In het kort. Engels op niveau A2 gaat over past and future (A2), reading and listening strategies (A2), writing and speaking (A2). Schoolschrift dekt dat met 36 leerdoelen in 12 hoofdstukken en 213 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 34, 35, 36 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 14, 15 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Past and future (A2)
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Simple past — Ik kan vertellen wat er gisteren gebeurde.
- Talking about the future — Ik kan over de toekomst praten met 'going to' en 'will'.
- Comparatives and superlatives — Ik kan dingen vergelijken met -er/-est en more/most.
Reading and listening strategies (A2)
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Reading strategies — Ik kan een Engelse tekst globaal begrijpen zonder elk woord te kennen.
- Listening strategies — Ik kan de hoofdpunten van een Engels gesprek of filmpje volgen.
- Prepositions of time and place — Ik kan 'in', 'on' en 'at' goed gebruiken bij tijd en plaats.
Writing and speaking (A2)
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Writing an informal email — Ik kan een informele e-mail schrijven aan een leeftijdgenoot.
- Asking for information — Ik kan om informatie vragen, bijvoorbeeld bij het boeken van iets.
- Modal verbs: can, could, should, must — Ik kan can, could, should en must correct gebruiken.
Present continuous
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Present continuous: what is happening now — Ik kan zeggen wat er nu op dit moment gebeurt met 'be' + -ing.
- Present simple or present continuous? — Ik weet wanneer ik present simple gebruik en wanneer present continuous.
- Time expressions: now, always, at the moment — Ik ken signaalwoorden voor present simple en present continuous.
Past continuous
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Past continuous — Ik kan zeggen wat er op een bepaald moment in het verleden aan het gebeuren was.
- Past simple or past continuous? — Ik kan past simple en past continuous combineren in één zin.
- While and when — Ik weet het verschil tussen 'while' en 'when' bij past continuous en past simple.
Question tags and short answers
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Question tags — Ik kan een korte controlevraag (question tag) aan een zin toevoegen.
- Short answers — Ik kan kort antwoorden op ja/nee-vragen met het juiste hulpwerkwoord.
- Agreeing and disagreeing with tags — Ik kan reageren op een question tag om het ergens mee eens of oneens te zijn.
Travel and work
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- At the airport and station — Ik ken woorden en zinnen om te reizen met het vliegtuig of de trein.
- Jobs and occupations — Ik ken Engelse woorden voor beroepen.
- Talking about your future job — Ik kan vertellen wat ik later wil worden en waarom.
Technology and environment
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Technology and devices — Ik ken Engelse woorden voor apparaten en technologie.
- Environment and nature — Ik ken Engelse woorden over het milieu en kan er eenvoudig over praten.
- Giving simple advice about the environment — Ik kan met 'should' een eenvoudig advies geven over het milieu.
Writing a review and a blog post
Communicatie (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 34, 35 · kerndoel 2006: 14, 15
- Writing a short review — Ik kan een korte recensie schrijven met mijn mening en argumenten.
- Structuring a blog post — Ik kan een blogpost opbouwen met een pakkende titel, inleiding en persoonlijke toon.
- Choosing the right register for writing — Ik kan het juiste taalgebruik kiezen voor e-mail, recensie en blog.
Language and culture (A2)
Taal- en cultuurbewustzijn (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 36 · kerndoel 2006: 15
- More tricky look-alike words — Ik ken meer Engelse woorden die op Nederlandse woorden lijken maar iets anders betekenen.
- Formal and informal language — Ik weet wanneer ik formeel of informeel Engels gebruik.
- English around the world — Ik weet dat Engels in veel landen anders klinkt en soms andere woorden gebruikt.
Phrasal verbs
Taal- en cultuurbewustzijn (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 36 · kerndoel 2006: 15
- Common phrasal verbs — Ik ken een paar veelgebruikte Engelse phrasal verbs (werkwoord + voorzetsel).
- Separable phrasal verbs — Ik weet dat je bij sommige phrasal verbs het voorwerp tussen de twee delen kunt zetten.
- Phrasal verbs in context — Ik kan phrasal verbs herkennen en gebruiken in een zin.
Spelling, sounds and addressing people
Taal- en cultuurbewustzijn (voortgezet onderwijs) · kerndoel 2026: 36 · kerndoel 2006: 15
- Tricky spelling patterns — Ik ken een paar lastige Engelse spellingpatronen.
- Word stress and pronunciation — Ik weet dat klemtoon in het Engels het verschil in betekenis kan maken.
- Formal ways of addressing people — Ik weet welke formele aanspreekvormen ik gebruik in Engelstalige e-mails en brieven.
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor. Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen. Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.