Maatschappijwetenschappen oefenen op het vwo

In het kort. Maatschappijwetenschappen op het vwo gaat over cultuur en ongelijkheid verdiept; sociale stratificatie: verdieping; de rechtsstaat. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 159 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 28 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 36, 37 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.

Wat leer je bij maatschappijwetenschappen op het vwo?

  • Cultuur en ongelijkheid verdiept

    Verhouding: macht, gezag en ongelijkheid · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Wat cultuur is — Ik kan uitleggen wat sociologen met 'cultuur' bedoelen.
    • Subcultuur en tegencultuur — Ik kan het verschil tussen een subcultuur en een tegencultuur uitleggen.
    • Sociale mobiliteit — Ik kan uitleggen wat sociale stijging en daling betekenen.
  • Sociale stratificatie: verdieping

    Verhouding: macht, gezag en ongelijkheid · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Levenskansen — Ik kan uitleggen wat levenskansen zijn en hoe ze samenhangen met sociale klasse.
    • Meritocratie als ideaal — Ik kan uitleggen wat het ideaal van een meritocratie inhoudt en welke kritiek daarop bestaat.
    • Open en gesloten stratificatiesystemen samengevat — Ik kan open en gesloten stratificatiesystemen met voorbeelden vergelijken.
  • De rechtsstaat

    Binding: politiek en rechtsstaat · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Kenmerken van de rechtsstaat — Ik ken de belangrijkste kenmerken van een rechtsstaat.
    • De trias politica — Ik kan de drie machten van de trias politica benoemen en onderscheiden.
    • Waarborgen tegen machtsmisbruik — Ik kan uitleggen hoe een grondwet en een onafhankelijke rechter machtsmisbruik helpen voorkomen.
  • Verkiezingen, kiesstelsels en sociale controle

    Binding: politiek en rechtsstaat · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Kiesstelsels — Ik ken het verschil tussen een meerderheidsstelsel en evenredige vertegenwoordiging.
    • Sociale controle — Ik kan het verschil tussen formele en informele sociale controle uitleggen.
    • Criminaliteit en veiligheid — Ik kan uitleggen wat criminaliteit is en hoe veiligheid sociaalwetenschappelijk onderzocht wordt.
  • Globalisering en individualisering

    Verandering: media, globalisering en individualisering · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Vormen van globalisering — Ik kan economische, culturele en politieke globalisering onderscheiden.
    • Oorzaken van individualisering — Ik kan oorzaken van individualisering benoemen.
    • Glokalisering — Ik kan uitleggen hoe globaal en lokaal samen kunnen gaan.
  • Internationale organisaties en institutionalisering

    Verandering: media, globalisering en individualisering · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Internationale organisaties — Ik kan uitleggen welke functies internationale organisaties vervullen.
    • Institutionalisering — Ik kan uitleggen wat institutionalisering betekent.
    • Continuïteit en verandering samen bekeken — Ik kan globalisering, individualisering, modernisering en institutionalisering met elkaar in verband brengen.
  • Ideologie en waardenvorming

    Vorming: ideologie en waarden · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Wat een ideologie is — Ik kan de kenmerken van een ideologie benoemen.
    • Feit of waardeoordeel? — Ik kan het verschil zien tussen een feitelijke uitspraak en een waardeoordeel.
    • Het politieke spectrum als hulpmiddel — Ik kan uitleggen wat een politiek spectrum wel en niet laat zien.
  • Migratie en integratie

    Vorming: ideologie en waarden · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Push- en pullfactoren van migratie — Ik kan push- en pullfactoren van migratie herkennen.
    • Strategieën van integratie — Ik ken verschillende manieren waarop mensen zich tot een nieuwe cultuur kunnen verhouden.
    • Migratie als sociaal vraagstuk — Ik kan uitleggen dat er verschillende perspectieven bestaan op migratie als maatschappelijk vraagstuk.
  • Onderzoek en actualiteit

    Onderzoek doen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Sociaalwetenschappelijk onderzoek beoordelen — Ik kan beoordelen of een onderzoeksuitspraak deugt.
    • Bronnen beoordelen — Ik kan een bron beoordelen op betrouwbaarheid en representativiteit.
    • De stappen van sociaalwetenschappelijk onderzoek — Ik kan de stappen van een onderzoek op volgorde zetten.
  • Onderzoek kritisch beoordelen

    Onderzoek doen · kerndoel 2026: 28 · kerndoel 2006: 36, 37
    • Correlatie, causaliteit en derde variabele — Ik kan uitleggen wanneer een gevonden verband mogelijk door een derde variabele komt.
    • Bronkritiek verdiept — Ik kan onderscheid maken tussen primaire en secundaire bronnen en het belang van de bron beoordelen.
    • Representativiteit en generaliseren — Ik kan beoordelen of een onderzoeksconclusie generaliseerbaar is naar een grotere groep.

Zes opgaven uit maatschappijwetenschappen op het vwo

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 153. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Wat bedoelen sociale wetenschappers met 'cultuur'?

    • Alleen kunst en muziek
    • Het geheel van waarden, normen en gedeelde betekenissen van een groep
    • Een synoniem voor land
    • Alleen tradities uit het verleden
    Antwoord

    Het geheel van waarden, normen en gedeelde betekenissen van een groep — Cultuur is breder dan kunst: het gaat om gedeelde waarden, normen, gewoontes en betekenissen binnen een groep.

  2. Wat zijn levenskansen?

    • De kansen die iemand heeft op bijvoorbeeld onderwijs, werk en gezondheid
    • Een synoniem voor stratificatie
    • Een wettelijke term
    • Een politieke partij
    Antwoord

    De kansen die iemand heeft op bijvoorbeeld onderwijs, werk en gezondheid — Levenskansen zijn de kansen op onder andere goed onderwijs, werk en gezondheid.

  3. Wat is een kenmerk van een rechtsstaat?

    • De macht van de overheid is onbeperkt
    • De overheid is zelf ook gebonden aan wetten en grondrechten
    • Er zijn geen rechters nodig
    • Wetten gelden niet voor de overheid
    Antwoord

    De overheid is zelf ook gebonden aan wetten en grondrechten — In een rechtsstaat is ook de overheid zelf gebonden aan het recht — niemand staat erboven.

  4. Wat gebeurt er bij evenredige vertegenwoordiging?

    • Het aantal zetels van een partij komt ongeveer overeen met haar aandeel van de stemmen
    • Alleen de grootste partij krijgt zetels
    • Er wordt niet gestemd
    • Elke partij krijgt evenveel zetels ongeacht het aantal stemmen
    Antwoord

    Het aantal zetels van een partij komt ongeveer overeen met haar aandeel van de stemmen — Bij evenredige vertegenwoordiging is de zetelverdeling een afspiegeling van het landelijke stemmenaandeel.

  5. Wat is globalisering?

    • Landen die zich juist afsluiten van de rest van de wereld
    • Het proces waarbij landen, culturen en economieën wereldwijd steeds meer met elkaar verweven raken
    • Een synoniem voor immigratie alleen
    • Het verdwijnen van alle landsgrenzen
    Antwoord

    Het proces waarbij landen, culturen en economieën wereldwijd steeds meer met elkaar verweven raken — Globalisering betekent toenemende wereldwijde verwevenheid, niet per se het verdwijnen van grenzen.

  6. Wat is een functie die internationale organisaties vaak vervullen?

    • Landen laten samenwerken op gebieden als vrede, handel of recht
    • Landen volledig vervangen door één wereldregering
    • Alle landelijke wetten overbodig maken
    • Uitsluitend militaire doelen dienen
    Antwoord

    Landen laten samenwerken op gebieden als vrede, handel of recht — Internationale organisaties bevorderen samenwerking tussen landen op terreinen als vrede, handel en recht.

Hoe oefen je dit in Schoolschrift?

  1. Volg de lessen per leerdoel

    Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.

  2. Haal de hoofdstuktoets

    Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.

  3. Blijf herhalen

    Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.

Begin met maatschappijwetenschappen

Maatschappijwetenschappen in andere leerjaren