Engels oefenen in groep 8
In het kort. Engels in groep 8 gaat over everyday life, free time and animals, around the house. Schoolschrift dekt dat met 27 leerdoelen in 9 hoofdstukken en 126 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 33, 34, 35 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 13, 14, 15 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij Engels in groep 8?
Everyday life
Communicatie (basisschool) · kerndoel 2026: 33 · kerndoel 2006: 13, 15
- Telling the time — Ik kan in het Engels zeggen hoe laat het is.
- Asking for directions — Ik kan de weg vragen en aanwijzingen begrijpen.
- Food and drink — Ik kan eten en drinken bestellen en benoemen.
Free time and animals
Communicatie (basisschool) · kerndoel 2026: 33 · kerndoel 2006: 13, 15
- Free time activities — Ik kan vertellen wat ik in mijn vrije tijd doe.
- Animals and pets — Ik ken woorden voor dieren en huisdieren.
- Talking about the weather — Ik kan het weer beschrijven.
Around the house
Communicatie (basisschool) · kerndoel 2026: 33 · kerndoel 2006: 13, 15
- Rooms and furniture — Ik ken woorden voor kamers en meubels in huis.
- There is / there are — Ik kan zeggen wat er ergens is met 'there is' en 'there are'.
- In, on and under — Ik kan voorwerpen in huis beschrijven met 'in', 'on' en 'under'.
Body and clothes
Communicatie (basisschool) · kerndoel 2026: 33 · kerndoel 2006: 13, 15
- Parts of the body — Ik ken de belangrijkste lichaamsdelen in het Engels.
- Clothes — Ik ken woorden voor kleding en kan zeggen wat iemand draagt.
- Describing what people wear — Ik kan beschrijven wat iemand aan heeft.
Numbers, dates and birthdays
Communicatie (basisschool) · kerndoel 2026: 33 · kerndoel 2006: 13, 15
- Ordinal numbers — Ik ken de rangtelwoorden (first, second, third...) in het Engels.
- Talking about dates — Ik kan een datum in het Engels zeggen en vragen.
- Months and seasons — Ik ken de maanden en de seizoenen in het Engels.
Words and worlds
Taal- en cultuurbewustzijn (basisschool) · kerndoel 2026: 34 · kerndoel 2006: 13
- Being polite — Ik weet wanneer ik 'please', 'thank you' en 'sorry' gebruik.
- Tricky look-alike words — Ik ken een paar Engelse woorden die op Nederlandse woorden lijken maar iets anders betekenen.
- Life in English-speaking countries — Ik ken een paar verschillen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland.
More friendly words
Taal- en cultuurbewustzijn (basisschool) · kerndoel 2026: 34 · kerndoel 2006: 13
- Even more tricky words — Ik ken nog een paar Engelse woorden die op Nederlandse woorden lijken maar iets anders betekenen.
- Talking to adults politely — Ik weet hoe ik een volwassene beleefd aanspreek in het Engels.
- Greeting people politely — Ik weet welke groet ik gebruik op verschillende momenten van de dag.
Basic grammar
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- To be: am, is, are — Ik kan het werkwoord 'to be' goed gebruiken.
- Plurals — Ik kan Engelse meervouden maken.
- A, an or the — Ik weet wanneer ik 'a', 'an' of 'the' gebruik.
Have got, some and any
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Have and have got — Ik kan 'have' en 'have got' gebruiken om te zeggen wat ik bezit.
- Some and any — Ik weet wanneer ik 'some' en 'any' gebruik.
- Countable and uncountable nouns — Ik weet het verschil tussen telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met Engels
Engels in andere leerjaren