Kritisch denken oefenen op de havo

In het kort. Kritisch denken op de havo gaat over waarnemen of concluderen?, feit, mening en bewering, bewijs en aanwijzingen. Schoolschrift dekt dat met 12 leerdoelen in 6 hoofdstukken en 103 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij kritisch denken op de havo?

  • Waarnemen of concluderen?

    Waarnemen of concluderen? · havo
    • Beschrijven of duiden? — Ik kan beschrijving en duiding scheiden en benoemen welke keuze er in een waarneming al gemaakt is.
    • Meer dan één verklaring — Ik kan meerdere verklaringen naast elkaar zetten en aanwijzen welke waarneming ze uit elkaar zou halen.
  • Feit, mening en bewering

    Feit, mening en bewering · havo
    • Gemengde uitspraken: feit én oordeel — Ik kan in een zin het feitelijke deel van het oordeel scheiden, en controleerbaarheid onderscheiden van waarheid.
    • Een vage bewering meetbaar maken — Ik kan een vage bewering omzetten in een toetsbare uitspraak met wie, wanneer, hoeveel en waarmee vergeleken.
  • Bewijs en aanwijzingen

    Bewijs en aanwijzingen · havo
    • Bewijs en interpretatie uit elkaar houden — Ik kan bewijs scheiden van de interpretatie ervan en beoordelen of het bewijs past bij wat er precies beweerd wordt.
    • Onafhankelijk bewijs en bewijslast — Ik kan beoordelen of aanwijzingen onafhankelijk zijn en of het bewijs in verhouding staat tot de claim.
  • Bronnen beoordelen

    Bronnen beoordelen · havo
    • De BRON-check als weegschaal — Ik kan een bron wegen op bewijs, relevante deskundigheid, herkomst en onafhankelijke controle, en het belang van de bron benoemen zonder hem daarom af te schrijven.
    • Bronnen naast elkaar leggen — Ik kan vaststellen of bronnen onafhankelijk zijn, wat er in de primaire bron staat, en wat ik concludeer als goede bronnen elkaar tegenspreken.
  • Oorzaak of toeval?

    Oorzaak of toeval? · havo
    • Confounder, reverse causality of toeval? — Ik kan bij een gevonden verband vijf verklaringen tegen elkaar afwegen en benoemen welke gegevens ik mis.
    • Van waarneming naar bewijs — Ik kan beoordelen hoe sterk een onderzoeksopzet is en welke conclusie die opzet toelaat.
  • Internet, nieuws en AI

    Internet, nieuws en AI · havo
    • Een bericht natrekken — Ik kan een online bericht stap voor stap natrekken en bewering, beeld en verspreiding los van elkaar beoordelen.
    • AI is gereedschap, geen bron — Ik kan uitleggen waarom een AI-antwoord geen bron is, en elke bewering eruit terugbrengen tot een bron die ik zelf kan terugvinden.

Zes opgaven uit kritisch denken op de havo

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 97. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Welke zin is een beschrijving en geen duiding?

    • De leerling keek verveeld uit het raam.
    • De leerling keek ongeveer dertig seconden uit het raam.
    • De leerling had geen zin in de les.
    • De leerling luisterde niet.
    Antwoord

    De leerling keek ongeveer dertig seconden uit het raam. — Alleen de duur is waargenomen. 'Verveeld' en 'luisterde niet' klinken feitelijk, maar ze voegen een innerlijke toestand toe die je niet kunt zien: iemand kan ook nadenken over de uitleg.

  2. Welke zin bevat zowel een feitelijk deel als een oordeel?

    • De gymzaal is 24 meter lang.
    • De gymzaal is te klein: er passen maar twee velden in.
    • Ik vind de gymzaal het fijnste lokaal van de school.
    • De gymzaal wordt volgende zomer geverfd.
    Antwoord

    De gymzaal is te klein: er passen maar twee velden in. — 'Er passen maar twee velden in' is te tellen, terwijl 'te klein' afhangt van wat je nodig vindt. De eerste zin is puur meetbaar, de derde is een voorkeur en de vierde een voorspelling. De aantrekkelijke fout is de derde zin: die klinkt oordelend, maar bevat geen feitelijke bewering.

  3. Welke zin bevat alleen een waarneming en nog geen interpretatie?

    • De omzet lag in de maand na de verbouwing hoger dan in de maand ervoor
    • De verbouwing heeft de omzet omhooggeholpen
    • Klanten vinden de winkel na de verbouwing prettiger
    • De oude indeling schrikte klanten af
    Antwoord

    De omzet lag in de maand na de verbouwing hoger dan in de maand ervoor — De eerste zin noemt alleen wat er is vastgesteld: twee omzetcijfers en hun volgorde in de tijd. De andere drie voegen daar een oorzaak of een beleving aan toe die niet is gemeten. De aantrekkelijke fout is dat de tweede zin bijna hetzelfde lijkt te zeggen; hij zegt er een oorzaak bij.

  4. Wat betekent het als een bron zakt op een van de vier vragen van de BRON-check?

    • De bron is onbruikbaar
    • Je hebt op dat punt minder reden om hem te geloven; de overige punten wegen mee
    • De andere drie vragen hoef je dan niet meer te stellen
    • De bron weegt even zwaar als een bron die op alle vier slaagt
    Antwoord

    Je hebt op dat punt minder reden om hem te geloven; de overige punten wegen mee — De check levert een weging op, geen keurmerk. Onbruikbaar noemen is de aantrekkelijke fout: die maakt van een graduele beoordeling een aan-uitknop en gooit bruikbaar bewijs weg.

  5. Een correlatie die in een grote groep is gevonden, kan niet meer door een confounder worden verklaard. Waar of niet waar?

    Antwoord

    Niet waar — Onjuist. Een grotere groep maakt toeval als verklaring minder waarschijnlijk, maar aan confounding verandert de omvang niets: een derde factor werkt in een grote groep even hard door als in een kleine.

  6. Wat levert omgekeerd zoeken van een afbeelding je vooral op?

    • Bewijs dat de afbeelding is bewerkt
    • Zicht op waar en wanneer die afbeelding eerder is gebruikt
    • De naam van de fotograaf
    • Zekerheid dat het bericht klopt
    Antwoord

    Zicht op waar en wanneer die afbeelding eerder is gebruikt — Je ziet eerdere publicaties en dus mogelijke oudere contexten. Bewerking aantonen is iets anders en vraagt om ander onderzoek.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met kritisch denken

Kritisch denken in andere leerjaren