Informatica oefenen op het vwo
In het kort. Informatica op het vwo gaat over datastructuren, boomstructuren en grafen, complexiteit en Big-O. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 150 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij informatica op het vwo?
Datastructuren
Grondslagen en programmeren
- Arrays (lijsten) en index — Ik kan elementen in een array benaderen met een index en de lengte gebruiken.
- Stack en queue — Ik ken het verschil tussen een stack (LIFO) en een queue (FIFO).
- Sleutel-waardeparen (dictionary) — Ik kan een waarde opzoeken in een structuur van sleutel-waardeparen.
Boomstructuren en grafen
Grondslagen en programmeren
- Boomstructuren — Ik kan een boomstructuur herkennen en de begrippen wortel, ouder, kind en blad gebruiken.
- Zoeken in een binaire boom — Ik kan uitleggen hoe zoeken in een gesorteerde binaire boom werkt.
- Grafen — Ik ken de begrippen knoop en verbinding (edge) in een graaf en kan een eenvoudige graaf beschrijven.
Complexiteit en Big-O
Grondslagen en programmeren
- Het aantal stappen tellen — Ik kan aangeven hoe het aantal stappen van een algoritme groeit met de invoergrootte.
- Big-O-notatie — Ik ken de Big-O-notatie voor lineaire en kwadratische complexiteit.
- Het juiste algoritme kiezen — Ik kan op basis van complexiteit inschatten welk algoritme geschikter is voor grote invoer.
Objectgeoriënteerd denken
Grondslagen en programmeren
- Klasse en object — Ik ken het verschil tussen een klasse en een object.
- Attributen en methoden — Ik kan het verschil aangeven tussen een attribuut (eigenschap) en een methode (gedrag) van een object.
- Encapsulatie — Ik kan uitleggen wat encapsulatie is en waarom het nuttig is.
Computational thinking en modelleren
Grondslagen en programmeren
- Een model maken van een probleem — Ik kan uitleggen wat een model is en waarom je een probleem eerst modelleert voor je het programmeert.
- Simuleren met een model — Ik kan uitleggen wat een simulatie is en waarvoor je die gebruikt.
- Een model valideren — Ik kan uitleggen hoe je controleert of een model bruikbaar is.
SQL en dataformaten
Informatie: databases en dataformaten
- Gegevens opvragen met SELECT en WHERE — Ik kan een eenvoudige SQL-query met SELECT en WHERE lezen en het resultaat voorspellen.
- Tabellen combineren met JOIN — Ik begrijp wat een JOIN doet bij het combineren van twee tabellen.
- Dataformaten: CSV en JSON — Ik kan gegevens in CSV- en JSON-formaat lezen.
Machine learning: basisbegrippen
Informatie: databases en dataformaten
- Wat is machine learning — Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen traditioneel programmeren en machine learning.
- Trainingsdata en testdata — Ik weet waarom je trainingsdata en testdata apart houdt.
- Overfitting en bias — Ik kan uitleggen wat overfitting is en dat trainingsdata bevooroordeeld (bias) kan zijn.
Cryptografie
Architectuur: netwerken en cryptografie
- Symmetrische versleuteling — Ik snap het principe van symmetrische versleuteling: dezelfde sleutel voor ver- en ontsleutelen.
- Asymmetrische versleuteling (publieke sleutel) — Ik snap het principe van een publieke en een privésleutel.
- HTTPS en het slotje in de browser — Ik weet wat het slotje bij een webadres betekent.
Hashing en digitale handtekening
Architectuur: netwerken en cryptografie
- Wat is een hashfunctie — Ik kan uitleggen wat een hashfunctie doet en wat de belangrijkste eigenschappen zijn.
- Wachtwoorden opslaan met een hash — Ik kan uitleggen waarom wachtwoorden gehasht worden opgeslagen in plaats van in platte tekst.
- Digitale handtekening — Ik kan uitleggen waarvoor een digitale handtekening dient.
Interactie en usability
Interactie en usability
- Principes van bruikbaarheid (usability) — Ik kan beoordelen of een interface duidelijk en bruikbaar is.
- Toegankelijkheid van digitale producten — Ik weet waarom digitale producten toegankelijk moeten zijn voor mensen met een beperking.
- Feedback van gebruikers verzamelen — Ik weet hoe je met gebruikersonderzoek een ontwerp kunt verbeteren.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met informatica
Informatica in andere leerjaren