: behorend tot de zaak zelf. Het woord is alleen nuttig als je het afzet tegen extrinsiek, dus tegen beloning van buitenaf.
-
Welk verbindingswoord drukt dit uit: toelichting (dat is namelijk de reden)?
- derhalve
- immers
- niettemin
- daarentegen
- kortom
- evenwel
Antwoord
immers — Een verbindingswoord is een instructie aan de lezer over wat er komt. Klopt die instructie niet, dan struikelt hij over de zin, ook als hij niet weet waarom.
-
Tien onafhankelijke experimenten geven steeds dezelfde uitkomst. Welk werkwoord is dan verdedigbaar?
- toont aan
- doet vermoeden
- suggereert
- bewijst
Antwoord
toont aan — Bij herhaalde, onafhankelijke bevestiging mag je 'aantonen' schrijven. 'Bewijzen' blijft te sterk: dat woord hoort bij wiskunde en logica, waar andere uitkomsten uitgesloten zijn.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.