Duits oefenen

In het kort. Schoolschrift heeft Duits in 4 leerjaarbanden, samen 120 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.

Kies een leerjaar

Zes opgaven uit Duits op Schoolschrift

Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 476. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.

  1. Je spreekt je nieuwe leraar aan. Wat zeg je?

    • Wie heißt du?
    • Wie heißen Sie?
    • Wer bist du?
    • Wie geht's?
    Antwoord

    Wie heißen Sie? — Sie met hoofdletter is de beleefde vorm. Tegen volwassenen die je niet kent, altijd Sie.

  2. Vul in: der of den.

    Antwoord

    den — 'Der Mann' is onderwerp (nominativ), maar hier is hij lijdend voorwerp (akkusativ) → den Mann.

  3. Vul de hulpwerkwoordsvorm in: spielen, perfekt met ich.

    Antwoord

    habe — Perfekt = haben of sein + partizip II. De meeste werkwoorden nemen haben.

  4. Welke zin geeft een mening?

    • Es regnet heute.
    • Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut.
    • Der Zug fährt um acht Uhr.
    • Berlin ist die Hauptstadt von Deutschland.
    Antwoord

    Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut. — 'Meiner Meinung nach' (naar mijn mening) markeert een persoonlijke mening, geen feit.

  5. Je komt om negen uur 's ochtends een Duitse buurvrouw tegen. Wat zeg je?

    • Guten Morgen
    • Gute Nacht
    • Guten Abend
    Antwoord

    Guten Morgen — Guten Morgen tot ongeveer elf uur, daarna Guten Tag, 's avonds Guten Abend.

  6. Nominativ en Akkusativ — welke is goed?

    • Der Hund beißt der Mann
    • Der Hund beißt den Mann
    • Den Hund beißt den Mann
    • Die Hund beißt der Mann
    Antwoord

    Der Hund beißt den Mann — De hond is onderwerp (der), de man ondergaat de actie (den). Alleen bij mannelijke woorden verandert de vorm zichtbaar.