Frans oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft Frans in 4 leerjaarbanden, samen 120 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Frans oefenen op niveau A1
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenFrans oefenen op niveau A2
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenFrans oefenen op niveau B1
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenFrans oefenen op niveau B2
10 hoofdstukken · 30 leerdoelen
Zes opgaven uit Frans op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 447. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Je spreekt een onbekende volwassene aan. Wat zeg je?
- Comment vas-tu ?
- Comment allez-vous ?
- Ça va ?
- Salut !
Antwoord
Comment allez-vous ? — Bij vreemden en volwassenen gebruik je vous. 'Salut' en 'tu' zijn voor vrienden.
-
Vul in: parler (spreken), 1e persoon enkelvoud.
Antwoord
parle — -er werkwoorden: je parle, tu parles, il/elle parle, nous parlons, vous parlez, ils/elles parlent.
-
Vul in: manger (eten), passé composé met j'.
Antwoord
ai — Passé composé = avoir of être + voltooid deelwoord. De meeste werkwoorden nemen avoir.
-
Welke zin geeft een mening?
- Il fait beau aujourd'hui.
- À mon avis, ce film est excellent.
- Le train part à huit heures.
- Paris est la capitale de la France.
Antwoord
À mon avis, ce film est excellent. — 'À mon avis' (naar mijn mening) markeert een persoonlijke mening, geen feit.
-
Je komt 's avonds een Franse buurvrouw tegen. Wat zeg je?
- Bonsoir
- Bonjour
- Bonne nuit
Antwoord
Bonsoir — Bonsoir vanaf de avond. Bonne nuit zeg je alleen tegen wie gaat slapen.
-
Vul in: habiter (wonen), nous-vorm.
Antwoord
habitons — Bij nous eindigt een -er werkwoord op -ons.