Natuurkunde oefenen op de havo

In het kort. Natuurkunde op de havo gaat over newton en energie, newtons wetten van beweging, zwaartekracht in de ruimte. Schoolschrift dekt dat met 40 leerdoelen in 14 hoofdstukken en 307 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij natuurkunde op de havo?

  • Newton en energie

    Beweging en kracht
    • De tweede wet van Newton — Ik kan rekenen met F = m × a.
    • Arbeid, energie en rendement — Ik kan arbeid en rendement berekenen en energieomzettingen benoemen.
    • Kinetische energie — Ik kan de kinetische energie berekenen met E_k = ½ × m × v².
  • Newtons wetten van beweging

    Beweging en kracht
    • De eerste wet van Newton (traagheid) uitleggen — Ik kan uitleggen dat een voorwerp zonder netto kracht in rust blijft of met constante snelheid rechtdoor blijft bewegen.
    • De tweede wet van Newton toepassen op meerdere krachten — Ik kan eerst de resulterende kracht bepalen en daarna de versnelling berekenen met F = m × a.
    • De derde wet van Newton (actie-reactie) toepassen — Ik kan uitleggen dat elke kracht een even grote, tegengestelde kracht heeft.
  • Zwaartekracht in de ruimte

    Beweging en kracht
    • De afstandswet van de zwaartekracht toepassen — Ik kan uitleggen dat de zwaartekracht tussen twee massa's sterk afneemt met de afstand (kwadratisch).
    • Schijnbare gewichtloosheid in een baan om de aarde verklaren — Ik kan uitleggen dat astronauten in een baan om de aarde niet zwevend zijn omdat er geen zwaartekracht is, maar omdat ze samen met hun ruimtestation vrij vallen.
    • Een baan om de aarde verklaren als evenwicht tussen snelheid en zwaartekracht — Ik kan uitleggen dat een satelliet in een stabiele baan blijft doordat zwaartekracht en snelheid precies op elkaar zijn afgestemd.
  • Vloeistofdruk

    Beweging en kracht
    • Uitleggen waarom druk toeneemt met diepte — Ik kan uitleggen dat de druk in een vloeistof toeneemt naarmate je dieper gaat, door het gewicht van de vloeistof erboven.
    • Vloeistofdruk berekenen met p = ρ × g × h — Ik kan de druk op een diepte in een vloeistof berekenen met p = ρ × g × h.
    • Toepassingen van vloeistofdruk herkennen — Ik kan voorbeelden geven van waarom vloeistofdruk belangrijk is, zoals bij duiken en dijken.
  • Lenzen en optica

    Trillingen, geluid en licht
    • Bolle en holle lenzen — Ik kan het verschil tussen een bolle en een holle lens benoemen.
    • De lensformule — Ik kan rekenen met 1/f = 1/v + 1/b.
    • Vergroting van een lens — Ik kan de vergroting berekenen met N = b / v.
  • Trillingen en golven

    Trillingen, geluid en licht
    • Trillingstijd en frequentie — Ik kan rekenen met T = 1 / f.
    • Golflengte en golfsnelheid — Ik kan rekenen met v = f × λ.
    • Transversale en longitudinale golven — Ik kan het verschil tussen transversale en longitudinale golven uitleggen.
  • Elektrische schakelingen: serie en parallel

    Elektriciteit
    • Weerstand in serie — Ik kan de totale weerstand van een serieschakeling berekenen.
    • Weerstand in parallel — Ik kan de totale weerstand van een parallelschakeling berekenen.
    • Elektrisch vermogen — Ik kan het elektrisch vermogen berekenen met P = U × I.
  • Gemengde schakelingen

    Elektriciteit
    • Een gemengde schakeling herkennen — Ik kan een schakeling herkennen waarin serie- en parallelonderdelen worden gecombineerd.
    • De totale weerstand van een gemengde schakeling berekenen — Ik kan de totale weerstand van een gemengde schakeling stap voor stap berekenen.
    • Stroomverdeling in een gemengde schakeling beschrijven — Ik kan uitleggen hoe de stroom zich verdeelt over de parallelle en serie delen van een gemengde schakeling.
  • Straling en kernfysica

    Straling en kernfysica
    • Soorten radioactieve straling — Ik kan alfa-, bèta- en gammastraling onderscheiden.
    • Halveringstijd — Ik kan rekenen met de halveringstijd van een radioactieve stof.
    • Kernreacties kloppend maken — Ik kan controleren of een kernreactie klopt met massagetal en atoomnummer.
  • Stralingsdosis en bescherming

    Straling en kernfysica
    • Het begrip stralingsdosis uitleggen — Ik kan uitleggen dat de stralingsdosis aangeeft hoeveel stralingsenergie een lichaam heeft opgenomen, en dat dit in sievert wordt gemeten.
    • Afstand en tijd gebruiken om stralingsdosis te verminderen — Ik kan uitleggen dat een grotere afstand tot een stralingsbron en een kortere blootstellingstijd de opgenomen dosis verkleinen.
    • Praktische voorbeelden van stralingsbescherming herkennen — Ik kan voorbeelden geven van hoe afscherming wordt gebruikt om blootstelling aan straling te verminderen.
  • Materiaal kiezen

    Materialen
    • Eigenschappen van materialen — Ik ken de belangrijkste materiaaleigenschappen en weet waarin ze verschillen.
    • Spanning en rek — Ik kan de mechanische spanning uitrekenen met de kracht en de doorsnede.
    • Waarom dit materiaal en niet dat — Ik kan uitleggen waarom een materiaalkeuze altijd een afweging tussen eigenschappen is.
  • De aarde in het heelal

    Aarde en heelal
    • Afstanden in het heelal — Ik ken de eenheden waarin afstanden in het heelal worden uitgedrukt en weet hoe groot ze ongeveer zijn.
    • Waarom een satelliet niet valt — Ik kan uitleggen waarom een satelliet in een baan blijft en niet naar beneden valt.
    • Seizoenen en de stand van de aarde — Ik kan uitleggen waarom er seizoenen zijn en waarom afstand tot de zon daar niet de oorzaak van is.
  • Sensoren en regelkringen

    Meten en regelen
    • Wat een sensor doet — Ik weet wat een sensor is en ken voorbeelden van sensoren en wat ze omzetten.
    • Meten, vergelijken, bijsturen — Ik kan uitleggen hoe een regelkring werkt en waarom terugkoppeling daarin nodig is.
  • Van natuurwet naar apparaat

    Natuurkunde en technologie
    • Elk apparaat zet energie om — Ik kan uitleggen welke energieomzetting in een apparaat plaatsvindt en waarom er altijd verlies is.
    • Waarom een ontwerp is zoals het is — Ik kan uitleggen hoe een natuurkundig principe de vorm van een technisch ontwerp bepaalt.

Zes opgaven uit natuurkunde op de havo

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 301. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Een kar van 4 kg versnelt met 3 m/s². Hoe groot is de nettokracht in N?

    Antwoord

    12 — F = m × a = 4 × 3 = 12 N.

  2. Een puck glijdt over bijna wrijvingsloos ijs. Wat gebeurt er volgens de eerste wet van Newton, als er verder geen kracht op werkt?

    • Hij blijft met dezelfde snelheid rechtdoor glijden
    • Hij stopt vanzelf na een tijdje
    • Hij versnelt vanzelf
    • Hij verandert steeds van richting
    Antwoord

    Hij blijft met dezelfde snelheid rechtdoor glijden — Zonder netto kracht (bijna geen wrijving) blijft een voorwerp met dezelfde snelheid in dezelfde richting bewegen: de traagheidswet.

  3. Op afstand r is de zwaartekracht tussen twee massa's 36 N. Hoe groot is de zwaartekracht op afstand 3r?

    Antwoord

    4 — De kracht neemt af met het kwadraat van de afstand: bij 3× de afstand wordt de kracht 3² = 9 keer zo klein. 36 / 9 = 4 N.

  4. Waarom voel je meer druk op je oren als je diep onder water duikt?

    • Er zit meer water boven je, dat harder drukt
    • Water wordt op grotere diepte kouder
    • Er is minder water op grotere diepte
    • Druk hangt niet af van diepte
    Antwoord

    Er zit meer water boven je, dat harder drukt — Op grotere diepte staat er een hogere waterkolom boven je, waardoor het gewicht van die vloeistof een grotere druk veroorzaakt.

  5. Een bolle lens (dikker in het midden) heet ook wel:

    • Negatieve lens
    • Positieve (verzamel)lens
    • Holle lens
    • Verstrooiende lens
    Antwoord

    Positieve (verzamel)lens — Een bolle lens verzamelt evenwijdige lichtstralen in één brandpunt: een positieve of verzamellens.

  6. Een slinger trilt 20 keer in 10 s. Bereken de frequentie in Hz.

    Antwoord

    2 — Frequentie is het aantal trillingen per seconde: 20 / 10 = 2 Hz.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met natuurkunde

Natuurkunde in andere leerjaren