Natuurkunde oefenen op het vmbo (nask 1)
In het kort. Natuurkunde op het vmbo (nask 1) gaat over kracht, druk en veiligheid; beweging: grafieken en versnelling; energie en vermogen. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 257 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij natuurkunde op het vmbo (nask 1)?
Kracht, druk en veiligheid
Beweging en kracht- Druk berekenen — Ik kan druk uitrekenen en uitleggen waarom een scherp mes beter snijdt.
- Reactietijd en remweg — Ik weet waaruit de stopafstand bestaat en wat de snelheid daarmee doet.
- Wrijvingskracht — Ik kan de wrijvingskracht berekenen en uitleggen waar wrijving vandaan komt.
Beweging: grafieken en versnelling
Beweging en kracht- Het (s,t)-diagram aflezen — Ik kan uit een (s,t)-diagram de snelheid bepalen.
- Het (v,t)-diagram aflezen — Ik kan uit een (v,t)-diagram de afgelegde afstand bepalen.
- Versnelling berekenen — Ik kan de versnelling berekenen met a = Δv / Δt.
Energie en vermogen
Beweging en kracht- Energiesoorten en energieomzetting — Ik kan energieomzettingen herkennen en benoemen.
- Vermogen berekenen — Ik kan het vermogen berekenen met P = E / t.
- Energie-eenheden: joule en kWh — Ik kan omrekenen tussen joule en kilowattuur.
Warmte
Beweging en kracht- Temperatuur en warmte — Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen temperatuur en warmte.
- Soortelijke warmte — Ik kan rekenen met Q = m × c × ΔT.
- Warmtetransport — Ik kan de drie manieren van warmtetransport herkennen.
Arbeid
Beweging en kracht- Het begrip arbeid uitleggen — Ik kan uitleggen dat arbeid in de natuurkunde betekent: een kracht die iets over een afstand verplaatst.
- Arbeid berekenen met W = F × s — Ik kan de arbeid berekenen met de formule arbeid = kracht × afstand.
- Het verband tussen arbeid en energie uitleggen — Ik kan uitleggen dat verrichte arbeid de energie van een voorwerp verandert.
Rendement
Beweging en kracht- Het begrip rendement uitleggen — Ik kan uitleggen dat rendement aangeeft welk deel van de toegevoerde energie nuttig wordt gebruikt.
- Rendement berekenen in procenten — Ik kan het rendement berekenen met rendement = nuttige energie / toegevoerde energie × 100%.
- Manieren om rendement te verbeteren herkennen — Ik kan voorbeelden geven van hoe je energieverlies (en dus rendement) van apparaten kunt verbeteren.
Faseovergangen
Beweging en kracht- De drie aggregatietoestanden en hun overgangen benoemen — Ik kan smelten, stollen, koken, condenseren, verdampen en sublimeren als faseovergangen benoemen.
- Smeltpunt en kookpunt van water benoemen — Ik kan het smeltpunt en kookpunt van water bij normale druk benoemen.
- Uitleggen waarom de temperatuur tijdens een faseovergang constant blijft — Ik kan uitleggen dat de temperatuur tijdens smelten of koken niet stijgt, ook al blijf je verwarmen.
Geluid en licht
Trillingen, geluid en licht- Geluid als trilling — Ik kan uitleggen wat geluid natuurkundig is.
- Geluidssnelheid — Ik kan rekenen met de geluidssnelheid: s = v × t.
- Terugkaatsing en breking van licht — Ik kan terugkaatsing en breking van licht uitleggen.
Geluidssterkte en toonhoogte
Trillingen, geluid en licht- Toonhoogte koppelen aan frequentie — Ik kan uitleggen dat een hogere frequentie een hogere toon geeft.
- Geluidssterkte koppelen aan amplitude — Ik kan uitleggen dat een grotere amplitude van de trilling een luider geluid geeft.
- Risico's van harde geluiden op het gehoor beschrijven — Ik kan uitleggen dat langdurige blootstelling aan hard geluid het gehoor kan beschadigen.
Stroom, spanning en weerstand
Elektriciteit- De wet van Ohm — Ik kan rekenen met U = I × R.
- Energieverbruik en kosten — Ik kan uitrekenen wat een apparaat aan stroom kost.
- Serie- en parallelschakeling — Ik kan het verschil tussen serie- en parallelschakeling uitleggen.
Zes opgaven uit natuurkunde op het vmbo (nask 1)
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 251. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Een kist duwt met 600 N op een vlak van 0,5 m². Hoeveel Pa is de druk?
Antwoord
1200 — p = F / A = 600 / 0,5 = 1200 Pa.
-
In een (s,t)-diagram is de grafiek een rechte, stijgende lijn. Wat betekent dat?
- De snelheid is nul
- De snelheid is constant
- Het voorwerp versnelt
- Het voorwerp staat stil
Antwoord
De snelheid is constant — Een rechte lijn heeft een constante helling, en de helling van een (s,t)-diagram is de snelheid.
-
Energie kan verdwijnen als een apparaat niet perfect werkt. Waar of niet waar?
Antwoord
Niet waar — Energie gaat nooit verloren (wet van behoud van energie); bij een 'inefficiënt' apparaat gaat een deel om in ongewenste warmte, niet weg.
-
Wat is het verschil tussen temperatuur en warmte?
- Geen verschil
- Temperatuur is de mate van beweging van deeltjes, warmte is overgedragen energie
- Warmte is altijd hoger dan temperatuur
- Temperatuur wordt in joule gemeten
Antwoord
Temperatuur is de mate van beweging van deeltjes, warmte is overgedragen energie — Temperatuur zegt iets over hoe snel deeltjes bewegen; warmte is de energie die overgaat van een warm naar een koud voorwerp.
-
Je duwt tegen een muur die niet beweegt, zo hard je kan. Verricht je natuurkundige arbeid?
- Nee, want er is geen verplaatsing
- Ja, want je doet moeite
- Ja, want je gebruikt kracht
- Alleen als de muur warm wordt
Antwoord
Nee, want er is geen verplaatsing — Natuurkundige arbeid vereist verplaatsing van het voorwerp. Zonder verplaatsing, ook al kost het spierkracht, is de arbeid nul.
-
Wat betekent een rendement van 100%?
- Alle toegevoerde energie wordt nuttig gebruikt, zonder verlies
- Het apparaat gebruikt geen energie
- Het apparaat is kapot
- Er gaat juist heel veel energie verloren
Antwoord
Alle toegevoerde energie wordt nuttig gebruikt, zonder verlies — Bij 100% rendement gaat geen enkele energie verloren: alle toegevoerde energie komt terug als nuttige energie. Dit komt in de praktijk bijna nooit voor.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.