Griekse taal en cultuur oefenen in het examenjaar
In het kort. Griekse taal en cultuur in het examenjaar gaat over stijlfiguren; tekstbegrip: Homerus en Herodotus; metrum: de dactylische hexameter. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 204 geschreven opgaven. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij Griekse taal en cultuur in het examenjaar?
Stijlfiguren
Alfabet, vormleer en tekst
- Metafoor — Ik herken een metafoor en weet welk effect die heeft.
- Hyperbool — Ik herken een hyperbool en weet welk effect die heeft.
- Chiasme — Ik herken een chiasme: een kruislingse woordvolgorde (ABBA).
Tekstbegrip: Homerus en Herodotus
Alfabet, vormleer en tekst
- Homerus: formulaire taal — Ik herken formulaire, herhaalde uitdrukkingen in Homerus en weet welke functie ze hadden.
- Herodotus: de 'vader van de geschiedschrijving' — Ik ken de kenmerken van Herodotus' verhalende, onderzoekende proza.
- Tekstbegrip: van zin naar samenhang — Ik kan losse vertaalde zinnen combineren tot een samenhangend begrip van een korte tekst.
Metrum: de dactylische hexameter
Alfabet, vormleer en tekst
- Lange en korte lettergrepen — Ik kan bepalen of een Griekse lettergreep lang of kort is (van nature of door positie).
- Dactylus en spondeus — Ik ken het ritmepatroon van een dactylus en een spondeus.
- De hexameter scanderen — Ik ken de opbouw van de dactylische hexameter, het versmaat van Homerus.
Meer stijlfiguren: litotes, tricolon en ironie
Alfabet, vormleer en tekst
- Litotes — Ik herken een litotes: iets bevestigen door het tegendeel te ontkennen.
- Tricolon — Ik herken een tricolon: een opsomming van drie (vaak oplopende) delen.
- Dramatische ironie — Ik herken dramatische ironie: het publiek weet iets dat een personage nog niet weet.
Euripides: het drama
Alfabet, vormleer en tekst
- Kenmerken van de Griekse tragedie — Ik ken de belangrijkste kenmerken van de Griekse tragedie als toneelvorm.
- Euripides' stijl — Ik ken enkele kenmerken van Euripides als toneelschrijver.
- Een korte Euripides-achtige zin vertalen — Ik kan een korte, zelfgemaakte zin in de stijl van een Griekse tragedie vertalen.
Homerus: goden en helden in de Ilias en Odyssee
Alfabet, vormleer en tekst
- De twee grote epen van Homerus — Ik ken het verschil in onderwerp tussen de Ilias en de Odyssee.
- Goden grijpen in bij Homerus — Ik weet dat de goden bij Homerus voortdurend ingrijpen in het lot van de helden.
- Een korte epische zin vertalen — Ik kan een korte, zelfgemaakte zin in epische stijl vertalen.
Herodotus: volken en verhalen
Alfabet, vormleer en tekst
- Herodotus' onderzoeksmethode — Ik weet dat het woord 'geschiedenis' teruggaat op het Griekse woord voor 'onderzoek'.
- Volken en gewoonten bij Herodotus — Ik weet dat Herodotus uitgebreid schrijft over de gewoonten van verschillende volken.
- Een korte Herodotus-achtige zin vertalen — Ik kan een korte, zelfgemaakte zin in de stijl van Herodotus vertalen.
Woordvolgorde en vertaalstrategie in poëzie
Alfabet, vormleer en tekst
- Waarom woordvolgorde in poëzie afwijkt — Ik weet dat dichters de woordvolgorde aanpassen om het metrum te laten kloppen.
- Partikels als houvast in een lange zin — Ik gebruik partikels als μέν, δέ, γάρ en οὖν om de structuur van een poëtische of complexe zin te vinden.
- Vertaalstappen voor een poëtische zin — Ik kan een vaste aanpak gebruiken om een Griekse versregel te vertalen.
Filosofie: denken over de wereld
Alfabet, vormleer en tekst
- De eerste filosofen — Ik ken enkele vroege Griekse filosofen en waar zij naar op zoek waren.
- Socrates en Plato — Ik weet hoe Socrates met vragen werkte en dat Plato zijn ideeën opschreef in dialogen.
- Aristoteles: logica en onderzoek — Ik weet dat Aristoteles zich richtte op logica, natuur en het ordenen van kennis.
De Griekse polis, het theater en de Olympische Spelen
Alfabet, vormleer en tekst
- De polis: de Griekse stadstaat — Ik weet wat een polis is en dat Griekse steden elk hun eigen bestuur en wetten hadden.
- Het Griekse theater — Ik ken de belangrijkste kenmerken van het Griekse theater als culturele en religieuze instelling.
- De Olympische Spelen — Ik ken de oorsprong en enkele kenmerken van de antieke Olympische Spelen.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met Griekse taal en cultuur
Griekse taal en cultuur in andere leerjaren