Duits oefenen op niveau B2
In het kort. Duits op niveau B2 gaat over meinung äußern, argumentieren, zukunft der Umwelt. Schoolschrift dekt dat met 30 leerdoelen in 10 hoofdstukken en 128 geschreven opgaven. De stof hangt aan kerndoel 37, 38, 39 uit de set die sinds augustus 2026 geldt en kerndoel 13, 14 uit de set van 2006. Oefenen kan gratis in de browser, zonder account en offline.
Wat leer je bij Duits op niveau B2?
Meinung äußern
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Meinung äußern — Ik kan mijn mening geven in het Duits.
- Konjunktiv II: würde + Infinitiv — Ik kan de zou-vorm maken met würde + infinitief.
- Konnektoren: trotzdem, deshalb, obwohl — Ik kan zinnen verbinden met signaalwoorden.
Argumentieren
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Einen kurzen Text argumentativ aufbauen — Ik kan een kort betoog opbouwen in het Duits.
- Das Passiv — Ik kan de lijdende vorm herkennen en vormen met werden + voltooid deelwoord.
- Der Genitiv — Ik ken de Genitiv-naamval voor bezit.
Zukunft der Umwelt
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Milieu- en klimaatwoorden — Ik ken woordenschat over milieu en klimaat.
- Konjunktiv II met wenn — Ik kan een irreële wens uitdrukken met wenn en würde.
- Een debat voeren — Ik ken vaste zinnen om in een discussie te reageren.
Berufswelt von morgen
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- De toekomst van werk — Ik ken woorden over de toekomst van werk.
- Lijdende vorm met modaal werkwoord — Ik kan de lijdende vorm met een modaal werkwoord maken.
- Een cv-tekst schrijven — Ik kan korte zinnen voor een cv schrijven.
Nachrichten verstehen
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Nieuwswoorden — Ik ken woorden voor het lezen van nieuws.
- Luisteren naar nieuws — Ik weet hoe ik een nieuwsbericht het beste kan beluisteren.
- Een bron beoordelen — Ik weet waar ik op moet letten om een bron te beoordelen.
Ein Streitgespräch
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Genuanceerde gevoelens — Ik ken genuanceerde gevoelswoorden.
- Tegenstelling uitdrukken — Ik kan een tegenstelling uitdrukken met dennoch of während.
- Een compromis sluiten — Ik ken vaste zinnen om een compromis te sluiten.
Ein Essay schreiben
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Een essay opbouwen — Ik ken de opbouw van een essay.
- Voorzetsels met de Genitiv — Ik ken voorzetsels die de Genitiv vragen.
- Een bron citeren — Ik ken vaste frasen om een bron aan te halen.
Reisen und Nachhaltigkeit
Communicatie · kerndoel 2026: 37, 38 · kerndoel 2006: 13, 14- Duurzaam reizen — Ik ken woorden over duurzaam reizen.
- Doelzinnen: damit en um...zu — Ik kan een doel uitdrukken met um...zu of damit.
- Een reisverslag schrijven — Ik kan een kort reisverslag schrijven met Perfekt.
Kultur im Vergleich
Taal- en cultuurbewustzijn · kerndoel 2026: 39 · kerndoel 2006: 13- Höflichkeit im Vergleich — Ik kan beleefdheidsverschillen tussen het Duits en het Nederlands benoemen.
- Deutsche Medien — Ik kan aangeven waar ik op moet letten bij Duitstalig nieuws en media.
- Deutsche Redewendungen — Ik ken een paar veelgebruikte Duitse uitdrukkingen.
Deutsch weltweit
Taal- en cultuurbewustzijn · kerndoel 2026: 39 · kerndoel 2006: 13- Duits buiten D-A-CH-L — Ik weet dat Duits ook buiten D-A-CH-L gesproken wordt.
- Meer uitdrukkingen — Ik ken meer Duitse uitdrukkingen.
- Interculturele communicatie — Ik ben me bewust van verschillen in communicatiestijl.
Zes opgaven uit Duits op niveau B2
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 122. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Welke zin geeft een mening?
- Es regnet heute.
- Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut.
- Der Zug fährt um acht Uhr.
- Berlin ist die Hauptstadt von Deutschland.
Antwoord
Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut. — 'Meiner Meinung nach' (naar mijn mening) markeert een persoonlijke mening, geen feit.
-
Welke uitdrukking introduceert een eerste argument?
- Zusammenfassend
- Erstens
- Trotzdem
- Zum Schluss
Antwoord
Erstens — 'Erstens' (ten eerste) leidt het eerste argument in.
-
Wenn ich Zeit ___ (haben, Konjunktiv II), würde ich mehr recyceln.
Antwoord
hätte — Konjunktiv II van 'haben' is 'hätte'.
-
Die Aufgabe ___ erledigt werden. (müssen, sie/es)
Antwoord
muss — Modaal werkwoord vervoegd op plaats twee: muss.
-
Waar let je het eerst op bij een nieuwsbericht?
- Wie en wat de hoofdgebeurtenis is
- De exacte kledingkleur van de spreker
- De achtergrondmuziek
- De lengte van het bericht
Antwoord
Wie en wat de hoofdgebeurtenis is — De hoofdgebeurtenis (wie, wat) is het startpunt om een nieuwsbericht te begrijpen.
-
Es regnet. ___ gehen wir spazieren. (toch)
Antwoord
Dennoch — 'Dennoch' staat op plaats één, dan het werkwoord: dennoch gehen wir.
Hoe oefen je dit in Schoolschrift?
Volg de lessen per leerdoel
Elk hoofdstuk bestaat uit zes lessen: één per leerdoel, twee gemengde lessen en een hoofdstuktoets. Voor elk nieuw leerdoel legt de coach eerst uit wat je gaat leren en doet één opgave helemaal voor.
Haal de hoofdstuktoets
Het volgende hoofdstuk gaat open zodra de hoofdstuktoets met minstens 80% gehaald is; wie de stof al kent, kan met één toets vooruitspringen.
Blijf herhalen
Herhaling loopt per leerdoel en blijft binnen dit vak en binnen stof die al langs is gekomen.