Frans oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft Frans in 4 leerjaarbanden, samen 120 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit Frans op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 447. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Je spreekt een onbekende volwassene aan. Wat zeg je?

    • Comment vas-tu ?
    • Comment allez-vous ?
    • Ça va ?
    • Salut !
    Antwoord

    Comment allez-vous ? — Bij vreemden en volwassenen gebruik je vous. 'Salut' en 'tu' zijn voor vrienden.

  2. Vul in: parler (spreken), 1e persoon enkelvoud.

    Antwoord

    parle — -er werkwoorden: je parle, tu parles, il/elle parle, nous parlons, vous parlez, ils/elles parlent.

  3. Vul in: manger (eten), passé composé met j'.

    Antwoord

    ai — Passé composé = avoir of être + voltooid deelwoord. De meeste werkwoorden nemen avoir.

  4. Welke zin geeft een mening?

    • Il fait beau aujourd'hui.
    • À mon avis, ce film est excellent.
    • Le train part à huit heures.
    • Paris est la capitale de la France.
    Antwoord

    À mon avis, ce film est excellent. — 'À mon avis' (naar mijn mening) markeert een persoonlijke mening, geen feit.

  5. Je komt 's avonds een Franse buurvrouw tegen. Wat zeg je?

    • Bonsoir
    • Bonjour
    • Bonne nuit
    Antwoord

    Bonsoir — Bonsoir vanaf de avond. Bonne nuit zeg je alleen tegen wie gaat slapen.

  6. Vul in: habiter (wonen), nous-vorm.

    Antwoord

    habitons — Bij nous eindigt een -er werkwoord op -ons.