Maatschappijwetenschappen oefenen op de havo
In het kort. Maatschappijwetenschappen op de havo gaat over de vier hoofdconcepten, macht, gezag en ongelijkheid, sociale stratificatie. Schoolschrift dekt dat met 32 leerdoelen in 11 hoofdstukken en 154 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 36, 37 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij maatschappijwetenschappen op de havo?
De vier hoofdconcepten
Hoofdconcepten en kernconcepten · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Vorming, verhouding, binding en verandering — Ik ken de vier hoofdconcepten en kan een verschijnsel bij het juiste concept plaatsen.
- Kernconcepten toepassen — Ik kan kernconcepten als macht, gezag en socialisatie precies gebruiken.
- Socialisatie en identiteit — Ik kan uitleggen hoe socialisatie bijdraagt aan iemands identiteit.
Macht, gezag en ongelijkheid
Verhouding: macht, gezag en ongelijkheid · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Bronnen van macht — Ik kan verschillende bronnen van macht herkennen.
- Vormen van legitiem gezag — Ik ken drie vormen van legitiem gezag volgens Weber.
- Sociale ongelijkheid — Ik kan uitleggen wat sociale ongelijkheid is en welke vormen er zijn.
Sociale stratificatie
Verhouding: macht, gezag en ongelijkheid · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Stratificatiesystemen — Ik ken verschillende systemen waarin de samenleving in lagen is ingedeeld.
- Sociale klasse — Ik kan uitleggen waarop een sociale klasse gebaseerd is.
- Stratificatie en sociale mobiliteit — Ik kan het verband tussen stratificatiesysteem en sociale mobiliteit uitleggen.
Politieke besluitvorming
Binding: politiek en rechtsstaat · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Kenmerken van een democratie — Ik ken de basiskenmerken van een democratisch politiek stelsel.
- Het wetgevingsproces — Ik kan de stappen van het maken van een wet op volgorde zetten.
- Belangengroepen en lobby — Ik kan uitleggen welke rol belangengroepen spelen bij politieke besluitvorming.
Staatsvormen en sociale cohesie
Binding: politiek en rechtsstaat · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Staatsvormen — Ik ken verschillende staatsvormen naar de manier waarop macht verdeeld is.
- Sociale cohesie — Ik kan uitleggen wat sociale cohesie is en waardoor die ontstaat.
- Anomie — Ik kan uitleggen wat anomie is.
Media en beeldvorming
Verandering: media, globalisering en individualisering · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Functies van massamedia — Ik ken de functies die massamedia in de samenleving vervullen.
- Hoe media beeldvorming beïnvloeden — Ik kan uitleggen hoe selectie en framing de beeldvorming beïnvloeden.
- Kritisch omgaan met informatie — Ik kan uitleggen hoe je kritisch met informatie uit media kunt omgaan.
Publieke opinie en modernisering
Verandering: media, globalisering en individualisering · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Publieke opinie — Ik kan uitleggen wat publieke opinie is.
- Opiniepeilingen en hun beperkingen — Ik kan uitleggen wat een opiniepeiling meet en wat de beperkingen ervan zijn.
- Modernisering — Ik kan uitleggen wat modernisering als maatschappelijk proces inhoudt.
Identiteit, groepsvorming en normen
Vorming: ideologie en waarden · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Identiteit en groepsvorming — Ik kan uitleggen hoe groepen bijdragen aan iemands identiteit.
- In-group, out-group en referentiegroep — Ik ken de begrippen in-group, out-group en referentiegroep.
- Normen en waarden onderscheiden — Ik kan het verschil tussen een waarde en een norm herkennen.
Onderzoek doen: de basis
Onderzoek doen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Een goede onderzoeksvraag — Ik kan herkennen wat een goede onderzoeksvraag is.
- Manieren om gegevens te verzamelen — Ik ken verschillende manieren om onderzoeksgegevens te verzamelen.
- Een grafiek uit onderzoek lezen — Ik kan een eenvoudige grafiek of tabel uit onderzoek aflezen.
Onderzoek ontwerpen
Onderzoek doen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37- Kwalitatief en kwantitatief onderzoek — Ik kan het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitleggen.
- Een begrip operationaliseren — Ik kan een abstract begrip omzetten in iets meetbaars.
- Validiteit en betrouwbaarheid — Ik ken het verschil tussen validiteit en betrouwbaarheid van een meting.
Van nieuwsbericht naar analyse
Een actualiteit analyseren · havo- Een actualiteit met concepten bekijken — Ik kan een actuele kwestie beschrijven met de kernconcepten vorming, verhouding, binding en verandering.
- Meerdere perspectieven naast elkaar — Ik kan uitleggen waarom een analyse standpunten beschrijft en niet zelf partij kiest.
Zes opgaven uit maatschappijwetenschappen op de havo
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 148. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Een onderzoek naar hoe kinderen de normen van hun ouders overnemen valt onder:
- Verhouding
- Vorming
- Binding
- Verandering
Antwoord
Vorming — Vorming gaat over het verwerven van een identiteit — socialisatie, acculturatie, ideologie.
-
Wat is macht?
- Het vermogen om het gedrag van anderen te beïnvloeden, ook tegen hun wil in
- Altijd geweld gebruiken
- Hetzelfde als gezag
- Een wet die iedereen moet volgen
Antwoord
Het vermogen om het gedrag van anderen te beïnvloeden, ook tegen hun wil in — Macht is breder dan geweld: het gaat om invloed op het gedrag van anderen, via verschillende bronnen.
-
Wat is stratificatie?
- De indeling van een samenleving in lagen met een verschillende maatschappelijke positie
- Een synoniem voor democratie
- Het proces van globalisering
- Een vorm van gezag
Antwoord
De indeling van een samenleving in lagen met een verschillende maatschappelijke positie — Stratificatie beschrijft de gelaagdheid van een samenleving in bijvoorbeeld standen, klassen of kasten.
-
Wat is een kenmerk van een democratie?
- Eén partij bepaalt alles zonder verkiezingen
- Vrije en eerlijke verkiezingen waarbij burgers hun vertegenwoordigers kiezen
- Er is geen wetgevende macht nodig
- Iedereen moet exact hetzelfde stemmen
Antwoord
Vrije en eerlijke verkiezingen waarbij burgers hun vertegenwoordigers kiezen — Vrije verkiezingen zijn een kernkenmerk: burgers kiezen wie hen vertegenwoordigt.
-
Wat kenmerkt een federatie?
- Alle macht ligt bij de centrale overheid
- Deelstaten houden eigen bevoegdheden naast een centrale overheid
- Er is geen centrale overheid
- Staten kunnen zich altijd zonder gevolgen afsplitsen
Antwoord
Deelstaten houden eigen bevoegdheden naast een centrale overheid — In een federatie delen centrale overheid en deelstaten de macht, elk met eigen bevoegdheden.
-
Wat betekent de agendafunctie van media?
- Media plannen afspraken voor politici
- Media bepalen mede welke onderwerpen belangrijk lijken door er veel of weinig aandacht aan te geven
- Media hebben geen invloed op wat mensen belangrijk vinden
- Een synoniem voor censuur
Antwoord
Media bepalen mede welke onderwerpen belangrijk lijken door er veel of weinig aandacht aan te geven — Door veel of weinig aandacht te geven aan een onderwerp, beïnvloeden media wat het publiek als belangrijk ervaart.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.
Begin met maatschappijwetenschappen