Kritisch denken oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft kritisch denken in 3 leerjaarbanden, samen 36 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Kritisch denken oefenen op de havo
6 hoofdstukken · 12 leerdoelenKritisch denken oefenen op het vmbo
6 hoofdstukken · 12 leerdoelenKritisch denken oefenen op het vwo
6 hoofdstukken · 12 leerdoelen
Zes opgaven uit kritisch denken op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 307. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Welke zin is een beschrijving en geen duiding?
- De leerling keek verveeld uit het raam.
- De leerling keek ongeveer dertig seconden uit het raam.
- De leerling had geen zin in de les.
- De leerling luisterde niet.
Antwoord
De leerling keek ongeveer dertig seconden uit het raam. — Alleen de duur is waargenomen. 'Verveeld' en 'luisterde niet' klinken feitelijk, maar ze voegen een innerlijke toestand toe die je niet kunt zien: iemand kan ook nadenken over de uitleg.
-
Iemand plaatst online: 'Sinds ik deze schoenen draag, loop ik sneller. Deze schoenen maken je sneller.' Welk deel hiervan is een waarneming van de schrijver zelf?
- Deze schoenen maken je sneller.
- Zijn rondje ging deze week sneller dan vorige week.
- Iedereen wordt sneller van deze schoenen.
- De schoenen zijn hun geld waard.
Antwoord
Zijn rondje ging deze week sneller dan vorige week. — Dat zijn rondje sneller ging, heeft hij zelf gemerkt: dat is een waarneming. 'Deze schoenen maken je sneller' klinkt hetzelfde, maar dat is een conclusie over een oorzaak, en die heeft hij niet vastgesteld.
-
Een onderzoeker wil vaststellen hoe druk het op een schoolplein is. Welke keuze bepaalt het sterkst wat er later geconcludeerd kan worden?
- Op welke weekdag hij meet.
- Of hij het aantal leerlingen telt of het geluidsniveau meet.
- Met hoeveel decimalen hij noteert.
- Wie de gegevens later invoert.
Antwoord
Of hij het aantal leerlingen telt of het geluidsniveau meet. — Aantal en geluid zijn twee verschillende vertalingen van 'druk': een stil vol plein en een luidruchtig leeg plein vallen anders uit. De meetdag beïnvloedt de uitkomst wel, maar niet wat het cijfer betekent.
-
Twee mensen die naar dezelfde situatie kijken, kunnen verschillende dingen waarnemen, omdat zij op verschillende dingen letten. Waar of niet waar?
Antwoord
Waar — Waarnemen is selecteren: wie op de klok let, ziet iets anders dan wie op gezichten let. Dat betekent niet dat een van beiden liegt, maar wel dat 'ik heb het zelf gezien' minder bewijs is dan het klinkt.
-
Als twee dingen tegelijk gebeuren, heb je waargenomen dat het ene het andere veroorzaakt. Waar of niet waar?
Antwoord
Niet waar — Je neemt waar dat ze samen optreden. Dat de een de ander veroorzaakt, is een conclusie: er kan ook iets anders zijn dat allebei veroorzaakt, of het kan toeval zijn.
-
Een beschrijving kan volledig neutraal zijn, omdat de gekozen woorden geen invloed hebben op wat de lezer eruit opmaakt. Waar of niet waar?
Antwoord
Niet waar — 'Drie leerlingen renden naar de bal' en 'er ontstond een opstootje' kunnen dezelfde gebeurtenis dekken en toch verschillende conclusies uitlokken. Neutraler kan wel, volledig neutraal niet, en dat is een reden om je woordkeuze te verantwoorden, niet om beschrijven op te geven.