Natuur & Techniek oefenen in groep 6
In het kort. Natuur & Techniek in groep 6 gaat over groeien en ontwikkelen; hoe een plant zijn eigen voedsel maakt; bestuiving: van bloem tot vrucht. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 210 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij natuur & Techniek in groep 6?
Groeien en ontwikkelen
Planten en dieren · kerndoel 2006: 40, 41- De levenscyclus van een plant — Ik kan de levenscyclus van een plant in de juiste volgorde zetten.
- Volledige gedaanteverwisseling bij insecten — Ik kan de stadia van de gedaanteverwisseling van een vlinder op volgorde zetten.
- Voortplanting: eieren of levende jongen — Ik weet het verschil tussen dieren die eieren leggen en dieren die levende jongen krijgen.
Hoe een plant zijn eigen voedsel maakt
Planten en dieren · kerndoel 2006: 40, 41- Wat een plant nodig heeft om te groeien — Ik weet wat een plant nodig heeft om te kunnen groeien.
- Hoe een blad voedsel maakt — Ik kan in het kort uitleggen hoe een plant met licht, water en CO2 zijn eigen voedsel maakt.
- Waarom planten belangrijk zijn voor zuurstof — Ik kan uitleggen waarom planten belangrijk zijn voor de lucht die wij inademen.
Bestuiving: van bloem tot vrucht
Planten en dieren · kerndoel 2006: 40, 41- Delen van een bloem — Ik weet welke delen een bloem heeft die nodig zijn voor bestuiving.
- Hoe bijen bestuiven — Ik kan uitleggen hoe een bij stuifmeel van de ene bloem naar de andere brengt.
- Van bloem naar vrucht — Ik weet dat er na bestuiving een vrucht met zaden kan groeien.
Licht, geluid, magneten en stroom
Materie en energie · kerndoel 2006: 42, 44, 45- De gesloten stroomkring — Ik weet waarom een lampje alleen brandt als de kring gesloten is.
- Licht en geluid — Ik weet hoe schaduw ontstaat en hoe geluid zich voortplant.
- Magneten: aantrekken en afstoten — Ik weet hoe magneten werken en welke materialen ze aantrekken.
Stoffen, mengsels en warmte
Materie en energie · kerndoel 2006: 42, 44, 45- Vaste stof, vloeistof en gas — Ik ken de drie vormen van stoffen en hoe ze in elkaar overgaan.
- Stoffen mengen en scheiden — Ik kan uitleggen hoe je stoffen kunt mengen en weer scheiden.
- Warmte: geleiden en uitzetten — Ik kan uitleggen hoe warmte zich verplaatst en wat het met stoffen doet.
Stroom verder: geleiders en schakelingen
Materie en energie · kerndoel 2006: 42, 44, 45- Geleiders en isolatoren — Ik weet welke materialen stroom doorlaten en welke niet.
- Stroom in serie en parallel — Ik weet het verschil tussen een serieschakeling en een parallelschakeling.
- Veilig omgaan met elektriciteit — Ik weet hoe je veilig met elektriciteit omgaat.
De maan en haar fasen
Aarde en ruimte · kerndoel 2006: 43, 46- Waarom de maan lijkt te veranderen — Ik weet dat de maan zelf geen licht maakt, maar zonlicht weerkaatst.
- De volgorde van de maanfasen — Ik kan de maanfasen op volgorde zetten.
- Hoe lang een maancyclus duurt — Ik weet ongeveer hoe lang het duurt voordat de maan weer dezelfde fase heeft.
Wolken en soorten neerslag
Aarde en ruimte · kerndoel 2006: 43, 46- Soorten wolken — Ik ken een paar soorten wolken en wat ze vertellen over het weer.
- Soorten neerslag — Ik ken verschillende soorten neerslag en wanneer ze voorkomen.
- Weersymbolen lezen — Ik kan eenvoudige weersymbolen herkennen die op een weerkaart worden gebruikt.
Techniek: van probleem naar idee
Techniek en onderzoek- Van probleem naar idee — Ik kan een probleem omschrijven en er een technisch idee voor bedenken.
- Schetsen en plannen — Ik weet waarom je een schets maakt voordat je iets bouwt.
- Materialen kiezen voor je ontwerp — Ik kan het juiste materiaal kiezen voor een technisch ontwerp.
Resultaten noteren en aflezen
Techniek en onderzoek- Resultaten in een tabel noteren — Ik kan meetresultaten overzichtelijk in een tabel noteren.
- Een staafdiagram lezen — Ik kan een eenvoudig staafdiagram aflezen.
- Waarom je een meting herhaalt — Ik weet waarom je een proef beter een paar keer kunt herhalen.
Zes opgaven uit natuur & Techniek in groep 6
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 204. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Wat heeft een zaad vooral nodig om te kiemen?
- Alleen licht
- Water en warmte
- Aarde en suiker
- Niets
Antwoord
Water en warmte — Met water en de juiste temperatuur begint het kiemen. Licht wordt pas belangrijk als het plantje boven de grond komt.
-
Wat heeft een plant nodig om te groeien?
- licht, water en lucht
- alleen aarde
- alleen water
- muziek
Antwoord
licht, water en lucht — Een plant gebruikt licht, water en lucht (CO2) samen om te kunnen groeien.
-
Waarom hebben veel bloemen felle kleuren?
- om insecten te lokken
- om zich te verstoppen
- om warmte vast te houden
- om regen tegen te houden
Antwoord
om insecten te lokken — Felle kleuren en geur trekken insecten aan, die daarna helpen bij de bestuiving.
-
Waarom brandt een lampje niet als er één draadje los zit?
- De batterij is leeg
- De stroomkring is niet gesloten
- Het lampje is stuk
- Er is te weinig licht
Antwoord
De stroomkring is niet gesloten — Elektronen moeten een rondje kunnen maken. Eén onderbreking en de hele kring werkt niet — zoals een file op een rondweg.
-
Bij welke temperatuur kookt water op zeeniveau?
- 0 °C
- 50 °C
- 100 °C
- 200 °C
Antwoord
100 °C — Bij 100 °C gaat water op zeeniveau over van vloeistof naar gas (waterdamp).
-
Welk materiaal geleidt stroom het beste?
- koper (metaal)
- rubber
- plastic
- hout
Antwoord
koper (metaal) — Metalen zoals koper laten elektrische stroom goed door.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.