Frans oefenen op niveau A2

In het kort. Frans op niveau A2 gaat over au quotidien, voyager, le travail. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 113 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 37, 38, 39 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 13, 14 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij Frans op niveau A2?

  • Au quotidien

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Werkwoorden in de tegenwoordige tijd — Ik kan regelmatige werkwoorden op -er vervoegen.
    • In een winkel of restaurant — Ik kan iets bestellen, vragen wat het kost en afrekenen.
    • La négation: ne...pas — Ik kan Franse zinnen ontkennend maken met ne...pas.
  • Voyager

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Les transports et les billets — Ik kan een vervoermiddel benoemen en een kaartje kopen.
    • Demander son chemin — Ik kan de weg vragen en aanwijzingen begrijpen.
    • Les prépositions de lieu: à, en, dans, chez — Ik kan de voorzetsels à, en, dans en chez goed gebruiken.
  • Le travail

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Beroepen — Ik ken een aantal Franse beroepen.
    • Werkwoorden op -ir — Ik kan een regelmatig -ir werkwoord vervoegen.
    • Praten over je werk — Ik kan vragen naar en vertellen over iemands beroep.
  • Les vacances

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Vakantiewoorden — Ik ken de belangrijkste vakantiewoorden.
    • Werkwoorden op -re — Ik kan een regelmatig -re werkwoord vervoegen.
    • Over vakantie vertellen — Ik kan eenvoudige zinnen over vakantie maken.
  • La ville

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Plekken in de stad — Ik ken belangrijke plekken in een Franse stad.
    • Ne...jamais, ne...rien, ne...personne — Ik ken meer ontkenningen dan ne...pas.
    • Een afspraak maken — Ik kan een tijd voorstellen voor een afspraak.
  • Les médias et internet

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Media- en internetwoorden — Ik ken de belangrijkste media- en internetwoorden.
    • Le, la, les — lijdend voorwerp vervangen — Ik kan een lijdend voorwerp vervangen door le/la/les.
    • Kort je mening geven — Ik kan kort mijn mening geven.
  • L'environnement

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Milieuwoorden — Ik ken de belangrijkste milieuwoorden.
    • Lui, leur — meewerkend voorwerp vervangen — Ik kan een meewerkend voorwerp vervangen door lui/leur.
    • Advies geven met il faut — Ik kan advies geven met il faut + infinitief.
  • Amitié et sentiments

    Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14
    • Gevoelswoorden — Ik ken de belangrijkste gevoelswoorden.
    • Y en en — Ik kan y en en gebruiken als vervanging.
    • Een gesprek tussen vrienden — Ik begrijp een kort gesprek over vriendschap.
  • Langue et culture

    Taal- en cultuurbewustzijn · kerndoel 2026: 39 · kerndoel 2006: 13
    • Les faux amis — Ik ken een paar Franse woorden die op Nederlandse woorden lijken maar iets anders betekenen.
    • Tu, vous et les formules de politesse — Ik kan tu/vous en beleefde formules correct toepassen in een gesprek en een brief.
    • Le monde francophone — Ik weet dat Frans in veel landen naast Frankrijk gesproken wordt.
  • Le français ailleurs

    Taal- en cultuurbewustzijn · kerndoel 2026: 39 · kerndoel 2006: 13
    • Meer Franstalige landen — Ik weet dat Frans op meerdere continenten gesproken wordt.
    • Getallen: septante — Ik ken de Belgische/Zwitserse variant van 70.
    • Meer valse vrienden — Ik ken meer Franse woorden die op Nederlandse woorden lijken maar iets anders betekenen.

Zes opgaven uit Frans op niveau A2

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 107. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Vul in: parler (spreken), 1e persoon enkelvoud.

    Antwoord

    parle — -er werkwoorden: je parle, tu parles, il/elle parle, nous parlons, vous parlez, ils/elles parlent.

  2. Hoe vraag je een enkeltje naar Parijs?

    • Je voudrais un billet aller simple pour Paris, s'il vous plaît
    • Donne-moi Paris
    • Un aller-retour pour Paris, tout de suite
    • Où est Paris ?
    Antwoord

    Je voudrais un billet aller simple pour Paris, s'il vous plaît — 'Un aller simple' = een enkeltje. 'Je voudrais... s'il vous plaît' is de beleefde manier om te bestellen.

  3. Wat betekent 'l'infirmier / l'infirmière'?

    • de verpleegkundige
    • de dokter
    • de tandarts
    • de apotheker
    Antwoord

    de verpleegkundige — 'L'infirmier/l'infirmière' betekent verpleegkundige.

  4. Nous ___ (attendre) le bus.

    Antwoord

    attendons — nous attendons.

  5. Je ne mange ___ de viande. (nooit)

    Antwoord

    jamais — 'Ne...jamais' betekent nooit.

  6. Je regarde la vidéo. → Je ___ regarde. (haar)

    Antwoord

    la — 'La vidéo' (vrouwelijk) wordt vervangen door 'la'.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met Frans

Frans in andere leerjaren

A1 B1 B2