Woordenschat oefenen op Alledaags
In het kort. Woordenschat op Alledaags gaat over preciezer zeggen wat je bedoelt, woorden voor wat je voelt en vindt, verwarringen die iedereen maakt. Schoolschrift dekt dat met 9 leerdoelen in 3 hoofdstukken en 123 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 3 uit de set die sinds augustus 2026 geldt. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij woordenschat op Alledaags?
Preciezer zeggen wat je bedoelt
Precies zeggen wat je bedoelt · kerndoel 2026: 3- Woorden voor kijken — Ik kies het woord dat precies zegt hóe iemand kijkt.
- Woorden voor lopen en bewegen — Ik kies het woord dat precies zegt hoe iemand zich voortbeweegt.
- Woorden voor zeggen en spreken — Ik kies het werkwoord dat precies zegt hoe en met welke stelligheid iemand iets zegt.
Woorden voor wat je voelt en vindt
Precies zeggen wat je bedoelt · kerndoel 2026: 3- Van boos naar verontwaardigd — Ik kies het woord dat precies zegt wat voor soort boosheid iemand voelt.
- Van blij naar opgetogen — Ik kies het woord dat precies zegt wat voor soort blijdschap of opluchting iemand voelt.
- Woorden voor houding en oordeel — Ik kies het woord dat precies zegt hoe iemand tegenover iets of iemand staat.
Verwarringen die iedereen maakt
Precies zeggen wat je bedoelt · kerndoel 2026: 3- Werkwoorden die vaak fout gaan — Ik gebruik ergeren, irriteren, beseffen, danken en wijten zoals het hoort.
- Hun of hen — Ik kies tussen hun en hen volgens de standaardregel.
- Woorden die iets anders betekenen dan mensen denken — Ik gebruik letterlijk, eventueel, pertinent en cynisch in hun echte betekenis.
Zes opgaven uit woordenschat op Alledaags
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 117. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Het bordje hing te ver weg om te lezen. Ze kneep haar ogen samen en probeerde de letters te onderscheiden. Wat deed ze?
- turen
- gluren
- staren
- beschouwen
Antwoord
turen — Turen is ingespannen kijken omdat je iets slecht kunt zien. Gluren doe je stiekem, staren doe je lang en roerloos naar één punt, en beschouwen is rustig en aandachtig kijken naar iets dat je gewoon kunt zien.
-
Ze las dat huurders met een laag inkomen als eerste hun contract verloren. Ze vond het vooral onrechtvaardig. Wat was ze?
- verontwaardigd
- gepikeerd
- chagrijnig
- verbitterd
Antwoord
verontwaardigd — Verontwaardigd ben je over onrecht dat anderen of jou wordt aangedaan. Gepikeerd is een gekwetste trots om een kleinigheid, chagrijnig is een humeur zonder aanleiding en verbitterd is hard geworden na jarenlang leed.
-
Welke zin is in verzorgd Nederlands correct?
- Ik erger me aan dat piepende geluid.
- Ik irriteer me aan dat piepende geluid.
- Ik erger dat piepende geluid.
- Ik irriteer aan dat piepende geluid.
Antwoord
Ik erger me aan dat piepende geluid. — Ergeren is wederkerend: je ergert je aan iets. Irriteren werkt andersom: het geluid irriteert jou.
-
Hij deed de deur op een kier en keek de kamer in zonder dat de anderen het merkten. Wat deed hij?
- gluren
- monsteren
- observeren
- aanschouwen
Antwoord
gluren — Gluren is stiekem en kort kijken. Monsteren is iemand keurend van top tot teen bekijken, observeren is systematisch en langdurig, en aanschouwen is plechtig en past bij grote gebeurtenissen.
-
Een collega zei half grappend dat zijn presentatie te lang was. De rest van de vergadering zei hij niets meer. Hoe voelde hij zich?
- gepikeerd
- woedend
- verbitterd
- opgelucht
Antwoord
gepikeerd — Gepikeerd is licht beledigd, in je trots geraakt door iets kleins. Woedend is veel heviger, verbitterd ontstaat pas na lange tijd en opgelucht past helemaal niet.
-
Welke vorm is juist? — Dat piepende geluid ___ mij al de hele ochtend.
- irriteert
- irriteert zich aan
- ergert
- ergert zich aan
Antwoord
irriteert — Bij irriteren is de zaak het onderwerp en de persoon het lijdend voorwerp: iets irriteert jou. Wil je de persoon vooropzetten, dan gebruik je zich ergeren aan: ik erger me aan dat geluid.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.