Duits oefenen
In het kort. Schoolschrift heeft Duits in 4 leerjaarbanden, samen 120 leerdoelen. Kies het leerjaar en begin.
Kies een leerjaar
Duits oefenen op niveau A1
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenDuits oefenen op niveau A2
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenDuits oefenen op niveau B1
10 hoofdstukken · 30 leerdoelenDuits oefenen op niveau B2
10 hoofdstukken · 30 leerdoelen
Zes opgaven uit Duits op Schoolschrift
Dit zijn opgaven uit de leerlijn zelf; in de app staan er nog 476. Probeer hem eerst, klap dan het antwoord open.
-
Je spreekt je nieuwe leraar aan. Wat zeg je?
- Wie heißt du?
- Wie heißen Sie?
- Wer bist du?
- Wie geht's?
Antwoord
Wie heißen Sie? — Sie met hoofdletter is de beleefde vorm. Tegen volwassenen die je niet kent, altijd Sie.
-
Vul in: der of den.
Antwoord
den — 'Der Mann' is onderwerp (nominativ), maar hier is hij lijdend voorwerp (akkusativ) → den Mann.
-
Vul de hulpwerkwoordsvorm in: spielen, perfekt met ich.
Antwoord
habe — Perfekt = haben of sein + partizip II. De meeste werkwoorden nemen haben.
-
Welke zin geeft een mening?
- Es regnet heute.
- Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut.
- Der Zug fährt um acht Uhr.
- Berlin ist die Hauptstadt von Deutschland.
Antwoord
Meiner Meinung nach ist der Film sehr gut. — 'Meiner Meinung nach' (naar mijn mening) markeert een persoonlijke mening, geen feit.
-
Je komt om negen uur 's ochtends een Duitse buurvrouw tegen. Wat zeg je?
- Guten Morgen
- Gute Nacht
- Guten Abend
Antwoord
Guten Morgen — Guten Morgen tot ongeveer elf uur, daarna Guten Tag, 's avonds Guten Abend.
-
Nominativ en Akkusativ — welke is goed?
- Der Hund beißt der Mann
- Der Hund beißt den Mann
- Den Hund beißt den Mann
- Die Hund beißt der Mann
Antwoord
Der Hund beißt den Mann — De hond is onderwerp (der), de man ondergaat de actie (den). Alleen bij mannelijke woorden verandert de vorm zichtbaar.