Informatica oefenen op de havo
In het kort. Informatica op de havo gaat over programmeren en security, logica en Booleaanse expressies, binaire representatie. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 162 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij informatica op de havo?
Programmeren en security
Grondslagen en programmeren
- Variabelen, keuzes en herhaling — Ik kan een klein programma lezen en voorspellen wat het doet.
- Security en privacy — Ik weet hoe wachtwoorden veilig worden opgeslagen en wat phishing is.
- Functies gebruiken — Ik kan een functie met parameters lezen en voorspellen wat ze teruggeeft.
Logica en Booleaanse expressies
Grondslagen en programmeren
- Booleaanse operatoren AND, OR, NOT — Ik kan een logische expressie met AND, OR en NOT evalueren.
- Een waarheidstabel opstellen — Ik kan een waarheidstabel invullen voor een combinatie van AND en OR.
- Voorwaarden combineren in een if — Ik kan voorspellen welke tak van een if-else met combinaties van AND/OR wordt uitgevoerd.
Binaire representatie
Grondslagen en programmeren
- Binaire getallen — Ik kan een klein binair getal omzetten naar decimaal en omgekeerd.
- Bits en bytes — Ik weet wat een bit en een byte zijn en hoeveel waarden je ermee kunt weergeven.
- Tekst coderen: ASCII en Unicode — Ik weet dat elk teken in een computer wordt opgeslagen als een getal via een coderingssysteem.
Algoritmen: zoeken en sorteren
Grondslagen en programmeren
- Lineair zoeken — Ik kan uitleggen hoe lineair zoeken werkt en hoeveel stappen het maximaal kost.
- Binair zoeken — Ik kan uitleggen hoe binair zoeken werkt in een gesorteerde lijst.
- Sorteren: het principe van bubble sort — Ik kan uitleggen hoe een eenvoudig sorteeralgoritme (bubble sort) werkt.
Parameters, foutafhandeling en testen
Grondslagen en programmeren
- Functies met parameters — Ik kan uitleggen wat een parameter is en een functie-aanroep met argumenten lezen.
- Foutafhandeling — Ik weet waarom en hoe je fouten in een programma kunt opvangen.
- Een programma testen — Ik kan uitleggen waarom je een programma test en wat een goed testgeval is.
Databases: tabellen en records
Informatie: databases en dataformaten
- Tabellen, records en velden — Ik ken de opbouw van een database: tabellen, records en velden.
- De primaire sleutel — Ik weet waarom elke tabel een unieke primaire sleutel heeft.
- Tabellen aan elkaar koppelen — Ik begrijp hoe je met een sleutel gegevens uit twee tabellen aan elkaar koppelt.
Dataformaten en compressie
Informatie: databases en dataformaten
- CSV en JSON: gegevens structureren — Ik kan een eenvoudig CSV- of JSON-bestand lezen.
- Compressie zonder verlies — Ik kan uitleggen hoe verliesvrije compressie werkt, bijvoorbeeld door herhaling te benutten.
- Compressie met verlies — Ik kan het verschil uitleggen tussen compressie met en zonder verlies.
Netwerken en het internet
Architectuur: netwerken en cryptografie
- Wat is een netwerk — Ik weet wat een netwerk is en het verschil tussen een LAN en het internet.
- IP-adressen — Ik weet wat een IP-adres is en waarom elk apparaat er één nodig heeft.
- Client-servermodel — Ik kan uitleggen hoe een client en een server samenwerken als je een website bezoekt.
HTTP en het web
Architectuur: netwerken en cryptografie
- Een HTTP-verzoek — Ik kan uitleggen wat er gebeurt als een browser een webpagina opvraagt.
- GET en POST — Ik ken het verschil tussen een GET- en een POST-verzoek.
- Statuscodes — Ik weet dat een server een statuscode teruggeeft die aangeeft hoe het verzoek is afgelopen.
Besturingssystemen en geheugen
Architectuur: netwerken en cryptografie
- Wat doet een besturingssysteem — Ik kan uitleggen wat de belangrijkste taken van een besturingssysteem zijn.
- RAM en opslag — Ik ken het verschil tussen RAM-geheugen en permanente opslag.
- Processen en multitasking — Ik kan uitleggen wat een proces is en hoe een computer meerdere taken tegelijk lijkt uit te voeren.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met informatica
Informatica in andere leerjaren