Latijnse taal en cultuur oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft Latijnse taal en cultuur in 3 leerjaarbanden, samen 90 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit Latijnse taal en cultuur op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 483. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Waarmee begin je de vertaling van een AcI?

    • Met 'om te'
    • Met 'dat'
    • Met 'terwijl'
    • Met 'hoewel'
    Antwoord

    Met 'dat' — Een AcI vertaal je met een dat-zin. De accusativus wordt het onderwerp van die bijzin.

  2. Welke stijlfiguur zit in de zelfgemaakte zin 'magna manus militum' (een grote groep soldaten)?

    • Metafoor
    • Alliteratie
    • Hyperbool
    • Chiasmus
    Antwoord

    Alliteratie — De drie woorden beginnen alle met dezelfde m-klank: dat is alliteratie.

  3. 'Puella rosam videt.' Wie ziet wat?

    • De roos ziet het meisje
    • Het meisje ziet de roos
    • Beiden zien elkaar
    • Dat is niet te zeggen
    Antwoord

    Het meisje ziet de roos — Puella eindigt op -a (nominativus, onderwerp), rosam op -am (accusativus, lijdend voorwerp).

  4. 'Dicit puerum currere.' Wat betekent dat?

    • Hij zegt tegen de jongen dat hij moet rennen
    • Hij zegt dat de jongen rent
    • De jongen zegt dat hij rent
    • Hij rent naar de jongen
    Antwoord

    Hij zegt dat de jongen rent — Puerum staat in de accusativus maar wordt in de vertaling het onderwerp: 'dat de jongen rent'.

  5. Alliteratie is het herhalen van medeklinkers aan het begin van opeenvolgende woorden. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Waar — Dat is precies de definitie van alliteratie.

  6. 'Rosam puella videt.' Wat betekent dat?

    • De roos ziet het meisje
    • Het meisje ziet de roos
    • Iets anders
    • Het is fout Latijn
    Antwoord

    Het meisje ziet de roos — Precies hetzelfde. De volgorde is vrij; de uitgangen bepalen de betekenis. Dat is het hele idee van een naamvaltaal.